Myron Hamming gaat tijdens Dichters in de Prinsentuin namens Groningen de strijd aan met de Friese dichter Geart Tigchelaar.

Dichters in de Prinsentuin blijft dicht bij huis

Myron Hamming gaat tijdens Dichters in de Prinsentuin namens Groningen de strijd aan met de Friese dichter Geart Tigchelaar.

Volgende week vrijdag begint Dichters in de Prinsentuin, voor de 21ste keer alweer. Thema van het poëziefestival is ‘goede buren’. Dat betekent Belgen en Friezen op bezoek in Groningen. Als voorpret is er een magazine.

Het was donderdagavond lastig bewegen in boekhandel Godert Walter in Groningen. Dat is andere dagen ook het geval, de winkel is nogal klein. Maar nu waren ook nog eens klapstoeltjes rond een statafel en een banner van festival Dichters in de Prinsentuin tussen de schappen neergezet. Zelfs met passen en meten zat je met een knie tegen de Wadden-boeken en een elleboog tussen de dieren-titels.

Reden van bijeenkomst: de overhandiging van het eerste exemplaar van het festivalmagazine. Rolien Scheffer, directeur van Stichting Literaire Activiteiten Groningen (SLAG), had er zichtbaar zin in. Maar eerst beloofde ze ons een voorproefje op wat volgende week te gebeuren staat: drie dagen poëzie in de binnenstad van Groningen, dit keer rond het thema ‘goede buren’.

,,De afgelopen jaren hebben we met het festival steeds meer internationale dichters te gast gehad”, legde Scheffer uit. ,,Dit maal kijken we geografisch dichter bij huis. Vanwege Leeuwarden als Culturele Hoofdstad van Europa wilden we weten wat er in Friesland op poëziegebied gebeurt. De openingsavond staat in het teken van Vlaanderen. Wat daar aan podiumdichters actief is, is onvoorstelbaar.”

Zeventig dichters

Over de gebruikelijke optredens in de loofgangen en op het theeveldje van de Prinsentuin vertelde Scheffer niets. Dat daar zaterdag- en zondagmiddag zo'n zeventig dichters optreden, is inmiddels gewoon. Wel kondigde ze voor zaterdagavond ‘inhoudelijke gesprekken’ aan met collega's uit Duitsland en jonge dichters over internationale samenwerking en kansen voor jonge schrijvers.

Het oog bleef even hangen bij een dierenboek in de kast met de elleboog: Waarom de buren nooit deugen van Marc van Roosdaal.

Bij het opkijken begon Jirke Poetijn een verhaal te vertellen over haar buurman Bertram, een uitvinder met een woonkamer vol kastjes en bakjes en dingen die hij ooit nog ergens voor wil gebruiken. In het verhaal verschijnt Bertram, een man die zich kleedt alsof hij op safari gaat, beige afritsbroeken draagt en een beige gilet met volle zakjes, onuitgenodigd op de verjaardag van buurvrouw Jirke. Die daarop haar grenzen aangeeft.

Iemand een lul vinden

Na het applaus trad Myron Hamming naar voren, naar eigen zeggen een halve Surinamer. Volgende week zondag zal hij namens Groningen een battle aangaan met de Friese dichter Geart Tigchelaar. ,,Het mooie van een battle is, dat ik iemand een lul kan vinden, maar als ik dat in een hele mooie zin doe, maakt het niet zoveel uit”, verduidelijkte Hamming de bedoelingen. Dat moesten we even op ons laten inwerken.

Hamming ging ondertussen hardop nadenkend verder. ,,Waar moet je bij de Friezen niet aankomen? Niet aan hun taal. Niet aan hun beroemdheden. Niet aan Sven Kramer. Zeker niet aan Doutzen Kroes. Misschien wel aan Piet Paulusma.” Hij deed een lachwekkende poging tot het spreken in het Fries en struikelde over de juiste uitspraak van Geart. Later bleek hij een workshop te hebben gevolgd, bij spoken word -man Dean Bowen. De tekst voor de battle was nog niet af. ,,Ik heb nog zeeën van tijd. Bedankt dat ik dit mag doen.”

Dit is ons gras

Gedurende twee gedichten van Kees Spiering konden we enigszins bijkomen. Van zijn hand verschijnt eerdaags een nieuwe bundel met jeugdpoëzie voor iedereen vanaf twaalf jaar. ,,Daar hoort u dus ook bij.” ‘Kijk, dit is ons gras’ dichtte Spiering in een welkom voor nieuwe buren. ‘Het is lang en zacht/ en was er al voordat wij hier kwamen/ Wanneer je gaat liggen buigt het zich/ als een moeder over je heen’.

Anna Dijk, ten slotte, was gevraagd de buren van het Prinsentuin te interviewen. Voor het festivalmagazine sprak ze Jos Sanders, bewoner van een huisje in wat ooit een stal was. ,,We organiseren dit festival nu al twintig jaar in de tuin”, schetste SLAG-directeur Scheffer de achtergrond. ,,Het enige wat we met de buren te maken hebben, zijn waarschuwingen van de gemeente over wat wel en niet mag. Het was nooit bij ons opgekomen de buren iets te vragen.”

Dat gezegd hebbende, was het tijd voor de feitelijke presentatie. Omdat buurman Sanders wegens zijn gezondheid niet had kunnen komen, ging het eerste exemplaar naar boekverkoper Allard Steenbergen. Na de bloemen kondigde Scheffer een Friese borrel aan. Berenburg, nagelkaas en worst. Voor de meer chauvinistische Groningers was er wijn.

Festival Dichters in de Prinsentuin: 13, 14 en 15 juli in Groningen.

menu