De openbare repetitie van de voorstelling "Maalkop" van Peergroup, waarin Fabian Jansen de boer speelt die een speciale band heeft met koe Martje.

Analyse: Hoe je als Fonds de plank mis kunt slaan (maar de PeerGrouP kunt raken)

De openbare repetitie van de voorstelling "Maalkop" van Peergroup, waarin Fabian Jansen de boer speelt die een speciale band heeft met koe Martje. Foto: Peter Wassing

Het Fonds Podiumkunsten (FPK) stond voor een onmogelijke taak. Met een veel te klein budget moest het voor een subsidieperiode van vier jaar geld verdelen over een stoet aanvragers van naam. Hoe dan ook lijken de uitgedeelde klappen soms beroerd onderbouwd. Met de Drentse PeerGrouP als een van de slachtoffers.

Verspreid over het land regent het klachten. Gerenommeerde instellingen als Orkater, Dood Paard, Barre Land, Discordia (alle theater), Amsterdam Klezmerband, De Kift en Jazz Orchestra van het Concertgebouw zijn afgeserveerd. Subsidies kunnen niet voor eeuwig zijn, omdat er ruimte nodig is voor nieuwkomers, dat is waar. Maar zeker voor het altijd aan de weg timmerende Orkater, dat met zijn tak ‘Nieuwkomers’ juist talenten onder de vleugels neemt, zijn de druiven zuur. Vier jaar geleden moest het ook al een gevecht voor zijn bestaan winnen.

De subsidiewereld zit ingewikkeld in elkaar

Voor een buitenstaander is de subsidiewereld ondoorgrondelijk. Ze bezorgt ook gezelschappen, festivals enzovoort hoofdbrekens. Die moeten op diverse niveaus hun plannen indienen. Eerst heb je hebt de Basisinfrastructuur (BIS), de rechtstreekse rijkssubsidie. Zeg maar de eredivisie in subsidieland. Daarin worden landelijke top-instellingen opgenomen. De Raad voor Cultuur (RvC) adviseerde op 11 april de Tweede Kamer wie daarvoor in aanmerking moesten komen. In eerste instantie viel daarbij Eurosonic Noorderslag (ESNS) buiten de boot, maar de politiek heeft al kamerbreed gereageerd: het Groningse festival kan straks in het parlement zijn geld alsnog tegemoet zien.

Wie als podiuminstelling geen kans maakt in de BIS, beproeft zijn geluk bij het Fonds Podiumkunsten. Sommige instellingen dienen voor de zekerheid zowel voor de BIS als voor het Fonds een aanvraag in. Dat deed bijvoorbeeld ook ESNS. Waar de ‘keuringsploeg’ van de Raad voor Cultuur het Groningse festival afwees wegens ‘te weinig artistiek vernieuwend’, erkent de commissie die ESNS voor het Fonds onderzocht ‘de voortrekkersrol in het internationale popmuziekveld’.

Oftewel: als instelling ben je aan de goden overgeleverd.

Er is nog een kans voor de afvallers

Interessant is dat het Fonds ESNS heeft bedeeld met 325.000 euro. Als de Kamer woord houdt en ESNS komt alsnog in de BIS, dan heeft het dit Fondsgeld niet nodig en wordt dat verdeeld over festivals die als ‘goed’ zijn beoordeeld, maar toch nul euro hebben gekregen. Domweg omdat het geld op was. Zo is er bijvoorbeeld nog hoop voor het nieuwe-muziekfestival SoundsofMusic in Groningen.

Verder hebben culturele instellingen begin dit jaar subsidies kunnen aanvragen bij de provincies en gemeenten waarin ze actief zijn. Ook daar zijn de adviezen door de diverse kunstraden al uitgebracht. De politiek buigt zich er binnenkort over. Ook daar zijn de budgetten doorgaans verre van toereikend.

Je moet ook op papier sterk zijn

Tenslotte zijn er nog de cultuurfondsen die los van de overheden staan, zoals Prins Bernhard Cultuurfonds, VSBfonds en BankGiroLoterij, die projectaanvragen behandelen. Ook heeft de Kunstraad Groningen een budget voor projecten waarover ze zonder politieke inmenging kan beslissen.

Samengevat: dit alles vereist van de aanvragers naast bewezen artisticiteit ook een stevig ontwikkelde paperassenkunde. Wie op de vloer (of aan de museumwand) uitstekend presteert, kan op basis van een slecht onderbouwd plan alsnog in de prullenbak belanden. En die is bijzonder gulzig, gelet op dat (te) grote aantal aanvragen.

De één vindt dit, de ander dat

De onderling afwijkende oordelen van de Raad voor Cultuur en van het Fonds Podiumkunsten over Eurosonic Noorderslag staan niet op zichzelf. Waar de RvC lovend was over het Noordpool Orkest (‘mooie trackrecord’ en ‘innoverend werk’) noemt het FPK het orkest in artistiek opzicht ‘zwak‘. Rara.

Deze laatste kwalificatie kreeg ook jeugdtheatergezelschap Garage TDI door het FPK naar het hoofd geslingerd. Terwijl de RvC in april nog sprak van ‘een ondernemende instelling met een zeer divers palet’. Wederom rara.

Het kan nog gekker: vorig jaar kreeg Noorderzon in Groningen als keurmeester een bestuurder van het Holland Festival op bezoek, nota bene een potentiële concurrent in de subsidiestrijd.

Teleurstelling en woede in Drenthe

In Drenthe heerst na de maandag gepresenteerde adviezen van het Fonds zowel teleurstelling als woede. Natuurlijk, FestiValderAa (Schipborg), Puppet Festival (Meppel) en Art of Wonder (Assen) zijn blij als nieuwkomers. Maar de bij elkaar 87.500 euro die zij samen krijgen, wegen niet op tegen de verbijsterende afwijzing van de vier ton die PeerGrouP aanvroeg.

Het locatietheatergezelschap uit Donderen liet de strijd om een BIS-plaats bewust schieten, omdat het zich veilig waande onder de vleugels van het Fonds. Logisch, want met een aantal spraakmakende projecten in de voorbije periode, zoals Maalkop , Niemand is hier eenzaam en De Waterfabriek , en een goed onderbouwd toekomstplan, moest het snor zitten. En had Den Haag niet ook nog een eerlijke regionale spreiding van de cultuurgelden als opdracht meegegeven aan de beoordelaars?

loading

PeerGrouP krijgt weliswaar op veel punten van het Fonds een ‘ruime voldoende’, van bewezen kwaliteit en zeggingskracht tot planvorming, en het advies is ook positief, maar zet het gezelschap met nul euro toekenning alsnog in de wachtkamer vol instellingen die alle hopen dat de politiek deze conclusie niet pikt.

Hoezo eigenlijk nog dat positieve oordeel?

Bij zo’n afwijzing moeten wel wat argumenten worden bedacht: ‘geen sprake is van een bijzondere betekenis op vorm’ (omdat de voorstellingen zouden worden gemaakt zoals dat zo vaak gebeurt) en ‘geen bijzondere bijdrage aan de ontwikkeling van de podiumkunsten’. De thematiek zou ‘te Drents’ en ‘te Noord-Nederlands’ zijn voor een landelijke impact. Ook zou de eigen artistieke visie lijden onder het vele samenwerken met makers van buiten.

Hoezo is het eindoordeel eigenlijk nog positief, vraag je je dan af.

Waar Groningen een aantal BIS-instellingen telt, dreigt Drenthe door de keuzes van het Fonds enige stevig gesubsidieerde gezelschap te verliezen. En ook nog eentje dat met zijn werkwijze, waarbij de locatie en de daaraan gekoppelde voorstelling van evenredig belang zijn, een bijzonder gezelschap is in het land. Niet slechts voor het Noorden.

Kom maar door met die reparatie

Eerder kreeg bij de Raad voor Cultuur de Drentse kunstroute Into The Nature al nul op het rekest. Ondanks de onderbouwde ambitie om uit te groeien tot de meest toonaangevende biënnale van het land, met internationale samenwerking, werd Into Nature weggezet als ‘te kleinschalig, te regionaal’.

Ook innoverende plannen van Sjoerd Wagenaar (ex-PeerGrouP) en de aanvraag van Garage TDI redden het niet. Met alleen die (bescheiden) bijdragen aan de drie genoemde theaterfestivals en de steun aan het Drents Museum - daar konden ze domweg ook niet omheen - kun je moeilijk volhouden dat die beoogde regionale spreiding voor Drenthe is gerealiseerd. Hier dient dus wat te worden gerepareerd.

menu