Onderzoek naar koloniale verleden van Britse koninklijke paleizen

Onderzoek naar koloniale verleden van Britse koninklijke paleizen ANP

Een Britse organisatie die zes koninklijke paleizen beheert, gaat onderzoek doen naar de relatie tussen de gebouwen en slavernij. Lucy Worsley van Historic Royal Palaces (HRP) kondigde in The Times aan dat "de tijd is aangebroken" om het koloniale verleden te bestuderen, omdat die verhalen vaak niet bekend zijn.

Worsley zal onder meer het verleden van Kensington Palace, de officiële verblijfplaats van prins William en zijn vrouw Catherine, onder de loep nemen en onderzoeken of het is aangeschaft met geld verdiend door slavernij. "De tijd is gekomen. We lopen achter. We hebben het niet goed genoeg gedaan," zei Worsley.

In het interview verwijst de historica naar een recent onderzoek van een andere Britse organisatie, The National Trust. Die monumentenbeheerder onderzocht de relatie tussen slavernij en zijn eigendommen, zoals het huis van de voormalige Britse premier Winston Churchill. Daaruit bleek dat 93 van de eigendommen inderdaad banden hebben met slavernij.

Kensington Palace heeft een link met de koninklijke Stuart-dynastie uit de zeventiende eeuw. De Nederlandse koning Willem III van Oranje en zijn vrouw koningin Maria II van Engeland kochten het paleis in 1689. Willem III werd datzelfde jaar een van de eigenaren van de Royal African Company, een handelsorganisatie die geld verdiende aan de slavenhandel. De koning kreeg zijn aandelen van slavenhandelaar Edward Colston. Diens standbeeld werd afgelopen juni in het water gegooid tijdens protesten in Bristol tegen racisme.

menu