Albert Camus.

Frans meesterwerk uit 1947 over de pest hoort in coronatijd ineens bij de best verkochte boeken

Albert Camus. FOTO SHUTTERSTOCK

De pest van Camus gaat op herhaling. Het boek is ontzettend populair. Waarom (her)lezen mensen dit werk juist nu zo gretig? Cultuurredacteur Kirsten van Santen nam de proef op de som.

De pest uit 1947 van Albert Camus staat deze week in de top 3 van best verkochte boeken. Sterker nog, het was het best verkochte boek in boekhandel Athenaeum in Amsterdam.

Bij boekhandel Van der Velde in Leeuwarden was het Franse meesterwerk vorige week even uitverkocht nadat een klant maar liefst vijf exemplaren tegelijk aanschafte. Voor een leesclub? Of was het een Camus-fetisjist? Misschien iemand die de medemens koste wat kost wilde beletten om De pest te herlezen? We zullen het nooit weten...

Hoe dan ook, recensente Jet Steinz besprak het fenomeen vorige week in de zaterdagse Volkskrant . Camus is volgens haar de sjamaan waarin we tijden als deze behoefte aan hebben. In tijden van corona dus. Van epidemie, pandemie, sterfgevallen en besmettingen.

Een jaar of dertig (!) geleden las ik La peste voor mijn Franse boekenlijst. Geen samenvatting of vertaling – ik hield me braaf aan de brontekst. Mooi vond ik het, dat weet ik nog. Indrukwekkend. Angstaanjagend. Diepzinnig.

Deze week herlas ik het boek, in het Nederlands, want mijn Frans is sleets geworden. Ik ging op zoek naar overeenkomsten tussen het boek en deze tijd. Want waarom, in vredesnaam, zou je in een ongelofelijke rottijd als deze een boek lezen over een nog ongelofelijker rottijd? Waarom doen mensen dat?

Speenvarkens

Wie bang is voor corona of baalt van thuisisolatie en de anderhalve-metereconomie moet zijn ergernissen inslikken bij lezing van De pest . Want die pest, dát was pas een gruwelijke ziekte!

Camus beschrijft, vanuit het oogpunt van de hardwerkende en super-integere dokter Rieux, zijn patiënten die bloed braken, kinderen die als speenvarkens om hun moeders gillen, lymfeklieren die als harde schroeven in liezen en onder oksels lijken geschroefd, de zwarte vlekken die op buik en flanken verschijnen, groen uitgeslagen gelaten, gal opspuwende dames. Het is voor sommige lezers misschien balsem voor de ziel; dat het ooit, elders nog veel vreselijker was dan hier. Of: had kunnen zijn ...

Camus is een meester in het beschrijven van de menselijke emoties die ten tijde van een epidemie om de hoek komen kijken. Heel herkenbare kost. Er zijn dappere helden, diepgelovigen zoals pater Paneloux die de ziekte aanvankelijk als een straffe Gods zien (denk aan wat er in de kerkdiensten op Urk wordt gepredikt!) en types die lichtpuntjes menen te zien in een moeilijke tijd. Eerlijk gezegd vind ik dat de ergste soort.

Ik heb ze deze weken ook wel ontmoet: mensen die het ritme in tijden van thuisisolatie wel aangenaam lijken te vinden. Gelukkig laat Camus zijn dokter Rieux hier korte metten mee maken. ‘Wat voor alle rampen van deze wereld geldt’, zegt hij op pagina 146, ‘geldt ook voor de pest. Sommigen kunnen er geestelijk door groeien. Alleen, als je kijkt naar wat het kost, de ellende en de pijn, moet je wel gek, blind of laf zijn om je erbij neer te leggen.’

Het enige wat je kunt doen, aldus de dokter, is hard werken, je vak uitoefenen en je fatsoen houden – strijden tegen dood en ziekte, kortom.

Vrouwen afwezig

Wat opvalt in De pest is de overdonderende afwezigheid van vrouwelijke personages. Er zijn geen vrouwelijke artsen of verpleegkundigen. Af en toe is er een gerimpeld oud wijffie dat zich over een pestlijder ontfermt en oh ja, ook is er sprake van een afwezige geliefde, met een zwak gestel, maar wel bloedmooi.

De wereld, of in dit boek: de stad Oran, moet gered worden door mannen. Door heldhaftige, noest arbeidende kerels die weliswaar geplaagd worden door zware gedachten, maar die wel doorzetten en niet versagen. Oprechte humanisten, handelend zonder aanzien des persoons.

Een van de interessantste personages is Cottard, een oude crimineel die het leven onder de pest eigenlijk wel best vindt. Sterker nog, Cottard is een man die zich een stuk minder eenzaam voelt nu iedereen in hetzelfde schuitje zit. Terwijl mensen doodsangsten uitstaan, fleurt hij op. Hij wordt spraakzamer en opgewekter. Pas wanneer de ziekte op zijn retour lijkt, begint hij zich zorgen te maken. Hij hoopt dat hij straks, na de pest, misschien, net als iedereen, met een schone lei mag beginnen...

En ja, ook dat vragen wij ons natuurlijk af, deze aprilweek in Nederland, na de derde persconferentie van Mark Rutte en na drie-en-halve week thuisisolatie. Stel dat de ziekte hier op zijn retour is. Stel dat we ons oude leven kunnen hervatten, ook al is het stapje voor stapje en al dan niet met hulp van een app: wordt alles dan weer hetzelfde, of zelfs een beetje beter?

Er zijn mensen, zoals trend-onderzoeker Lidewij Edelkoort, die denken dat de wereld er na Covid-19 heel anders uit komt te zien, dat corona ‘een kans’ is voor een betere, duurzamere, minder gejaagde wereld. Een nieuw begin. Maar er is niemand die het weet.

In het ongewisse

Ook in De pest laat Camus de mensen in het ongewisse tasten. Terwijl Cottard, de oude crimineel, zijn stiekeme hoop op ‘beginnen met een schone lei’ met zijn vriend Tarrou deelt, komen er twee mannen in een deftig pak gestoken (zijn het criminelen die een oude rekening komen vereffenen of rechercheurs die de crimineel van weleer in de boeien komen slaan?) aanzetten. Zij achtervolgen Cottard de nacht in.

Het verleden, zo drukt Camus ons – zijn lezers en herlezers – op het hart, schud je niet zomaar van je af. Daar kan zelfs een ziekte als de pest niets aan veranderen. Uiteindelijk (her)vinden de dingen hun vorm weer, hun oude, vertrouwde structuren en processen. Er is geen nieuw begin. We zijn al lang begonnen.

menu