De favoriete kookboeken van 2019 van Jacques Hermus.

De 5 beste kookboeken van 2019 (volgens culinair journalist Jacques Hermus)

De favoriete kookboeken van 2019 van Jacques Hermus.

De traditionele Kookboekenweek is begonnen. Uit het enorme aanbod dat ook dit jaar de culinaire markt overspoelt, presenteren we een kleine selectie van boeken die ons kunnen bekoren.

Indorock van Vanja van der Leeden

Indorock (Nijgh Cuisine, 34,99 euro) van Vanja van der Leeden bijt het spits af. Zij is, zoals ze zelf zegt: „Een atypische pinda.” Ze is allergisch voor pinda’s en heeft een Indische oma die niet kon koken. Dan heb je al een achterstand als je een Indisch kookboek wilt schrijven. Maar Van der Leeden wil geen traditionele familierecepten opdienen, tempo doeloe is aan haar niet besteed.

Liever wil ze 'amok maken in de nieuwe Indonesische keuken'. Wat dat betekent proefden we tijdens de presentatie van haar boek. Daar trad Frank Kraaijeveld op, oprichter van Bintangs, de band die zo’n vijftig jaar geleden aanhaakte bij de Indorock van de Tielman Brothers. Frank Kraaijeveld is de vader van Remko, echtgenoot van Vanja van der Leeden en bekend foodfotograaf. Dan is een cirkel snel rond.

Voor het boek bereisden Van der Leeden en Kraaijeveld jr. het hedendaagse Indonesië dat knalt van de smaken. Ze vonden er gerechten die authentieker zijn dan ‘onze’ Indische keuken, die bestaat uit een mengelmoes van koloniale invloeden. Denk aan de rijsttafel die in Indonesië helemaal niet bestaat. De sobere hindoeïstische Balinese keuken is mijlenver verwijderd van de pittige ( pedis ) keuken van Sumatra, op de Molukken eten ze veel minder rijst dan op Java.

Maar ook de authentieke gerechten van de hedendaagse Indonesische keuken ontkomen niet aan de culinaire rock-’n-roll van Van der Leeden. Natuurlijk, je maakt een sambal en een boemboe, maar haar bumbu besengek wordt bijna een witte botersaus en je eet zomaar urap urap (gebakken kokosrasp) met boerenkool. Een pittig, dampend en rockend kookboek dus.

De makkelijke Franse keuken van Karin Luiten

De makkelijke Franse keuken (Nw A’dam, 27,50 euro) van Karin Luiten is haar veertiende kookboek in veertien jaar. Ze is niet alleen productief, maar haar boeken verkopen ook nog als een tierelier. Waar een doorsnee kookboek misschien zo’n 3.000 exemplaren verkoopt, heeft Luiten al een kleine 300.000 exemplaren van haar werken verkocht.

Daarvoor is een reden: haar boeken – onder het thema zonder zakjes en pakjes – zien er misschien niet altijd even gelikt uit als andere kookboeken, maar de recepten zijn sukkelproof . Dat wil zeggen dat de gerechten ook daadwerkelijk kunnen worden bereid door de thuiskok.

Waar gemiddeld uit een kookboek maximaal twee recepten worden gekookt – dat zeggen kookboekhandelaren – zijn er lezers die Luitens boeken van kaft tot kaft koken. In haar nieuwste boek worden klassiekers als paté de campagne , tian provençal of quenelles de poisson ook inderdaad gemakkelijk.

Waarbij ze de thuiskok tegemoet komt, want het laatste gerecht wordt met witvisfilet gemaakt, en niet, zoals de originele quenelles de brochet , met snoek. ‘Want waar haalt een mens in vredesnaam een snoek vandaan?’ Het is dit soort praktische benadering dat het boek zo’n verademing maakt in de wereld van culinaire moeilijkdoenerij.

Maison Mari van Mari Maris

Ook Frans, maar heel anders, is Mari Maris. De Nederlandse is al sinds haar 14de kok. De laatste jaren kookt ze vooral uit haar Franse groentetuin. Sinds het verschijnen van haar boeken Mari Plukt de Dag en De Groentebijbel is ze diverse keren gekroond tot groentekoningin.

Haar tuin in Picardië is de leverancier voor haar huisrestaurant Le Jardin des Étoiles en voor een voortdurende stroom aan recepten en verhalen. De ondertitel van haar sprankelende nieuwe boek Maison Mari (Carrera Culinair, 39,99 euro) luidt niet voor niets grote en kleine gerechten en smakelijke geschiedenissen in 54 menu’s .

Het is, in haar woorden, ‘het verhaal over het bouwen aan een restaurant waar alles zelfgemaakt is, zelfs het restaurant, een verhaal met zoete en zure kanten, soms een vleugje bitter, een drupje zoute traan’. Het levert bijna 600 pagina’s op aan dolende gerechten , soezen en mousses, praktische tips (zo leert u goed mep- pen: ofwel mise en place , de voorbereiding vóór de bereiding), omgaan met de Franse bureaucratie of bouwvakkers.

En als u even in ademnood raakt doordat u maar wilt blijven lezen: er staan 478 recepten in het boek, waarvoor u gerust een jaartje kunt uittrekken.

Eva's keukenkast van Eva Posthuma de Boer

Eva Posthuma de Boer gebruikt haar huisje in Frankrijk slechts om te luieren; haar keuken en voorraadkast staan gewoon in Amsterdam. De schrijfster (van romans en columns) is een fervent thuiskoker, heeft soms een vriendenrestaurant aan huis onder de naam Chez Eepeedebee en geniet in het algemeen van een smakelijk leven. Waarbij ze uitgaat van een ‘verstandige kookstijl’: minder vlees en vis op het bord, liefst zoveel mogelijk ingrediënten van eigen bodem en vooral: opmaken wat er in huis is.

Daarom heet haar tweede kookboek Eva’s keukenkast – het nieuwe koken: pienter en verspillingsvrij (Nijgh Culinair, 29,99 euro). Posthuma de Boer selecteerde voor haar boek 55 ingrediënten, waarmee ze steeds 3 gerechten maakt. Veel groenten, fruit, noten en peulvruchten; zo’n 80 procent op haar bord en in dit boek is vegetarisch. Dat levert lekkernijen op als koolrabicarpaccio met chipotlemayonaise of zuurkoolsoep.

En als ze dan vis gebruikt, zoals zalm, doet ze er verrassende dingen mee. Zoals ‘zalm wellington’, een variant van de beef wellington, in haar ogen een nogal blaaskakerig gerecht. Waarmee we op een ander aangenaam element in het boek komen: Posthuma de Boer schrijft grappig en soepel, met persoonlijke anekdotes en een enkele keer een vilein woordje of tussenzinnetje.

Voor wat extra sjeu heeft ze ook een culinaire podcast opgenomen, onder de titel – u raadt het al – Eva’s keukencast .

Nederland Kookboek van Laura de Grave

We vergeten het weleens, maar op en rond Nederlandse bodem is het goed culinair toeven. Om dat te bewijzen stapte culinair journaliste Laura de Grave op haar elektrische motor en tufte door ons land, onderwijl recepten en verhalen oogstend.

Dat leidde tot het Nederland Kookboek (uitgeverij Brandt, 30 euro). Waarin uiteraard Limburgse vlaai, Zeeuwse mosselen en Groningse eierbal. Maar ook pijlinktvis, zeewier, koolzaadolie en wilde waddenoesters – om maar even wat uit het Noorden te noemen – worden door haar en een aantal chefs op tafel gezet.

Het is een kook-, lees- en reisboek, en De Grave is niet bang om vieze handen te maken. Dat is te zien in de filmpjes die ze rond het boek maakte. Ze zijn te zien op 24Kitchen en het online kanaal van Algemeen Dagblad .

menu