Een speurtochtvraag: zoek in de grote Ploeg-expositie in het Groninger Museum, zonder naar de bordjes te kijken, naar kunstwerken die door vrouwen zijn gemaakt.

De Groninger Kunstkring De Ploeg was, zeker in de beginjaren een mannenbolwerk. Toch waren er ook al vroeg vrouwen lid. Van een van hen, Alida Pott, zijn zes werken te zien in de tentoonstelling Avant-garde in Groningen. De Ploeg 1918-1928 . Het eerste werk in de eerste zaal is van haar hand, Dame met rode hoed .

Doeke Sijens schreef een rijk geïllustreerd boek over Pott, Aangeraakt door een nieuw licht . Het vertelt deels wat we al hadden kunnen weten, maar voegt daar vondsten en inzichten aan toe waardoor een genuanceerd beeld ontstaat.

loading  

Werd Pott aanvankelijk als kunstenaar veronachtzaamd en later neergezet als tragisch want vroeg gestorven, Sijens presenteert haar als een zelfbewuste, talentvolle vrouw die midden in het leven stond.

Bovengemiddelde cijfers

Alida Jantina Pott (1888 – 1931), dochter van een winkelier in hoeden en petten, wist al vroeg dat ze ‘de kunst’ in wilde. Na de HBS haalde ze haar tekenakte aan Academie Minerva en verhuisde ze in 1909 naar Den Haag om zich verder te bekwamen als docent.

‘Ze had steeds bovengemiddelde cijfers’ en ‘Haar prestaties werden steeds heel positief beoordeeld’, schrijft Sijens. In september 1918 werd ze na ballotage toegelaten tot De Ploeg, dan net een half jaar actief.

loading  

‘Mejuffrouw Pott’ was voortvarend, niet alleen op papier. Als eerste secretaris verzorgde ze de notulen, regelde ze exposities en legde ze contact met potentiële kunstkopers.

 Ze ontwierp het Ploeg-logo. In n 1922 stelde ze zich kandidaat voor het voorzitterschap, waar ze in de tweede stemronde net zoveel stemmen haalde als de uiteindelijke voorzitter Johan Dijkstra.

Rust en introspectie

Via De Ploeg leerde ze George Martens (1894 – 1979) kennen. De twee trouwden in 1922 en kregen twee kinderen. Waar Martens de vrije kunsten ging beoefenen, zorgde Alida voor het gezin en een basisinkomen.

Ze bleef lesgeven, maar zelf schilderen en tekenen schoot er bij in. ‘Zeker is dat Alida door de combinatie gezin en werk de rust en introspectie miste waarover zij in haar meest creatieve jaren wél had beschikt’, schrijft Sijens.

Die creatieve jaren hebben een klein oeuvre opgeleverd. Er is gesteld dat Pott niet helemaal in de geest van De Ploeg opereerde, ook omdat ze voor haar toetreding al een sterke ontwikkeling had doorgemaakt. Sijens maakt duidelijk dat De Ploeg in de beginjaren een grote diversiteit kende, waar Pott zich zeer bij thuis voelde, en dat het ruige expressionisme pas later als dominant en karakteristiek is bestempeld.

Voorop lopen

De werken van Pott die zijn geselecteerd voor Avant-garde in Groningen. De Ploeg 1918-1928 laten zien dat ook zij tijdens de vernieuwing van het kunstklimaat in Groningen voorop liep. Haar talent wordt nog eens bevestigd door de vele afbeeldingen in het boek van Sijens. Met name haar aquarelportretten, gemaakt in een stijl die anno 2018 levend wordt gehouden door Siegfried Woldhek, zijn fascinerend.

Pott overleed in 1931 op 43-jarige leeftijd aan pleuritis. Daarna raakte ze in de vergetelheid, niet alleen om omdat haar werk nauwelijks nog werd getoond, ook de kunst van De Ploeg uit de mode raakte. Tot er nog eens goed werd gekeken.

 

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur