De Wereldbol Kunstenaar, een van de acts van het festival Art of Wonder in Assen, dat provinciegeld ontvangt.

Provincie Drenthe zet met cultuur de aanval op het coronavirus in. Weg met het pannenkoek- en braderie-imago

De Wereldbol Kunstenaar, een van de acts van het festival Art of Wonder in Assen, dat provinciegeld ontvangt. Foto: Marcel Jurian de Jong

Corona, het zal wel, Drenthe ontwikkelt zich gewoon verder als provincie die in cultureel opzicht steeds meer afstand neemt van het pannenkoek en braderie-imago. Naast ‘behoud’ vallen in de provinciale cultuurnota, opgesteld voor de periode ‘21-’24, minstens even vaak de termen ‘nieuw’ en ‘impuls’ te lezen.

Cultuur om te delen , het stuk waarover Provinciale Staten zich op 30 september buigen, gaat ervan uit dat Drenthe van ruim 18 (2021) tot bijna 19 miljoen in de eigen cultuur steekt. Om de pijn van corona te verzachten stopte de provincie eerder al ruim 1,5 miljoen euro in een noodfonds, waarvan een half miljoen naar het Drents Museum ging, de voornaamste cultuurpijler van de provincie, en 468.000 euro naar de zes belangrijkste theaters.

Dat ‘delen’ in de titel geeft aan dat de provincie streeft naar een bredere cultuurparticipatie, zowel actief als bezoekend. Prof/amateur, ervaren/talent, oud/jong, het moet naar ‘meer’. Anderzijds slaat dat ‘delen’ ook op meer samenwerken, niet alleen in de vier Drentse steden, maar ook met de Groningen en Friesland. Dat heet in ambtelijke taal ‘een effectiever cultuurbeleid op noordelijk landsdeelniveau’. Op streektaalgebied wil de provincie op zoek naar projecten met andere Nedersaksische gebieden.

Niks van Groningen, wel van Drenthe

Via het Poplab (40 mille) en Poppunt (60) moeten urban- en popcultuur impulsen krijgen. Wat betreft de muzieksubsidies valt op dat het Haydn Jeugd Strijkorkest, door het ‘eigen’ Groningen vooralsnog op nul gezet, van Drenthe nog een bescheiden vijf mille krijgt, en het klassieke Peter de Grote Festival zelfs 25 mille per jaar, terwijl Groningen het ook daarin niet meer zag zitten.

Drenthe wil jaarlijks nog maar één grote theaterproductie à la Het Pauperparadijs of de Iemandsland -reeksen ondersteunen, maar juist meer kleinere voorstellingen, op diverse plaatsen. Dat past in het streven om meer bewoners in of dichtbij hun eigen woonomgeving met cultuur in aanraking te brengen. Het project Podium Platteland richt zich al specifiek op dorpen en wijken.

Voor cultuureducatie wordt 488.000 euro uitgetrokken, een forse (daar is het weer) ‘impuls’, mede dankzij de rijksoverheid. Die wilde 24 eurocent per bewoner voor ‘Cultuur met Kwaliteit’ aftikken (=180.000 euro) mits de provincie met eenzelfde bedrag over de brug zou komen. Daarnaast is er geheide bijdrage van 1,2 miljoen aan het veelgeprezen K & C Drenthe, dat zich richt op educatie, participatie en talentontwikkeling.

Festivals in de prijzen

Nieuw zijn de bijdragen aan Festival Veenhuizen, Jeugdtheaterfestival Art of Wonder en Uitmarkt Emmen (alle 35.000) omdat ze naast kwaliteit bieden een publieke functie uitdragen (delen!). Ook het Drèents Liedtiesfestival mag vier jaar een bijdrage tegemoet zien. Naast ‘gearriveerde’ festivals als TT, FestiValderAa, Hello, Puppet International en Internationaal Filmfestival Assen.

‘Grootverdiener’ is het Drents Museum met 5 miljoen op jaarbasis. De PeerGrouP, die na een afwijzing door het Fonds Podiumkunsten dankzij een ministeriële ingreep alsnog vier ton per jaar tegemoet kan zien, ontvangt van de provincie ook nog eens 175.000 (en kan dus blijven), terwijl daarnaast jeugdtheaterinstellingen Garage TDI (160.000) en Loods13 (75.000) in de prijzen vallen. Verder zegt de provincie de productie van films (fictie en documentaire) te willen ondersteunen op projectbasis. Tot nu toe is film altijd een ondergeschoven kindje geweest in Drenthe. Voor de pot ‘incidentele projecten’ is bijna zes ton gereserveerd.

Extra aandacht voor kunst in het landschap

De wil om kunst en landschap meer te verbinden leeft al langer in de provincie, waar dan ook treurnis heerste toen de ambitieuze plannen van Into Nature , dat wilde uitgroeien tot een landelijke biënnale in zijn discipline, bij de aanvraag van Rijkssubsidie op botte wijze werden weggevaagd. Drenthe trekt er jaarlijks wél 125.000 euro voor uit. Daarnaast komt er geld voor kunst in de openbare ruimte die met name jongeren ertoe moeten verleiden om daar een moment stil bij te staan (en het er op school over te hebben).

Opvallend is verder de vraag om aandacht voor de ontwikkeling van het thema ‘Veen’, dat in de Drentse geschiedenis een grote rol speelt, maar wat de provincie betreft te weinig in de hedendaagse reflectie daarop. Er is 75 mille beschikbaar om er wat aan te verbeteren, op welke manier ook. De provincie hoopt dat het Veenpark in Barger Compascuum en de gemeente Emmen een steentje kunnen bijdragen.

Voor behoud van het Drents erfgoed ziet de provincie met lede ogen toe hoe er minder en minder restauratie-vaklieden van de scholen komen. Daar moet, met de inzet van het Erfgoed Arsenaal Drenthe, dringend enthousiasme voor worden gekweekt.

menu