Met een korte voordracht en een bak herrie hield Karel ten Haaf zondag in Groningen zijn nieuwe dichtbundel Nilfisk! ten doop.

Terwijl in café Mulder in Groningen punkband De Fuckups de presentatie van de nieuwe dichtbundel van Karel ten Haaf opschudden, denk ik aan de hoeveelheid papier die ik thuis bewaar.

Ergens tussen dat papier – geen stapels, meer een muur – zit een verslag van een POP-gesprek met de toenmalige chef kunstredactie. Die in 2004 wilde weten hoe ik het schrijven over regionale literatuur voor Dagblad van het Noorden ervoer. ,,Het is niet prettig om in te slapen met Karel ten Haaf", had ik geantwoord.

Kort voor het gesprek had ik van Ten Haaf de roman Bokkenvla gelezen, een boek waarin het sperma rijkelijk vloeit en ook andere dingen gebeuren, maar daarvan kan ik mij niets meer herinneren. Het was mijn eerste kennismaking met de literatuur van Ten Haaf en ik vond het allesbehalve fijn.

K1-vechtsporters

De jaren daarna zou de auteur voortdurend op mijn pad komen. Was het niet met nieuwe romans die uiteindelijk niet verschenen, dan was het wel met uitgaven over K1-vechtsporters, met politiek activisme in de linkerhoek van de stad Groningen, met persberichten waarin werd aangekondigd dat hij zou optreden als dichter. Soms kwam ik hem tegen in het echt: een forse man in een ongestreken t-shirt met een canvas boodchappentas en een stem die je nooit bij 'n man met canvas boodschappentas zou verwachten.

En toen was er in 2007 Meisjespijn , volgens uitgeverij Passage met 544 bladzijden het dikste poëziedebuut ooit, op de rug was een compleet gedicht afgedrukt. Daarna verscheen Mijn nieuwe roman: slechts 47 bladzijden met steeds het woord 'bla'. ,,Een commentaar op de inhoudelijk zwakke literatuur in Nederland", vertelde de schrijver erbij.

Visuele poëzie

Het moet in 2010 zijn geweest, rond het verschijnen van Zieteratuur , zijn overzicht van de concrete en visuele poëzie in Nederland en Vlaanderen, dat het mij begon te dagen dat Karel ten Haaf (Bloemendaal, 1962) wel eens een bijzonder geval in de letteren kon zijn. Een man met een even eenvoudig als een sterk idee over literatuur dat teruggaat tot de jaren zestig. Ooit door hem zelf samengevat in een gedicht: 'Geen gedicht/ Is ook een gedicht'.

Nilfisk! heet de nieuwste dichtbundel van Ten Haaf. Ik bedenk mij in café Mulder dat er een college kan worden gewijd aan Ten Haafs stelling dat de poëzie, als je er oog voor hebt, voor het oprapen dan wel opzuigen ligt. De Fuckups zijn nu halverwege hun set, schat ik. Hoop ik. Ze maken een doelmatig kabaal.

Schalen met bitterballen

De voordracht van Ten Haaf uit Nilfisk! , vlak vóór het optreden van De Fuckups, was kort geweest. Hij had collega-dichter Jan Glas het eerste exemplaar overhandigd en was daarna voorin het café gaan zitten. Al snel kwamen er schalen met bitterballen voorbij – de favoriete snack van Ten Haaf. Over smaak valt goed te twisten met een man van de straat.

Als de verwondering ergens is omslagen in waardering, dan moet het na het verschijnen van Van de straat in 2012 zijn geweest, een bundel poëzie waarvan helemaal niet duidelijk is of het wel poëzie is. Om dit soort kwesties draait het bij Ten Haaf: het niet-bestaande verschil tussen hoge en lage cultuur, de dunne lijn tussen liefde en lust, tussen wat wij denken en voelen, wat wij pretenderen en zijn.

Antikapitalistisch principe

Terwijl De Fuckups het warm beginnen te krijgen (’als je zweet maar goed zit’, roept iemand) schiet mij te binnen wat ik zo waardeerde aan zijn ‘romance’ Hemel en afscheid uit 2016: zijn individualistische en antikapitalistische principe dat een schrijver het publiek niet moet behagen, maar zijn eigen pad moet volgen. Ik zie in de verte Ten Haaf bij een doosje Nilfisks ! zitten. Hij is ouder geworden, net als iedereen.

Vorig jaar, een half jaar nadat hij op Facebook wekenlang minutieus verslag had gedaan van de herinrichting van zijn bibliotheek, dus na het verschijnen van de dichtbundel De vertaling van Herbie Hancock , begon het verhaal de ronde te doen dat bij hem longkanker was geconstateerd, met uitzaaiingen tot in de nek aan toe. Het verhaal bleek non-fictie.

Heftig proza

In Nilfisk! heeft hij er poëzie van proberen te maken. Doodziek zijn en dan toch blijven dichten. Dat is iets. Dan kun je wat. Dan ben je iemand. En er staat ook nog een roman op stapel: Tijd te verliezen. Heftig proza. Dat belooft wat.

De Fuckups ronden nu in café Mulder hun laatste bijdrage af. In nog geen half uur hebben ze tien nummers gespeeld. Hoogste tijd om een bundel te laten signeren. Nu is het nog droog.

De dichtbundel Nilfisk! van Karel ten Haaf is verschenen bij uitgeverij Passage . Prijs: 14,50 euro (68 blz.)

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur