In zijn woonplaats Roden is zondagavond Bouwe Dijkstra overleden. Dirigent, stempedagoog, oprichter van verschillende jongenskoren en van onschatbare waarde voor het muziekleven in het Noorden.

,,Je gebruikt je stem verkeerd”, zei Bouwe Dijkstra tijdens ons laatste gesprek, enkele dagen voor zijn overlijden. Het ging over hoe moeilijk zingen is als je het lang niet hebt gedaan. ,,Eerst hummen en neuriën om de stem los te maken”, doceerde hij. Vervolgens demonstreerde hij enkele stemoefeningen. Hoe kortademig hij ook was geworden door de ziekte die zijn longen ernstig had aangetast, Bouwe Dijkstra kon nog prima voordoen hoe het moest. Zijn stem klonk krachtig als altijd. ,,Een kwestie van controle”, verklapte hij.

Bouwe Rein Dijkstra, geboren op 23 juni 1945 in Koudum, ademde muziek – tot op het laatst, letterlijk en figuurlijk. De afgelopen maanden was hij druk bezig met het regelen van zijn uitvaart, waarbij muziek ook de hoofdrol speelt. Komende vrijdag in de Martinikerk in Groningen nemen familie, vrienden en de noordelijke muziekwereld afscheid met Händel, Purcell en Anglicaanse kerkmuziek, uitgevoerd door oud-leerlingen en vrienden. Bouwe Dijkstra heeft zelfs een cd laten maken met opnames van zijn laatste concert met orkest, als aandenken voor de bezoekers van zijn uitvaart.

Muzikale opvoeding

De muziek kreeg Bouwe Dijkstra van huis uit mee. Het hoorde bij de opvoeding. Zijn vader Wiebren was veefokker en speelde in een mondharmonica-orkest in de Zuidwesthoek van Friesland, zijn moeder Engel speelde harmonium. Als jongetje begon hij op de blokfluit, maar dat bleek geen geslaagde combinatie. Op zijn zevende volgden de eerste harmoniumlessen en niet veel later de blaasmuziek. Dirigent en muziekdocent Piebe Bakker haalde hem bij de fanfare Nij Libben in Koudum, waar hij eerst althoorn en later euphonium speelde.

,,Een voorbeeld en inspirator”, noemde hij Piebe Bakker in een interview. ,,Ik was gefascineerd door zijn wijze van dirigeren. Thuis ging ik zijn bewegingen nadoen.” Zo leerde hij als jongetje al de grondbeginselen van het dirigeren. Dat hij later naar het conservatorium zou gaan stond dan ook vast. Maar daarvoor moest hij wel zijn schoolopleiding afrondden en dat bleek problematisch. Niet omdat Bouwe Dijkstra niet kon leren, maar omdat hij ook toen al opviel door onconventioneel en eigenzinnig gedrag.

loading  

Baldadig

Op de christelijke mulo in Koudum was hij organist bij de weekopeningen, maar gedroeg hij zich zo baldadig dat hij drie keer van school werd gestuurd. Zelfgemaakte psalmteksten, joyrijden op geleende brommers, verstoringen van het ochtendgebed – de jonge Dijkstra was geen lieverdje. Nadat hij definitief van school was gestuurd, volgde een strafexercitie op de boerderij van zijn vader. ,,Hij heeft me afgebeuld en liet me de rottigste klusjes opknappen.” Als snel verlangde Bouwe Dijkstra terug naar school, waarna hij in Workum de mulo afmaakte. In die tijd dirigeerde hij ook zijn eerste koren en richtte hij het Zuidwester Mannenkoor op.

Op het conservatorium in Zwolle studeerde Dijkstra orgel. Later volgde een studie koordirectie in Leeuwarden en Groningen. Hij dirigeerde tijdens zijn studiejaren diverse koren en brassbands in de Zuidwesthoek. ,,Ik ben zelf pas op mijn 25ste gaan zingen toen ik in Leeuwarden op de muziekpedagogische academie kwam”, vertelde Dijkstra in een interview. Het was een openbaring. ,,Wanneer ik les kreeg op althoorn of orgel werd me altijd gezegd: ‘Je moet zingen op je instrument.’ Maar er werd nooit écht gezongen, terwijl het dan veel makkelijker gaat. Je moet eerst de toon in je hoofd voelen, voordat je echt muziek kunt maken.”

Zanger

Hij ging alsnog zang studeren en zong als solist nog mee in de Matthäus Passion . ,,Maar ik ben als zanger eigenlijk te laat begonnen: de periode tussen je achtste en zestiende jaar is bepalend.” Dat hebben veel jongens uit Noord-Nederland aan den lijve ondervonden, met dank aan Bouwe Dijkstra. Met zijn jongenskoren maakte hij naam in heel Nederland en daarbuiten. De interesse voor zingende kinderen werd overigens concreet door zijn dochter Mirjam. Bij een kerstviering op de lagere school werd zo erbarmelijk slecht gezongen, dat Bouwe Dijkstra het niet meer kon aanhoren en wegliep uit de dienst.

Hij besloot een zanggroepje te beginnen met zijn dochter Mirjam, waaraan ook zoon Peter en drie vriendinnetjes meededen. Het gezin Dijkstra woonde in Roden. In 1970 had Bouwe zijn vrouw Janke leren kennen en na hun trouwen kreeg hij een baan aan de Stedelijke Muziekschool in Groningen. In 1974 vestigden ze zich in Noord-Drenthe, waar ze altijd zijn blijven wonen en waar hun drie kinderen (Anita, Mirjam en Peter) opgroeiden. ,,Ik ben nooit een Drent geworden”, zei Dijkstra daar ooit over. ,,Ik ben altijd een Fries gebleven, maar ik voel me een noorderling.”

Koren

Dijkstra leidde in die tijd koren in onder meer Damwoude, Hoogezand, Delfzijl, Veendam, Bedum en Roden. Maar hij maakte naam met het Roder Jongenskoor, dat in 1984 ontstond toen hij aan de slag ging met een groep jongens van christelijke basisschool De Woldzoom in Roden, onder wie zijn zoon Peter. In 1985 was het eerste concert, in 1987 volgde de eerste cd en in 1988 zongen de jongens hun eerste Matthäus Passion met de Nederlandse Bachvereniging. In 1991 kreeg hij de Culturele Prijs van Drenthe voor zijn activiteiten.

Engelse jongenskoren waren voor Bouwe Dijkstra, die eind jaren zeventig al eens een jongenskoor had opgericht in Veendam, het voorbeeld. Tijdens een reis naar Londen met een brassband die hij op dat moment dirigeerde, maakte hij er bij toeval kennis mee, toen hij een kathedraal bezocht. ,,In de verte hoorde ik muziek, heel zacht. Toen ik dichterbij kwam, bleek het een jongenskoor te zijn. Dat heeft me zó geraakt. Het was overdonderend. De klank van een jongenskoor is het ultieme geluid. Zo zuiver, zo puur, zo indringend.”

loading  

Hij volgde lessen in Engeland, maar creëerde met zijn jongenskoren – in 1995 begon hij met het Martini Jongenskoor Sneek en in 2000 volgde het Kampen Boys Choir – een eigen geluid. ,,Er zitten ook Duitse invloeden bij. Ik heb het beste van twee werelden proberen samen te brengen om zo een eigen, Nederlandse jongenskoorcultuur te ontwikkelen, met een eigen klank.” Dat is meer dan gelukt. Zoals een recensent ooit opmerkte: ‘Dat Roder Jongenskoor, daar zou je een kathedraal omheen moeten bouwen.”

Succesvol

Dijkstra’s activiteiten (hij richtte in 2000 ook nog een meisjeskoor op: The Roden Girl Choristers) hebben rijkelijk vrucht gedragen. Vele door hem opgeleidde zangers zijn uitgevlogen en hebben een carrière in de muziek opgebouwd, waarvan zijn zoon Peter het bekendste voorbeeld is. ,,Het geeft een kick om jongens met talent te ontdekken en op te leiden”, vertelde hij. ,,Dat ik dat proces als jongen niet heb doorgemaakt, ervaar ik als een groot gemis.”.

Na zijn afscheid van het Roder Jongenskoor in 2006 en het Kampen Boys Choir in 2012 probeerde Bouwe Dijkstra het wat rustiger aan te doen, maar de ideeën bleven opborrelen. In 2015 presenteerde hij nog een nieuwe lesmethode om kinderen aan het zingen te krijgen: First Steps to Music . De teloorgang van het muziekonderwijs en de vergrijzing in de koorwereld baarden hem grote zorgen. ,,Ouders van nu komen minder in aanraking met klassieke muziek dan ouders van dertig jaar geleden”, zei hij twee jaar geleden. ,,Er is een leemte ontstaan die alleen maar groter wordt. Hoe moeten hun kinderen gaan zingen?”

Bouwe Dijkstra wist hoe het moet: hard werken, discipline, een goede, hiërarchische organisatie zonder te veel inmenging van buitenaf, prikkelen en enthousiasmeren - en dat alles gebaseerd op eerlijkheid en warmte. Maar daar is wel een pioniersgeest voor nodig die nieuwe initiatieven durft te ontwikkelen, tegen de stroom en de heersende trends in. Bouwe Dijkstra beschikte over al die eigenschappen. Met zijn tomeloze inzet en zijn eigenzinnige karakter is hij van onschatbare waarde geweest voor het muziekleven in het Noorden.

Bouwe Dijkstra is 71 jaar geworden. Hij zal zeer gemist worden.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur