Opinie: Anders omgaan met de asielzoekers

Als je alleen het nieuws volgt en nooit op straat komt, zou je denken dat er op elke hoek honderden vluchtelingen staan. Dat we overspoeld worden. ‘Kunnen we het nog aan?'

Maar van die tsunami aan testosteronbommen heb ik zelf eigenlijk niets gemerkt. Ik zag er wel eens eentje achter een pilaar staan op het Centraal Station in Amsterdam. Hij had een tas op wieltjes en keek huiverig naar een mevrouw die daar rondliep met een bordje ‘refugees welcome'. Zelf dacht ik: hé, dat is dus een vluchteling. Een mens van vlees en bloed, zoekend naar een leven, naar liefde.

Gegronde angst

Maar het gaat nooit over die mens. Hij is een cijfer. PvdA-fractievoorzitter Diederik Samsom gooit er zelfs een eindgetal uit. We kunnen er tweehonderdduizend opvangen. Ja. Das schaffen wir. Aan de andere kant staat Geert te bokken over zo veel gekkigheid. Hij zit op de nullijn. En ook hij denkt dat te ‘schaffen'.

Als het niet om cijfers gaat, gaat het om angst. Die is gegrond. Uit een studie naar de integratie van 33.000 asielmigranten die in de jaren tachtig en negentig naar Nederland kwamen en een verblijfsvergunning kregen, blijkt dat het grootste deel langdurig werkloos is, slecht geïntegreerd is en ook veelvuldig in de criminaliteit zit.

De onderzoekers van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum van het ministerie van Justitie, het Sociaal en Cultureel Planbureau en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wijzen naar de asielzoekers die nu binnenkomen en waarschuwen voor het ontstaan van ‘een nieuwe onderklasse'.

Dat halen we dus binnen, werkloze criminelen. In die zin heeft Geert Wilders gelijk dat we alleen maar ellende importeren. En wie gaat dat betalen?

Keihard integreren

Tegenover de pessimisten staan de mensen die in kansen denken. Een daarvan is Lodewijk Asscher, die het rapport omarmde en er leerpunten in ziet. Hij vindt dat de mensen die mogen blijven direct de taal moeten leren en naar werk moeten worden geleid. Hij gooide er nog een prachtige oneliner tegenaan: ‘Blijven moet gelijk staan aan meedoen.'

De genoemde studie laat zien hoe wij al die jaren met migranten omgingen. We lieten ze links liggen. Integreren was niet nodig. De taal leren ook niet. Natuurlijk is het aan de migrant zelf er iets moois van te maken. Maar onze onverschilligheid zal hem daarbij niet geholpen hebben.

En dus moeten we dat nu anders doen. We moeten vluchtelingen die hier mogen blijven een duwtje in de goede richting te geven. Gewoon door ze keihard te integreren, via werk en met de Dikke van Dale in hun rugzak.

En dat hoeft niet eens veel te kosten. Als je ziet dat er nu al evenveel vluchtelingen als vrijwilligers zijn, zie ik de toekomst rooskleurig in. Zingend, hand-in-hand richting de horizon.

'Hartverwarmend'

Ik werd helemaal optimistisch toen er een Syrisch stel bij ons kwam eten. Natuurlijk waren deze twintigers geenszins representatief. Maar toch. Het was hartverwarmend hoe blij ze waren dat ze hier mochten leven. Ze hadden taallessen, ze brachten werkervaring mee, maar vooral een positieve vibe. Ze willen graag hun bijdrage leveren.

Ze roemden onze gastvrijheid die ze ondervonden als meer dan een warm bad. Murw gecomplimenteerd zapte ik nog even langs wat zenders. Het was de avond dat er in Geldermalsen een halve oorlog uitbrak, omdat daar een azc zou komen. Er schoot iets door me heen over normen en waarden, werkloosheid en de taal die nog geleerd moest worden. Er lag een cynische opmerking op mijn tong, maar ik zweeg. Het zijn toch ‘onze' raddraaiers, daar moeten we onze ogen niet voor sluiten.

Marcel Duyvestijn is publicist.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.