Jo van Gogh-Bonger, de schoonzus van Vincent van Gogh, speelde na zijn dood een cruciale rol bij de doorbraak van de schilder. Dat feit bleef lang onderbelicht, maar dringt nu steeds meer door. „Je zou hen kunnen beschouwen als de drie-eenheid die aan de basis stond van zijn latere succes.”

‘Jo zag het als haar levenswerk om Vincents werk beroemd te maken”, zegt haar biograaf Hans Luijten. „Ook omdat haar overleden man Theo dat zo zou hebben gewild.”

Luijten is dolblij met de ‘long read’ afgelopen vrijdag in The New York Times , onder de titel The woman who made Van Gogh . Kunstredacteur Russell Shorto baseerde zich daarin op de biografie die Luijten over Jo van Gogh-Bonger publiceerde en op gesprekken met hem en andere betrokkenen.

Vincents reputatie als meesterschilder

„Ik hoop dat de aandacht die Shorto eraan geeft uiteindelijk zal bijdragen aan een Engelstalige editie van mijn boek, dat in september 2019 in het Nederlands verscheen”, vertelt Luijten, die als onderzoeker werkt voor het Van Gogh Museum. „Die plannen waren er al wel, maar de corona-pandemie heeft uitgeverijen op dit moment toch wat huiverig gemaakt.”

De rol die Jo van Gogh-Bonger (1862-1925) speelde bij het vestigen van Vincents reputatie als meesterschilder is moeilijk te overschatten, stelt de onderzoeker. „Toch is het niet zo gek dat we daar pas later achter zijn gekomen. Eerst ging alle aandacht uit naar het leven van Vincent zelf en naar zijn relatie met zijn broer Theo, waar hun vele brieven een mooi beeld van geven.”

Luijten werkte zelf vijftien jaar mee aan de uitgave van die correspondentie, maar wijdde zich in 2009 aan Theo’s vrouw Jo. Zijn belangrijkste bron was daarbij het dagboek van Jo Bonger, dat door de familie Van Gogh nooit eerder was vrijgegeven. Naar zijn indruk omdat zij haar ontboezemingen heel lang wat al te privé vonden.

'Ik zou iets groots en nobels tot stand willen brengen'

Op zijn verzoek gaf haar kleinzoon uiteindelijk toch toestemming het dagboek openbaar te maken. Daarmee opende zich een schatkamer aan nieuwe gegevens en inzichten. Ook bleek zij al jong een vrouw vol idealen. „Op haar zeventiende, toen ze haar dagboek begon, schreef Jo al: ’Ik zou iets groots en nobels tot stand willen brengen’.”

Johanna Bonger trouwde op 17 april 1889 met Theo van Gogh, een vriend van haar broer Andries. Luijten: „Op de dag dat zij en Theo hun verloving bekendmaakten, sneed Vincent in Arles een stuk van zijn oor.” Vijftien tumultueuze maanden na hun bruiloft beroofde de postuum beroemd geworden schilder zichzelf van het leven.

Jo, zelf lerares Engels, kwam uit een milieu waar cultuur en literatuur gewaardeerd werden. „Van beeldende kunst en de wereld daarom heen wist zij echter niet zo veel.” Die kennis spijkerde ze razendsnel bij tijdens haar tijd met Theo in Parijs, waar hij als kunsthandelaar zijn brood verdiende. „Ze woonden in een appartement dat volgestouwd was met kunst. Vooral schilderijen van Vincent natuurlijk.”

Zware depressie

Jo en Theo kregen ruim negen maanden na hun huwelijk zoon Vincent Willem van Gogh. Nog geen jaar later overleed Theo, die na de dood van zijn broer in een zware depressie was geraakt en toch al tobde met zijn gezondheid. „Op dat moment zag Jo dat er twee taken voor haar waren weggelegd: hun zoon een goede toekomst geven én ervoor zorgen dat het werk van Vincent goed terecht zou komen en ook kon worden gezien”, vertelt Hans Luijten. „Zij was ervan overtuigd dat Theo en Vincent dat eveneens hadden gewild en huldigde zelf het socialistische idee dat kunst het volk kan verheffen.”

loading  

Als jonge weduwe keerde Jo van Gogh–Bonger in 1891 met haar zoontje terug naar Nederland, met in haar bagage een groot aantal van Vincents schilderijen die destijds als ‘waardeloos’ werden beschouwd. Om in haar onderhoud te voorzien, begon zij in Bussum een pension en wijdde zich daarnaast voortvarend aan de opdrachten die zij zichzelf had gesteld. Ze benaderde haar contacten in de kunstwereld en de kunstkritiek. Langzaam wist zij hen warm te maken voor het idee dat het werk van Vincent en zijn persoonlijke worstelingen niet los van elkaar konden worden gezien. Ze deed dat onder meer door zijn brieven aan Theo vrij te geven. De tijdgeest bleek daar rijp voor.

Jarenlange liefdesaffaire met schilder Isaac Israëls

Een zorgvuldig door haar bijgehouden kasboek geeft aan welke schilderijen en tekeningen van haar zwager zij tot 1923 verkocht. Jo hertrouwde – na een jarenlange liefdesaffaire met schilder Isaac Israëls – in 1901 met diens vakgenoot Johan Cohen Gosschalk. Intussen bleef zij zich inzetten om het werk van Vincent van Gogh bekend te maken. Wat onder meer in 1905 resulteerde in een expositie in het Stedelijk Museum in Amsterdam, die met 480 werken van zijn hand nog altijd geldt als de grootste Van Gogh-tentoonstelling ooit.

Twee miljoen bezoekers per jaar

Aan het Rijksmuseum wilde Jo van Gogh–Bonger destijds al schilderijen van Vincent in bruikleen geven. Dat aanbod werd geweigerd, maar internationale tentoonstellingen in Berlijn en Londen droegen er intussen wel bij aan Vincents sterk groeiende roem. Zijn kunst kreeg steeds meer aandacht en kwam steeds meer mensen onder ogen. Later ook in het door haar zoon opgerichte Van Gogh Museum, waarvoor zijn moeders privécollectie de basis vormde. Het museum opende in 1973 zijn deuren voor het publiek en trekt sindsdien (pre-corona) zo’n twee miljoen bezoekers per jaar, uit meer dan honderd verschillende landen.

Tegenwoordig is de kunst van Vincent van Gogh er voor iedereen. Niet om te hebben, maar wel om te zien. Precies wat altijd de bedoeling is geweest van Vincents veel minder bekende schoonzus. Van Gogh–Bonger bracht met haar inspanningen iets ‘groots en nobels’ tot stand en maakte daarmee haar eigen voornemen als jong meisje waar. „Eindelijk krijgt Jo voor die prestatie de lof die zij verdient”, stelt biograaf Hans Luijten. „Nu dus ook internationaal.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur