‘Onze relatie was voor mijn ouders een grote schande’

Nederland kan naar verwachting maandag zijn 17-miljoenste inwoner verwelkomen. Hoe is het leven ‘op dat hele kleine stukje aarde’ veranderd sinds de geboorte van Truus van Herpen in 1949? Zij was destijds de 10-miljoenste inwoner.

Het eerste salaris dat Truus van Herpen (66) krijgt, een envelopje met inhoud, geeft de dan 19-jarige kleuterjuf af aan haar ouders. Het is 1968 – Truus woont nog thuis in het Brabantse Nuland. Het geld komt goed van pas in het gezin waarin zeven kindermonden gevoed moeten worden. ,,Ik had niets voor mezelf.’’

loading  

Bijzonder kind

Toch vormt die eerste baan de opmaat naar een leven dat uitblinkt in zelfstandigheid. Haar moeder is altijd huisvrouw geweest, heeft vijf dochters en twee zonen grootgebracht, maar zich nooit buiten de kaders van het gezinsleven kunnen ontplooien. Een groot gemis, dat zal haar dochters niet overkomen. ,,Mijn moeder zei altijd: ‘Ik heb niet mogen studeren, mijn meisjes mogen dat wel’.’’

Truus wordt op 4 november 1949 geboren als oudste dochter en eerste kind in het gezin Vrijsen. Ze is een bijzonder kind, want met haar komst zet zij de teller van het inwonertal van Nederland op 10 miljoen. Haar ouders zijn in januari van dat jaar getrouwd. ,,Het was meteen prijs.’’ Vader is inspecteur van het varkensstamboek. Hij doorkruist heel Brabant, eerst nog op de fiets, later per motor, om bij de boeren varkens te registreren. Moeder zorgt thuis voor het huishouden en de kinderen. ,,Maar ze deden alles in overleg.’’

Regeltjes

Het rooms-katholiek geloof vormt een belangrijke leidraad in de opvoeding van de kinderen. ,,We moesten elke zondag naar de kerk.’’ Christelijke waarden als samen delen en eerlijk zijn krijgen de broers en zussen met de paplepel ingegoten. Gehoorzamen aan de ouders, ook dat is een belangrijke regel. ,,Als je niet deed wat zij zeiden, kreeg je straf. Dat kon huisarrest zijn, of geen zakgeld.’’

,,Mijn ouders waren heel liefdevol naar elkaar. Mijn vader was heel attent, hij gaf mijn moeder altijd complimentjes. Maar ze waren soms te streng voor ons. Je moest de dingen op hun manier doen. Dat gaf ons weinig zelfvertrouwen. Ze hielden zich erg vast aan regeltjes, die soms minder ruimte lieten aan de liefde voor hun kinderen.’’

Die regels leiden tot flinke spanningen als Truus verliefd wordt op Jan, die ze kent uit het bestuur van het gemeenschapshuis in Nuland. Truus en Jan vormen samen een geoliede machine; ze zijn de spil van het culturele centrum. ,,We werkten heel goed samen.’’ De zakelijke klik legt de kiem voor een heftige verliefdheid, een verliefdheid die er niet mag zijn. Jan is vijftien jaar ouder dan Truus, getrouwd en vader van een geadopteerde zoon. ,,Onze relatie was voor mijn ouders een grote schande.’’

Consequenties

Vader en moeder Vrijsen weigeren de relatie te accepteren. De pastoor komt bij Truus op school langs om haar op andere gedachten te brengen, maar haar besluit staat vast: met Jan wil ze haar leven delen. ,,Ik heb het er heel moeilijk mee gehad’’, vertelt ze nu nog met tranen in haar ogen. ,,Maar de liefde was sterker. Ik heb er nooit aan getwijfeld dat ik de juiste keus heb gemaakt.’’

Een keuze met verstrekkende consequenties. Op een morgen trekt ze de deur van het ouderlijk huis achter zich dicht, om niet meer terug te komen. Ze is 25 jaar, heeft haar koffers gepakt zonder haar ouders in te lichten. Die avond slaapt ze bij een broer van Jan, samen met haar grote liefde. Haar familie heeft er tien jaar voor nodig om dat te accepteren, een periode waarin ze hen niet ziet of spreekt. ,,Mijn ouders wilden niks meer met me te maken hebben.’’

Zonder spaarpotje of uitzet beginnen Jan en Truus aan hun nieuwe leven samen. ,,Ik had nog geen vaatdoekje. We hadden het niet breed, moesten alles van de grond af opbouwen.’’ Truus kan haar gezicht niet meer laten zien op school in Nuland. Ze vindt gelukkig snel nieuw werk op een school in Valkenswaard. Daar vindt het jonge stel ook een huurhuis, dat Truus bij hoge uitzondering op haar naam kan zetten. ,,Vrouwen mochten eigenlijk niet zelf een huis huren, maar ik heb gezegd dat ik een relatie had en van plan was om te trouwen. Toen kon het toch.’’

Verbroken radiostilte

Truus en Jan trouwen als de scheiding is beklonken, op 9 mei 1975. Met een feestje, want dat hebben ze wel verdiend na al die ellende. Haar ouders, broers en zussen zijn de grote afwezigen. Haar oma komt wel. ,,Die vond dat zij boven de ruzie tussen mij en mijn ouders moest staan.’’

De radiostilte wordt doorbroken als Truus na tien jaar een brief naar huis schrijft. Een gesprek tussen Truus, Jan en haar ouders betekent het begin van een hernieuwde band. ,,Niemand was zo gek met Jan als mijn moeder. In een conflict tussen hem en mij, had ze zelfs de neiging om partij voor hem te kiezen. Mijn vader was niet zo’n prater. Hij kwam ons helpen in de tuin, dat was zijn manier om te laten merken dat hij het goed vond.’’

Kinderen komen er niet. Truus legt zich erbij neer. Ze heeft haar handen vol aan haar baan en haar activiteiten in het verenigingsleven. Ze werkt ruim veertig jaar in het onderwijs, op verschillende scholen en in verschillende functies. Ze staat voor alle klassen in het basisonderwijs, helpt mee bij de oprichting van een openbare school en is vijf jaar directeur van een basisschool in Duizel. ,,Ik ben altijd financieel onafhankelijk geweest. Als het fout zou gaan met Jan, wilde ik niet afhankelijk van hem zijn.’’

Onafhankelijk

Ook voor haar sociale contacten wil ze niet leunen op haar man. Als ze op haar 61ste stopt met werken, verwacht Jan dat ze de hele dag samen op de bank zitten en alles samen moeten doen. Geen sprake van, zijn vrouw pakt haar hobby’s tennis en bridge voortvarend op en stort zich in het bestuur van het Kempisch Vrouwengilde. ,,Tuurlijk, we doen ook veel samen, bijvoorbeeld bridgen, maar ik vind ’t ook heerlijk om alleen dingen te ondernemen. Ik wil mijn eigen contacten houden, anders hebben we elkaar thuis niets meer te vertellen. En ik wil mijn eigen ideeën hebben, van mening kunnen verschillen met Jan. Die zelfstandigheid is voor mij een groot goed.’’

Truus van Herpen heeft de kansen die vrouwen van haar generatie voor het eerst kregen met beide handen aangegrepen. Zo is zij de moderne vrouw geworden die haar eigen broek kan ophouden en zichzelf de bediening van de computer heeft aangeleerd. ,,Ik heb geen kinderen die voor mij even een app op mijn telefoon zetten. Dat zoek ik zelf uit, ik wil met mijn tijd meegaan.’’

Alleen in de keuken van huize Van Herpen wil de emancipatie niet echt doordringen. Jan kan best koken, maar hij zet vette, ouderwetse kost op tafel. Dan staat Truus liever zelf achter de pannen. Zelfs als ze een dagje uitgaat met de vrouwenclub zorgt ze ervoor dat het avondeten voor Jan klaarstaat. ,,Anders voel ik me schuldig.’’ Lachend: ,,Toch dat ouderwetse rollenpatroon, hè.’’

Het Nederland van de babyboomers

Het is een gigantische generatie, de babyboomers. Maar liefst 2,4 miljoen kinderen worden geboren tussen 1946 en 1955, vlak na de oorlog.

Truus van Herpen en haar generatiegenoten groeien op in een periode van optimisme en welvaartsgroei. Het staat in schril contrast met de twee wereldoorlogen en de grote depressie in de jaren dertig die hun ouders nog meemaakten. ,,Het aantal bromfietsen is tekenend voor die nieuwe vrijheid’’, zegt hoofddemograaf Jan Latten van het CBS. ,,Aan het begin van de jaren vijftig rijden er nog geen 5000 bromfietsen in ons land rond; in 1967 zijn dat er al 1,7 miljoen.’’

Deze eerste naoorlogse generatie krijgt naast de vrijheid om verder te reizen ook meer vrijheid in opleiding en partnerkeuze. De traditionele rolverdeling binnen het huwelijk – de man als kostwinner, de vrouw zorgt voor huis en haard – wordt minder vanzelfsprekend. Latten: ,,Meisjes én jongens gaan langer naar school. Deze vrouwen krijgen later in hun leven de kans om parttime te werken; die mogelijkheid grijpen ze met beide handen aan. Het individueel recht op AOW voor vrouwen voorziet hen van een eigen oudedagsvoorziening. Dat verandert de machtsstructuur binnen de relatie.’’

Het geloof trekt zich steeds verder terug uit het dagelijks leven. De groep ongelovigen groeit. Christelijke waarden vervagen. Waar de ouders nog bij elkaar blijven ‘tot de dood hen scheidt’, gaan hun kinderen uit elkaar als het vuur in de relatie is gedoofd. Als in de jaren zeventig de bijstand voor gescheiden vrouwen beschikbaar komt, schiet het aantal scheidingen omhoog.

Met hun zelfverkozen partner krijgen babyboomers niet meer de kinderschare waar ze zelf vaak nog deel van uitmaken. Met dank aan de pil, die al snel dient als hulpmiddel bij het plannen en uitstellen van kinderen. ,,In de jaren vijftig kregen stellen nog ruim drie kinderen, dat is begin jaren tachtig spectaculair gedaald naar gemiddeld anderhalf kind. In één generatie is daarmee het kindertal gehalveerd.’’

In zijn volle omvang bereikt deze generatie nu de pensioengerechtigde leeftijd. ,,Ze zijn altijd overal met velen geweest. In hun jeugd zaten de lagere scholen overvol, ze stroomden massaal de arbeidsmarkt op en nu zijn ze allemaal aan hun AOW toe.’’ Het levert de vergrijzing op waar Nederland de komende jaren mee te maken heeft.

menu