De biografie van Philip Norman over gitarist Jimi Hendrix lees je met een mengeling van ergernis en fascinatie

Jimi Hendrix. Foto: Kippa

De nieuwe biografie over Jimi Hendrix van de Britse popjournalist Philip Norman vergt wel wat van de lezer. Toch staan er leuke nieuwe wetenswaardigheden in.

Het gaat meteen al mis op pagina 2 van de proloog. Philip Norman, schrijver van Wild Thing , ‘de biografie van Jimi Hendrix’ (toe maar), karakteriseert daar het nummer All Along The Watchtower als ‘elementaire hardrock’, blijkbaar doof voor de vele subtiele gitaarlagen, akoestisch en elektrisch, die Hendrix erin heeft aangebracht. Verderop wordt het er niet beter op als hij Hendrix’ stem als een ‘fluwelige bariton’ typeert (beter is: lage tenor) en hij blijkbaar denkt dat er op een elektrische gitaar meerdere tremolo-armen zitten.

Norman kletst maar wat, denk je vaker dan je lief is, bijvoorbeeld als hij de Club van 27 (Hendrix was een van de beroemde popsterren die op hun 27ste stierven) ‘verder totaal wit’ noemt. Was Robert Johnson dan wit?

Of hij schrijft ronduit wartaal. Wat betekent in vredesnaam ‘Het tennysoniaanse lead en melodrama die Dylan achterwege liet, zijn er meteen helemaal’?

Volkomen subjectieve, vergezochte beelden

Normans beschrijvingen van de muziek zijn meestal potsierlijk, met volkomen subjectieve, vergezochte beelden, die bij de lezer geen enkele klank oproepen. Dat is in de popjournalistiek niet ongebruikelijk, maar Norman maakt het wel heel bont. Nog een voorbeeld, omdat het zo vermakelijk is: ‘Hij bespeelde zijn Fender Stratocaster achter zijn hoofd of met zijn tanden, of met een slangachtige tong die blijkbaar immuun was voor elektrische schokken, en dat zonder ook maar één noot te verprutsen.’

De schrijver denkt dat de snaren op een elektrische gitaar onder stroom staan

Norman denkt dus dat de snaren op een elektrische gitaar onder stroom staan. Het is niet te geloven. En Hendrix die geen noot verprutste? Heeft hij weleens naar een willekeurige liveopname geluisterd? Over die slangachtige tong hebben we het verder maar niet.

Jimi Hendrix overleed op 18 september 1970, volgende week vijftig jaar geleden. Na boeken over Eric Clapton, Paul McCartney en Elton John was Philip Norman naar eigen zeggen wel zo’n beetje uitgebiografeerd, maar toen hij op nieuw materiaal stuitte over Hendrix’ onfortuinlijke levenseinde (een fatale mix van drank en drugs) ‘was er geen ontkomen aan’.

Een mengeling van ergernis en fascinatie

Wild Thing, the short, spellbinding life of Jimi Hendrix is een boek dat je ook in de vertaling van Frits van der Waa leest met een mengeling van ergernis en fascinatie. De ergernis is inmiddels bekend; de fascinatie blijft de wonderlijke levensgeschiedenis van een kansarme zwarte jongen uit Seattle die zich dankzij een absurd talent kon ontwikkelen tot de meest invloedrijke en meest baanbrekende gitarist van de twintigste eeuw.

Norman brengt dat verhaal keurig in kaart, is soms wat ranzig (bekende Britse popjournalistieke kwaal), maar schrijft ook dingen die ik niet eerder las. Voorbeeld: de dubieuze latere manager van Hendrix, Mike Jeffery, voerde zijn boekhouding in het Russisch, om die voor buitenstaanders ontoegankelijk te houden.

De vraag is wel wat het boek toevoegt aan alle boeken die al over Hendrix zijn geschreven. Room full of mirrors (2006) van Charles R. Cross blijft in elk geval tot nader order nog steeds dé biografie.

Tot slot: zou de vertaler zich ook met de bijschriften van de foto’s hebben bemoeid? Het lijkt onwaarschijnlijk. (Ik tel zeven kromme zinnen en twee feitelijke onjuistheden.)

menu