Illustratie: Nastia Cistakova

Nepnieuws! De waarheid doet er niet meer ter zake. Wie roept de desinformatie een halt toe?

Illustratie: Nastia Cistakova

De populariteit van complottheorieën werpt de vraag op hoe we desinformatie en nepnieuws kunnen bestrijden. Is dat een taak voor de overheid, moeten we hopen dat bedrijven ingrijpen of moet de journalistiek een antwoord geven? ‘Dit gaat over een geloofscrisis.

Het gebeurt niet vaak dat een minister zich bemoeit met de indeling van de schappen in winkels. Toch kon minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren tijdens een debat in de Tweede Kamer niet laten om AKO en Bruna een ongevraagd advies te geven over de plek waar zij het omstreden blad Gezond Verstand neer moeten leggen. ',,Ligt het naast de Fabeltjeskrant dan kan ik me er iets bij voorstellen, maar ik zou het niet bij de medische literatuur leggen.”

Of het wijsheid was dat het blad vol 'alternatieve feiten’ überhaupt wordt verkocht, wilde ze niet hardop zeggen. ,,Daar ga ik niet over.''

Overheid kan verspreiden nepnieuws niet verbieden

Zie hier het dilemma dat zich aandient in de strijd tegen nepnieuws, desinformatie en de verspreiding van complottheorieën. De overheid kan het moeilijk verbieden en spreekt bedrijven aan op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Het ontkennen van de Holocaust is hier wel toegestaan, in andere Europese landen niet

Bedrijven wijzen terug naar de overheid en zeggen: wij houden ons aan de wet, en zo lang die het niet verbiedt, verkopen wij het blad. Ergens daartussenin zit een groot grijs schemergebied, waarin termen als censuur', 'vrijheid van meningsuiting' en het diffuse begrip ‘waarheid’ vrijelijk ronddansen.

De verspreiding van nepnieuws is een serieus probleem, zoveel is duidelijk. Het ondermijnt het vertrouwen in instituties, beïnvloedt de uitslag van verkiezingen en leidt zelfs tot geweld. Vorige maand waarschuwde de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) in zijn dreigingsanalyse nog voor het verspreiden van complottheorieën, onder meer over corona. Het versterkt polarisatie en ‘verlaagt de drempel voor extremistisch gedrag’, stelde de NCTb.

loading  

Wat het allemaal nog ingewikkelder maakt, is dat 'nepnieuws' nogal een containerbegrip is waarin heel veel past: van Russische trollenfabrieken die het onderzoek naar de MH17 frustreren en QAnonaanhangers die beweren dat Hillary Clinton bij het ontbijt een glaasje babybloed leegdrinkt, tot Lange Frans die over graancirkels praat en acteur George van Houts die beweert dat de aanslagen op het WTC een 'inside job' waren. Waar eindigt het stellen van kritische vragen en begint de verspreiding van nepnieuws? En wie bepaalt waar die grens ligt?

Dubieuze claims

In het geval van Gezond Verstand, het blad van voormalig NRC-journalist Karel van Wolferen dat vol staat met dubieuze claims over het coronavirus, het klimaat en de vergiftiging van de Russische activist Aleksej Navalny, is niet zo eenvoudig te zeggen of er juridische grenzen worden overschreden. ,,Ik denk het eigenlijk niet, daarvoor is het allemaal te algemeen gesteld,” zegt emeritus hoogleraar en mentaliteitshistoricus Henri Beunders.

 ,,Je kunt je sowieso afvragen hoe wenselijk het is als wettelijk wordt vastgelegd wat wel en wat niet geschreven mag worden. Niet voor niets is een paar jaar geleden het verbod op godslastering uit de wet gehaald.”

'Dat sociale media zijn gaan ingrijpen in de inhoud komt door de adverteerders'

Nederland kent het verbod op laster en smaad, en discrimineren, opruien en aanzetten tot geweld mag evenmin. Maar het ontkennen van de Holocaust, wat in andere Europese landen verboden is, is hier wel toegestaan. En in Frankrijk is het verboden om in de dagen voorafgaand aan verkiezingen peilingen te plaatsen. Kortom: hoe groot de juridische marge is waarbij je alles mag publiceren, verschilt per land.

Beunders onderscheidt, naast verbieden, vier andere methoden om als maatschappij de verspreiding van complottheorieën tegen te gaan, elk met eigen beperkingen. ,,Je kunt het negeren, doen alsof het niet bestaat. Een andere mogelijkheid is satire: het belachelijk maken van complotdenkers. Het is de vraag of dat helpt, of dat je mensen juist sterkt in hun overtuiging. Verder kun je de beweringen tegenspreken en veroordelen. De laatste en beste methode is om onzinclaims niet tegen te spreken, maar er een beter, geloofwaardiger verhaal tegenover te zetten.”

loading  

Frits van Exter, voorzitter van de Raad voor Journalistiek, denkt ook dat verbieden van desinformatie een heilloze weg is. ,,Zolang er geen sprake is van racisme, laster of smaad, is dat heel lastig. Het verspreiden van onzin valt nu eenmaal ook onder de vrijheid van meningsuiting. Het enige antwoord op nepnieuws en desinformatie is goede journalistiek.”

Geloof in wetenschap

Maar volgens Beunders is de groei van het aantal complotdenkers niet te stuiten met factcheckrubrieken. ,,Dit gaat veel dieper en is wijdverbreid: er is sprake van een geloofscrisis. We leven in een heel onzekere tijd en weten niet meer wat waar is. Het geloof in God heeft plaatsgemaakt voor geloof in wetenschap, maar zoals de coronacrisis laat zien, geeft de wetenschap ook geen eenduidige antwoorden.”

Waar AKO en Bruna de aandrang niet voelden als scherprechter op te treden in het drassige debat over waar kritisch denken overgaat in complotdenken, doen grote onlineplatforms als Twitter, Facebook en YouTube dat wel.

Zo werd het YouTubekanaal van rapper en complotdenker Lange Frans verwijderd en plaatst Twitter disclaimers bij berichten met onbewezen beweringen over corona. En bij een serie tweets die Donald Trump de afgelopen dagen verstuurde stond te lezen dat die 'in twijfel (wordt) getrokken en mogelijk misleidend (is) over de manier waarop je kunt deelnemen aan verkiezingen’. Het account van Steve Bannon, oud-politiek adviseur van Trump, werd zelfs helemaal opgeheven wegens aanzetten tot geweld.

loading  

Dat de grote socialemediabedrijven zich bemoeien met de inhoud was lange tijd geen vanzelfsprekendheid. Jarenlang weigerden ze verantwoordelijkheid te nemen met het argument dat zij slechts een platform boden, maar geen uitgever of redactie waren.

Dat bleek onhoudbaar toen op YouTube onthoofdingsfilmpjes van IS werden geplaatst en op Facebook mensen hun eigen zelfmoord filmden. ,,Uiteindelijk zijn ze gezwicht voor de macht van adverteerders. Coca-Cola wil niet dat hun reclame voor een IS-film staat,” zegt hoogleraar nieuwe media aan de Universiteit van Amsterdam Richard Rogers.

Dus namen Facebook en Twitter mensen in dienst die de platforms ‘schoon’ moeten houden. ,,Maar bepalen wat wel en wat geen desinformatie is, is heel lastig. Je kunt dat niet automatiseren, en er zijn simpelweg te veel berichten om die allemaal door mensen te laten checken.”

Zakelijke afweging

Beunders is sceptisch over de motieven van bedrijven die nepnieuws weren. ,,Ik geloof er niets van dat zij een autonome morele houding aannemen. Ze geven hoog op over maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar uiteindelijk maken ze gewoon een zakelijke afweging.” Bovendien: ,,Je wilt ook niet dat Mark Zuckerberg gaat bepalen wat waar is en wat niet,” voegt Van Exter daar aan toe.

Volgens Rogers kampen techbedrijven met twee tegengestelde belangen: enerzijds willen zij geloofwaardig zijn en niet bekendstaan als het platform waarop gevaarlijke onzin te zien en te lezen is, anderzijds weten ze ook dat om de aandacht van gebruikers vast te houden, het loont om zo scherp mogelijke content aan te bieden.

 ,,Op die manier dragen ze bij aan het mainstream maken van marginale opvattingen,” zegt Rogers. ,,En er is nou eenmaal een grote markt voor desinformatie: dat bewijst de populariteit van een blad als Gezond Verstand.”

Hoe om te gaan met complottheorieën is ook een dilemma voor de journalistiek, ziet media-ethicus Huub Evers. ,,Doodzwijgen is geen optie, dat versterkt het toch al sluimerende gevoel dat er geen plek is voor kritische geluiden en dat de media de spreekbuis van de overheid zijn. Het ontmaskeren van leugens en het weerleggen van onzinbeweringen is een belangrijke taak voor de journalistiek; een taak die te belangrijk is om over te laten aan techbedrijven of tijdschriftenketens. Al blijft het wel de vraag of je hiermee de mensen bereikt die geloven in samenzweringstheorieën.”

Boycot is effectief

Als ingrijpen van de overheid onwenselijk is, we niet mogen rekenen op het morele kompas van grote bedrijven en het bereik van de in sommige kringen verguisde ‘mainstreammedia’ beperkt is, blijft de burger over. Heeft die een verantwoordelijkheid of machtsmiddelen om de verspreiding van desinformatie tegen te gaan? ,,Natuurlijk,” zegt Beunders.

 ,,Een boycot blijft een heel effectief middel. Als er een breed gedeelde oproep komt niet meer naar AKO of Bruna te gaan omdat ze Gezond Verstand verkopen, of Twitter en Facebook te verlaten omdat er nepnieuws wordt verspreid, komen die bedrijven onmiddellijk in actie. Maar kennelijk is de maatschappelijke verontwaardiging niet groot genoeg.”

Dus lag de tweede editie van Gezond Verstand gewoon in de kiosk. Enig verschil: de op de cover vermelde oplage was wel een stuk kleiner dan bij de eerste uitgave: in plaats van een miljoen exemplaren waren het er nu 100.000. Maar ook dat is een claim waarvan de waarachtigheid lastig te achterhalen valt.

menu