Gerard Nijenhuis (links) en biograaf Lukas Koops bij de boekpresentatie van 'Dat ik besta komt door de taal'. Foto: Jan Anninga

Biografie van de Drentse schrijver Gerard Nijenhuis: een voorlopig portret van een twijfelaar

Gerard Nijenhuis (links) en biograaf Lukas Koops bij de boekpresentatie van 'Dat ik besta komt door de taal'. Foto: Jan Anninga

Het is een zeldzaamheid: een biografie over een Drents schrijver. Lukas Koops legde met Dat ik besta komt door de taal het intieme en openbare levensverhaal van Gerard Nijenhuis vast.

Een van de meest opmerkelijke momenten tijdens de presentatie van Dat ik besta komt door de taal , het boek van Lukas Koops over de dichter en schrijver Gerard Nijenhuis, werd veroorzaakt door de bijdrage van zoon Daniël Nijenhuis. Die droeg afgelopen maandag in het gemeentehuis in Exloo zingzeggend een ‘lied’ voor over de relatie met zijn vader. Zeer persoonlijk, in het openbaar.

'Mien pap is homo'

‘Hebben jullie de Openbaringen van Lukas al gelezen?’, begon Daniël Nijenhuis ter introductie aan de aanwezigen: familie, vrienden en vooral heel veel Drentse cultuurdragers. ‘Ik heb er eentje uitgepikt die mij als zoon het meeste opviel: Mien pap is homo. Een contradictio in terminis. In het Drents: dat kan helemaal niet. In het Nederlands: vragen om problemen.’

Daarna probeerde de zoon uit te leggen wat dat voor hem had betekend: ‘Mijn hele jeugd gold jouw geheim als mijn geheim. Iedereen wist het. Niemand zei iets. Het legde een bom onder ons leven. Wat een leven, wat een dilemma’s. Gelukkig had je de taal. Taal is je verstopplek. Je beschutting. Je overlevingsstrategie.’

Daarna wilde hij zingen over de achttien jaar dat hij met zijn vader en moeder onder één dak had geleefd, over wat hij had meegekregen van het huwelijk van zijn ouders. Het hol van de leeuw, noemde hij het. Voor hij dat deed, richtte hij zich tot het publiek in de afgeladen raadzaal, het huis van de gemeenschap en zei: ‘Het is wel de bedoeling dat dit intern blijft.’

Na afloop hadden alle aanwezigen kennis genomen van iets schrijnends dat onder groepsdruk binnenskamers moet blijven. Een veelzeggend Drents moment. Men keek, men luisterde, men zweeg.

Dat ik besta komt door de taal , de door Lukas Koops geschreven biografie van Gerard Nijenhuis (Gieten, 1932), is een bijzonder boek, om meerdere redenen. Een daarvan is het gegeven dat er nauwelijks serieuze biografieën over Drentse schrijvers verschijnen. De boeken van Henk Nijkeuter over Hans Heyting en Roel Reijntjes mogen de naam eigenlijk niet dragen. Het meest in de buurt komt nog Zondagskind (2010), het door Anne de Vries junior opgetekende levensverhaal van Anne de Vries.

Bijzonder is ook dat het onderwerp nog in leven is. Maandag werd Gerard Nijenhuis 86 jaar; zijn foto in de krant van afgelopen dinsdag wekte bij velen verwondering omdat hij ‘er nog zo jong uitziet’. De aflopen twee jaar voerde Koops 25 openhartige gesprekken met de schrijver, columnist en dichter. Daarnaast las hij het oeuvre opnieuw, spitte de archieven door en interviewde hij tal van omstanders. Het heeft niet kunnen voorkomen dat zijn boek zaken mist: de Koninklijke onderscheiding staat er niet in.

Nestor van de Drentse literatuur

Nijenhuis werd maandag benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Hij ontving die versierselen – plus een instructieboekje – voor zijn maatschappelijke verdiensten. Die vooral literair zijn. Nijenhuis geldt als nestor van de Drentse literatuur. Goed voor 21 titels, dichtbundels en romans. Voor zijn oeuvre ontving hij in 1987 de Culturele Prijs van Drenthe en in 2012 het Ereteken van het Huus van de Taol.

Aan zijn onvoltooide oeuvre zijn meerdere beschouwingen gewijd. Rouke Broersma komt in het naslagwerk Drentse letteren (2016) tot de volgende samenvatting: ‘Nijenhuis gaf het sonnet een plaats in de Drentse dichtkunst en verbindt de oerthema’s van de Romantiek, de oorsprong van de streektaalschrieverij, met de kern van zijn eigen wezen. Daardoor is zijn werk zowel bepaald door traditie als eigentijds, zowel mandelig als eigen, zowel Drents als Nederlands.’

Een zeldzaam intiem inkijkje in het leven van een man die heeft geworsteld met zijn geaardheid

In Dat ik besta komt door de taal worden veel woorden gebruikt om hetzelfde te zeggen; het boek had best dunner gekund. Ook Koops stelt dat de kern bij Nijenhuis neerkomt op ambivalentie, op het ‘niet kunnen of willen kiezen in een tweezijdig bestaan’: tussen het Nederlands dat thuis werd gesproken en het Drents van de gemeenschap, tussen de geborgenheid van het dorp en de vrijheid van het culturele leven in de stad, tussen natuur en cultuur en tussen mannen- en vrouwenliefde.

Vooral bij dat laatste dilemma staat Koops uitgebreid stil. Met als gevolg dat zijn biografisch portret een – zeker voor Drentse begrippen – zeldzaam intiem inkijkje biedt in het leven van een man die sinds de jaren vijftig heeft geworsteld met zijn geaardheid. Die worsteling duurde bijna een halve eeuw en eindigde in de jaren negentig toen Nijenhuis Jan Gilhuis leerde kennen, met wie hij tot op heden in Bronneger een logement drijft, tussen het schrijven van romans, gedichten, brieven en kaarten door.

Een van de schatten die Koops heeft bemachtigd, is een brief uit 1956 waarin de in Groningen studerende zoon Gerard aan vader Gerhard Nijenhuis schrijft over zijn ‘heel speciale problemen van het seksuele leven’ en om steun vraagt voor een ‘speciale behandeling’: ‘Het moet voor U een bittere gedachte zijn dat U hier nooit iets van hebt geweten. U moet me echter geloven dat ik U de zorgen rond deze zaak heb willen besparen en ook nu nog zou willen besparen, als niet dit alles zulke ingrijpende consequenties had.’

De behandeling behelst een intensieve psychoanalyse die in Amsterdam wordt gevolgd naast een opleiding tot predikant. ‘Het waren de jaren vijftig. Geen tijd waarin homoseksualiteit en predikant zijn gemakkelijk gecombineerd kunnen worden. Soms voelde ik me zo wanhopig dat ik het leven niet meer zag zitten en overwoog er een eind aan te maken, terwijl ik tegelijkertijd zeker wist dat ik dat nooit zou doen’, vertelde Nijenhuis aan Koops.

Vechtscheiding

Als Nijenhuis bijna tien jaar later als predikant in een vrijzinnig hervormde gemeente op de kansel staat, leert hij Irma Spruit kennen, eigenaresse van een modewinkel en tevens wereldverbeteraar. Ze trouwen en krijgen vier zoons. Terwijl Spruit hardnekkig blijft hopen dat homoseksualiteit van voorbijgaande aard is, lukt het haar echtgenoot steeds minder zijn gevoelens te onderdrukken. Een vechtscheiding volgt. Nijenhuis: ‘Ze kreeg in alle opzichten gelijk. Dat zij financieel aan het langste eind trok was haar wraak. Ze had me ’t liefst vermoord.’

Spruit, die de naam Nijenhuis altijd heeft aangehouden, trekt de toenmalige intenties van haar man nu in twijfel: ‘Hij wilde voor de buitenwereld een ‘normaal’ gezin hebben. Een soort maatschappelijke dekmantel. Eerst had hij mij nodig, paste ik in zijn carrièreplanning, maar toen z’n plan was geslaagd werd ik steeds meer een obstakel voor hem. Toen paste ik niet meer in zijn homoseksuele leven en wilde hij mij uiteindelijk kwijt.’

Het zijn niet alleen dit soort ontboezemingen die Dat ik besta komt door de taal kleuren. De lezer krijgt ook veel mee over het zoeken van Nijenhuis naar sekscontacten buiten zijn vaste relaties. Koops mag daarnaast graag citeren uit werk waarin Nijenhuis expliciete erotische scènes beschrijft, zoals de verkrachting tot bloedens toe van een jongen door drie leeftijdsgenoten in de nooit uitgegeven Nederlandstalige roman Een ongeregeld leven .

Nijenhuis mag zich graag profileren als twijfelaar, iemand die ondertussen het leven aan zich zag voltrekken

Helemaal zonder functie is dat niet. Nijenhuis dankt zijn literaire status onder meer aan de manier waarop hij over zijn geaardheid schrijft. Hij is de eerste Drentstalige schrijver in wiens werk homoseksualiteit een nadrukkelijke rol speelt. Een dubbelrol zelfs: enerzijds als verwoording van een persoonlijke ontwikkeling, anderzijds om een geïsoleerde positie binnen een gesloten gemeenschap te kunnen beschrijven.

Nijenhuis mag zich graag profileren als twijfelaar, iemand die ondertussen het leven aan zich zag voltrekken. Hij koos voor een studie theologie om te ontdekken dat er niet zoiets bestaat als een absolute waarheid. Hij koos ondanks zijn geaardheid voor het huwelijk met een vrouw, stichtte een gezin en zocht een nieuwe partner. Hij waardeerde en omarmde de dorpsgemeenschap en koos voor een leven op veilige afstand van die gemeenschap.

Hij besloot zowel in het Drents als het Nederlands te publiceren, onder pseudoniem en later ook eigen naam, bij uitgevers in Drenthe en daarbuiten. Uitvoerig wordt stilgestaan bij de ontvangst van het literaire werk. Daarbij valt op dat de kritiek vrijwel uitsluitend uit Drenthe afkomstig is en naarmate de jaren vorderen steeds scherper wordt. Het roept vragen op over hoe buiten Drenthe naar de schrijver en dichter Nijenhuis moet worden gekeken. Heeft de rest van het land iets heeft gemist?

Helaas geen verklaring

Helaas komt daar geen antwoord op. Koops waagt zich niet aan een verklaring. Hij heeft het ook niet aan Nijenhuis zelf voorgelegd. Wat jammer mag heten, omdat het iets had kunnen vertellen over ambitie en het functioneren van het literair bedrijf in Drenthe. Het had het onderwerp in kwestie in een breder perspectief kunnen plaatsen. De waarde van Dat ik besta komt door de taal is daardoor op de eerste plaats provinciaal.

Dat woord verwijst naar de provincie. Het betekent eerder doorvoeld, weloverwogen, rustig en bedeesd, dan groots, meeslepend, lawaaierig en spectaculair. Veel Drentser krijg je het niet.

menu