Rijk in de fout bij windparken

De overheid neemt onvoldoende regie bij de bouw van windparken en communiceert te weinig met omwonenden. Rijk en provincie houden zich afzijdig, gemeenten zijn vaak incompetent.

Daardoor voelen burgers zich niet serieus genomen. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van branchevereniging NWEA.

Geen spaan heel

Een onderzoeksrapport van bureau Bosch en Van Rijn, dat vandaag aan de Tweede Kamer wordt aangeboden, laat geen spaan heel van het handelen van de overheid in het windmolendossier. Burgers krijgen vaak veel te weinig informatie, of te laat. ,,Het zijn vooral de projectontwikkelaars die contact zoeken met de direct omwonenden van een nieuw windpark’’, aldus de onderzoekers.

Dat is volgens hen niet ideaal. ,,De boodschap van de projectontwikkelaar wordt vaak gewantrouwd, omdat deze een commercieel motief heeft. Men ziet hem als een indringer die met de opbrengsten van het windpark aan de haal gaat.” Veel beter zou het zijn als de overheid de touwtjes in handen neemt. ,,Het bevoegd gezag zou als neutrale, democratisch gekozen partij de regierol moeten oppakken.”

Gedragscode

Bosch en Van Rijn deed het onderzoek in opdracht van de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA), de branchevereniging van de wind- industrie. Het onderzoek dient als eerste evaluatie van een gedragscode voor de bouw van windmolenparken, die de branche in 2014 opstelde.

Die gedragscode moet er voor zorgen dat er onder omwonenden meer acceptatie is voor windmolens. Zij moeten van meet af aan worden geïnformeerd over plannen voor nieuwe parken, en ook de mogelijkheid krijgen om financieel te profiteren van de stroom die wordt opgewekt.

De gedragscode is ondertekend door milieu-organisaties en door de leden van de NWEA, voornamelijk energiebedrijven. Uit het onderzoek blijkt dat die bedrijven zich over het algemeen vrij goed houden aan de richtlijnen. Vooral de grote energiebedrijven (Nuon, Essent en Eneco) doen het goed.

95 procent biedt omwonenden de kans om mee te investeren in het park. 82 procent betrekt omwonenden bij de plannen. Minpuntje is wel dat maar 36 procent van de projectontwikkelaars dat echt proactief doet. ,,Projectontwikkelaars kunnen vaker en beter aangeven hoe en wanneer omwonenden invloed hebben op cruciale beslismomenten in het proces.’’

Vooral omwonenden die ‘neutraal-kritisch’ zijn over de komst van windmolens, kunnen met goede informatievoorziening overtuigd worden. ,,Deze middengroep geeft aan dat ze beter snapt waarom windenergie nodig is en waarom de specifieke locatie is aangewezen.”

Echte tegenstanders van windenergie zijn met een betere communicatie niet te paaien. ,,Vaker is de weerstand alleen maar toegenomen.” Voorstanders van windenergie houden zich veelal stil.

Veel kritiek

Hoe dan ook, zonder de steun van de overheid blijft het een lastig verhaal. Burgers geven in het onderzoek aan dat ze te weinig horen over de noodzaak van windenergie, dat uitleg over de locatiekeuze vaak ontbreekt en dat er ook niet genoeg bekend is over de procedure en meebeslismogelijkheden.

Zowel de rijksoverheid, provincies als gemeenten moeten beterschap tonen. Het is immers de overheid die heeft besloten dat in 2020, verspreid over de provincies, windmolens met een gezamenlijk vermogen van 6.000 Megawatt moeten staan. ,,Het Rijk heeft met de grootste projecten vaak ook de projecten met de grootste weerstand’’, schrijven de onderzoekers, die vinden dat de landelijke overheid veel eerder in overleg moet treden. Het rapport ziet wel wat verbetering bij het rijk.

Provincies zien windenergie volgens Bosch en Rijn vooral als een ‘probleemdossier’. ,,Van Statenleden en gedeputeerden mag een meer proactieve houding worden verwacht.”

En gemeentes, die doen vaak maar iets, vooral de kleinere. Het ontbreekt hen volgens de onderzoekers aan concrete kennis over windenergie en nut en de noodzaak daarvan. Ook de ‘communicatieve ambitie en vaardigheden’ om de buurt mee te krijgen zijn volgens Bosch en Van Rijn vaak niet aanwezig. Vaak schuiven de gemeenten lokale energiecoöperaties naar voren, maar dat zijn ‘over het algemeen enthousiaste verenigingen van vrijwilligers zonder financiële reserves, die vervolgens private overeenkomsten met projectontwikkelaars moeten afsluiten’.

Vandaag praat de Tweede Kamer over windenergie op land. Van de 6000 MW die er in 2020 moet staan, was eind vorig jaar 2950 MW gerealiseerd. Op de locaties waar nog gebouwd moet worden, bestaat vaak zware weerstand onder de bevolking, bijvoorbeeld in Meeden, bij Veendam en het Drentse Mondengebied.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.