Jean Pierre Rawie. Foto: Archief DvhN

Column Jean Pierre Rawie: Downton Abbey

Jean Pierre Rawie. Foto: Archief DvhN

De film Downton Abbey , eigenlijk een uitgebreide aflevering van de gelijknamige tv-serie uit de jaren 2010-15, is door de critici zuinigjes besproken. Hij zou te zoetelijk zijn, de intriges te dun, en de personages te oppervlakkig. Ik heb hem gezien, en het is allemaal waar, maar dat geeft niks. De film biedt een kleine twee uur sublieme vergetelheid, en verschaft je even het gevoel dat de wereld zó zou moeten zijn.

Naderhand besef je dat allerlei gebeurtenissen zich onmogelijk in de tijd waarin de rolprent speelt (1927) op deze wijze kunnen hebben voorgedaan; iedereen, van hoog tot laag, gaat onwaarschijnlijk aardig met elkaar om, en sommige eigentijdse stokpaardjes, zoals homoseksualiteit en klassenverschillen, worden al te zorgeloos bereden. Mij stoort – maar dat heb ik bij de meeste verbeeldingen van het verleden – dat alle acteurs voorzien zijn van een stralend gebit, wat in werkelijkheid, ook bij de adel, niet het geval was.

Maar dit zijn verstandelijke bezwaren achteraf. Zolang de film duurt ben je als toeschouwer in de ban van alle pracht en praal waarmee het verhaal is omkleed. Centraal staat het onverwachte bezoek van het koninklijk (én keizerlijk, zoals vooral het personeel benadrukt) paar aan Downton, wat tot talloze verwikkelingen leidt.

Die koning-keizer was George V, die Engeland regeerde van 1910 tot 1936. In de film wordt hij neergezet als een bedachtzame en milde vorst, maar in werkelijkheid was hij een zeer beperkt begaafde pietje precies. Wee als iemand een onderscheiding op de verkeerde plaats droeg! Hij zag dat meteen, en meedogenloos kreeg de ongelukkige dan de wind van voren.

Zijn wezenlijke belangstelling gold uitsluitend de jacht op patrijzen, waarvan hij er in zijn leven honderdduizenden moet hebben afgeslacht, en zijn onmetelijke postzegelverzameling. Met het oog op de laatste liefhebberij trof het gunstig dat het Britse wereldrijk op zijn hoogtepunt was, en er uit een stuk of zestig ondergeschikte landen zegeltjes binnenkwamen.

Ten aanzien van nogal wat onderwerpen had hij een behoudende mening. Over de genoemde homoseksualiteit zei hij: “ I thought men like that shot themselves. ” Pas tegen het eind van de Eerste Wereldoorlog bedacht hij dat het schrander was de Duitse naam van het vorstenhuis, Sachsen-Coburg-Gotha, te veranderen in Windsor (“ I may be uninspiring, but I’ll be damned if I’m an alien ”).

Hij kon zich geweldig druk maken over onbenulligheden. Toen een krant aangaande de verloving van zijn dochter het woord engagement had gebruikt, ontstak hij in toorn: “ Princes are betrothed, not engaged, just as elephants are coupled and mice copulate !”

Hij was gehuwd met Victoria Mary von Teck, de Queen Mary naar wie schepen vernoemd zijn. In Downton Abbey komt zij naar voren als vriendelijk en wijs, terwijl ze, voorzichtig uitgedrukt, tamelijk excentriek was. Op haar verwoede kleptomanie wordt slechts in een terzijde gezinspeeld, wat voor de kenner niettemin smullen is.

Het is wonderlijk te bedenken dat deze welhaast prehistorische figuren de grootouders zijn van de huidige koningin Elizabeth. Ofschoon, onze eigen prinses Wilhelmina, die eerst in 1962 stierf, merkte op dat háár grootvader nog gevochten had in de slag bij Waterloo, in 1815.

menu