Het Drents Museum toont als eerste museum in Europa een solo van Deborah Poynton. De Zuid-Afrikaanse kunstenares maakt imposante schilderijen vol verwijzingen, waar we zelf betekenis aan mogen geven.

Museumdirecteur Harry Tupan stuitte enkele jaren geleden toevallig op het werk van Deborah Poynton. ,,Het zat vol verwijzingen naar andere kunst uit het verleden. Déze vrouw is goed thuis in de kunstgeschiedenis, zag ik meteen. Maar ze was eigenlijk nog niet ontdekt’’, vertelt Tupan. ,,Ik wilde Poynton graag naar het museum halen, zodat het grote publiek haar kan leren kennen.’’ Bovendien past haar schilderstijl in het hedendaags realisme, een van de speerpunten van het Drents Museum.

Rimpels, moedervlekken, adertjes

Nu hangen de enorme schilderijen in de voormalige abdijkerk en nog drie zalen. 2 of 3 meter hoog zijn ze soms, met voorwerpen en figuren die meer dan levensgroot zijn afgebeeld. Poynton schildert mensen uit haar naaste omgeving, zoals haar partner en haar zoon. Of ze toont zichzelf, naakt, waarbij ze niet schuwt om rimpels, moedervlekken, adertjes of andere details en oneffenheden weer te geven. In een van de kleinere tentoonstellingszalen komt zo’n schilderij echt op je af.

Haar werken zijn ‘betekenisloos’, vertelt Poynton zelf. De kijker mag zelf interpreteren wat hij ziet. Is dat niet wat al te gemakkelijk? Een kunstenaar gaat toch niet enorme schilderijen maken, zonder plan of intentie? Maar haar eigen verhaal erachter wil ze niet prijsgeven.

Geen thuis en eigen familie

Deborah Poynton is in 1970 geboren in Durban in Zuid-Afrika. Haar ouders hadden een anti-apartheidscentrum. Ze overleden toen Poynton nog jong was. Ze had een moeilijke jeugd, komt uit eerdere interviews naar voren. Toen ze 3 jaar oud was begon ze al te tekenen. Ze maakte bijvoorbeeld mooie landschappen, waar ze zich fijn bij voelde. Poynton woonde onder meer in Engeland, Swaziland en de Verenigde Staten, waar ze twee jaar aan de kunstacademie studeerde. Op haar 19de ging ze terug naar Zuid-Afrika.

,,Nadat mijn ouders overleden waren, woonde ik bij vrienden van hen’’, vertelt ze nu. ,,Toen ik ouder werd, besefte ik dat ik geen ‘thuis’ had, en geen eigen familie. Daarom wilde ik terug naar Zuid-Afrika. Dat is mijn thuis.’’

Wat herinnerde ze zich daar nog van uit haar jeugd? ,,Het was een soort Hof van Eden. Mijn ouders woonden buitenuit met een groot stuk land en daarachter bergen. In het subtropische klimaat groeien ook allemaal grote planten met prachtige bloemen. Maar ik wist dat er ook een andere kant was: de onderdrukking en de apartheid, waar mijn ouders stelling tegen namen. Ze werden in de gaten gehouden door de regering. Voortdurend was er die spanning.’’

Geconstrueerd uit stukjes realiteit

Natuurlijk beleefde ze dat toen nog als kind. ,,Wanneer je jong bent, bekijk je de wereld zoals je die ziet, zonder dat je er betekenis aan geeft. Eigenlijk probeer ik in mijn schilderijen de wereld ook op die manier weer te geven. Ik schilder wel realistisch. Maar het is niet de werkelijkheid. Mijn schilderijen zijn geconstrueerd uit allerlei stukjes uit de realiteit. Maar doen wij dat niet voortdurend? Om de wereld om ons heen te begrijpen, geven we betekenis aan wat we zien. Zo construeren we telkens onze eigen werkelijkheid.’’

,,Ik maak zulke grote schilderijen, zodat je echt in die werelden kunt opgaan, en je je even af kunt sluiten van de rest om je heen. Ik schilder vooral mooie dingen, zodat je wordt uitgenodigd om er als het ware in te stappen.’’ Eenmaal binnen in die schilderijen beginnen details op te vallen: wat ligt daar voor boek? Is dat een Ruysdael-lucht in die spiegel? Waarom zien we een paar keer een autowrak? Zijn dat kledingstukken in het gras, en waarom ligt die hand daar? ,,Het worden een soort ‘crime scenes’, inderdaad’’, merkt Poynton glimlachend op.

‘Mijn achtergrond is niet belangrijk’

Later, na het interview, valt in de catalogus te lezen, dat Deborah Poynton geadopteerd is. Haar vader is omgekomen bij een auto-ongeluk, toen ze 2 jaar was; haar moeder overleed toen ze 13 was. Zulke informatie zet bijvoorbeeld de schilderijen van autowrakken in een ander daglicht. Tijdens het interview benadrukt Poynton echter steeds dat haar eigen verleden er niet toe doet. ,,Iederéén heeft toch wel wat naars meegemaakt in zijn jeugd? Mijn achtergrond is niet belangrijk. Ik ben een beeldend kunstenaar. Ik schrijf geen verhalen. Naar mijn werk moet je kíjken. Dat vraag ik: kijk, en verwonder je over de werelden die ik maak. Ze staan open voor interpretatie; dát bedoel ik met ‘betekenisloos’. Iedereen mag zijn eigen verhaal er in zien.’’

Ondertussen experimenteert Poynton met verschillende stijlen. Ze schildert veelal hyperrealistisch, maar vult sommige delen ook met snelle expressieve toetsen in, of gaat zelfs verder met abstracte vegen over het doek. ,,Ik zoek graag de grenzen op. Hoe ver kan ik gaan tot het nog realistisch blijft? Of bijvoorbeeld kitsch wordt?’’ Bij een doek met een zeiljacht bij ondergaande zon zegt ze: ,,Ik zou kunnen vertellen dat we vroeger veel zeilden en dat ik dat prachtig vond. Maar dat is niet waar. Ik wilde een romantisch zeegezicht maken, en voegde later dat bootje toe om het nóg romantischer te maken…’’

Een soort altaarstuk

Centraal in de tentoonstelling is een bijna 10 meter breed kunstwerk, achter in de abdij-zaal. ,,Toen ik hoorde dat ik in dit kerkgedeelte mocht exposeren, wist ik meteen dat ik een soort altaarstuk wilde maken. Je ziet gordijnen als draperieën uit de renaissance en symbolen als de ondeugende en zondige aap of de pelikaan, die zich net als Christus opoffert. En in het midden een man en een vrouw – Adam en Eva. Maar waar je in een echt altaarstuk in de achtergrond iets goddelijks of paradijselijk ziet, is het hier leeg… Waarom, dat mag jezelf invullen.’’

In een ander schilderij ligt onder een hele berg uiteenlopende voorwerpen – van stofzuigerslang en voetbal tot grote zeeschelp en handspiegel – een hangslot met de sleutel dat vast zit in het slot zelf. Het lijkt symbool te staan voor de schilderijen vol aanwijzingen, maar waar Poynton haar eigen intenties het liefst voor zichzelf houdt.


Deborah Poynton – Beyond belief. T/m 3 oktober in het Drents Museum, Brink 1, Assen. Open di-zo 11.00-17.00 uur

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur