Atze van Wieren: „Diep van binnen zit nog steeds een religieus bewustzijn.”

Atze van Wieren: De ontdekking van het eeuwig leven

Atze van Wieren: „Diep van binnen zit nog steeds een religieus bewustzijn.”

Als we zijn Rilke-project niet meerekenen, heeft Atze van Wieren met Eeuwig leven zijn derde dichtbundel geschreven. ‘Hoe het nu verder moet? Ik weet het niet.’

Nadat hij de complimenten voor zijn dichtbundel Eeuwig leven in ontvangst heeft genomen, begint Atze van Wieren over Spinoza en zijn godsbegrip. Waarom zouden we het uitstellen, filosofie en religie spelen een hoofdrol in zijn poëzie.

,,Naast hersenwetenschap, bio-neurologie, natuurkunde, kwantumfysica en kosmologie”, schetst Van Wieren vanuit een fauteuil in zijn appartement met zicht op het Groninger Museum.

Ethica van Spinoza

,,Vijftien jaar geleden zat ik op de knieën in De Slegte in Leeuwarden en trok ik de Ethica van Spinoza uit de kast”, vertelt hij.

,,Het was een oud boekje. Ik sloeg het open. Eerste hoofdstuk: ‘Over god’. Verder bladerend stuitte ik op de opmerking ‘Als je nog in een persoonlijke god gelooft, kan ik je niet serieus nemen’. Boek gekocht. Boek gelezen. Wat beslist niet meeviel, want het zijn net wiskunde-formules. Maar ik heb doorgezet en toen werd ik gegrepen.”

Hij probeert het samen te vatten. ,,Spinoza zegt: het universum is oneindig. Er is geen einde en geen begin. Het universum ís. En in het universum regeren de natuurwetten, op een fenomenaal mooie manier. Spinoza zegt: Dat is God. God is natuur. En: Wij zijn in eeuwigheid en blijven altijd in God. In welke verschijningsvorm ook, we blijven in het universum opgenomen, dus ook in God opgenomen.”

Een openbaring voor een gereformeerde jongen

Hij vervolgt: ,,Voor een afgedreven gereformeerde jongen als ik was het een openbaring. Ik dacht: Wat is dat mooi, wat is dat ruim. Alle verschillende godsbeelden passen hierin. Waar maken we ons nog druk om? En als de natuur gelijk is aan God, dan is de natuurkunde gelijk aan zoeken naar God. Door te onderzoeken kom je dus dichter bij God. Dat is boeiend. En dan breng ik, als dichter, op mijn manier die dingen met elkaar in verband.”

Atze van Wieren (Harkema, 1943) was voorbestemd de boerderij van zijn vader over te nemen, maar koos na de vroege dood van zijn moeder een ander pad.

,,Dat was beslist niet eenvoudig, voor mijn vader niet en voor mij niet, daar schrijf ik nog steeds gedichten over.” Na de ULO en de HBS kwam hij in Leeuwarden bij het GAK te werken, voorloper van het UWV. Later volgde een baan als loopbaanbegeleider op de universiteit in Groningen.

,,Rond mijn vijftigste ben ik minder gaan werken, ook om te kunnen schrijven – voor die tijd lukte dat niet goed door de combinatie met een fulltime baan. Eerst probeerde ik proza, maar dat lag me niet zo. Wat mij bevalt aan poëzie is dat het een compacte vorm is om dingen te verwoorden die mij puzzelen, die mij bezighouden en waar ik nieuwsgierig naar ben. Het schrijven van gedichten bleek me te liggen. Het werd opgemerkt, leverde nominaties en prijzen op. Ik ben ook lid geworden van de dichtersgroep WP99.”

Van Wieren debuteerde in 2008 met Grondstof , waarin hij teruggaat naar de boerderij van zijn vader. ,,Wat ik merkte, was dat wat ik schreef een opschonende werking had,” vertelt hij. Voor zijn tweede bundel, Bedevaart (2011), bezocht hij de kerken in Noord-Friesland en Noord-Groningen.

Een religieus bewustzijn

,,Het is de ligging in het landschap, op die wierden en terpen. En het besef dat daar al eeuwen lang een geloof wordt beleden. De dogma’s en leerstellingen heb ik achter mij gelaten, maar diep vanbinnen zit nog steeds een religieus bewustzijn.”

Spinoza heeft dat verder aangewakkerd, zegt hij. ,,Ik wil dat bewustzijn niet kwijt, omdat ik intuïtief voel dat het realiteit is. Wij weten het niet. Wij zien het niet. Wij zijn te beperkt in ons denken en kennen. Het idee dat er inspirerende kracht is, die alleen hier op aarde werkt, is mij te mager. Ik voel diep in mij iets dat er om ons heen iets is, geweldig groot. Iets waar wij niet bij kunnen en waarvan ik misschien ooit als ik dood ben, in een andere dimensie, zal zien hoe het zit.”

Wat er rest na Eeuwig leven , Van Wieren weet het niet. ,,Met de ontdekking van Spinoza, dat er na het gereformeerde geloof van mijn jeugd een ander godsbeeld kon bestaan, is de cirkel rond. Hoe het nu verder moet? Ik weet het niet. Ik hoop dat er nog een cirkel naast komt. Wat ik wel weet, is dat ik de zinloosheid niet wil accepteren. Als wij hier zijn, en er is niks meer; het is allemaal puur toeval, waar komt de liefde dan vandaan, en al het mooie wat mensen met elkaar hebben? Daar blijf ik nieuwsgierig naar.”

 

menu