Stefan Nieuwenhuis.

Stefan Nieuwenhuis schreef een vrolijk boek over dichters. Of is het een afrekening?

Stefan Nieuwenhuis. Foto Corné Sparidaens

Net geen negen jaar na zijn benoeming tot stadsdichter van Groningen is van Stefan Nieuwenhuis een roman verschenen waarin iemand hoopt te worden benoemd tot stadsdichter. ‘Dit is geen sleutelroman.’

Stefan Nieuwenhuis is niet helemaal op zijn gemak. Dat komt zo: op internet is een fragment verschenen uit zijn roman Zo vergeefs is het niet . Daarin wordt gefulmineerd tegen een letterenorganisatie die het hele jaar geen bal uitvoert en in juli, als iedereen met vakantie is, een geweldig groots opgezette dag organiseert rondom alle thema’s waarvoor ze subsidie krijgt.

Met een roestig mes een zuur appeltje schillen

Zonder context, vreest Nieuwenhuis (Eerbeek, 1972), zonder te weten dat het fragment voortvloeit uit een boze bui van een toch al gefrustreerde dichter, zouden mensen zomaar kunnen denken dat Nieuwenhuis hier met een roestig mes een zuur appeltje schilt. Dat hij met zijn nieuwe roman over een dichterskliek afrekent met het literaire leven waar hij zelf, op zijn eigen wijze, deel van uitmaakt.

,,Dat is niet mijn bedoeling geweest”, zegt Nieuwenhuis.

,,Ik heb een enorme fascinatie voor subculturen”, vervolgt hij. ,,Als ik in de krant lees dat een scheuring is ontstaan in de modelspoorbouwvereniging omdat iemand kritiek had op de locomotief van een ander, of omdat iemand rails zou hebben verbogen, dan kan ik daar enorm van genieten. Over zo’n wereldje, waarin lullige dingetjes superserieus worden genomen en de boel onder spanning zetten, daar wilde ik over schrijven.”

‘Ik wilde ook serieus meedoen, de dichtkunst bedrijven’

En zo kwam de dichterswereld in beeld. Omdat ook in de dichterswereld sprake is van een combinatie van hobbyisme en grote ambities, stelt Nieuwenhuis. Omdat hij die wereld zelf kent. Of moet hij zeggen: kende? ,,Ik heb er middenin gezeten. Ik was lid van De Dichtclub, waar werd gelachen om mijn fratjes. Maar ik wilde ook serieus meedoen, de dichtkunst bedrijven. Ik ben stadsdichter geweest. Geweldig vond ik het. Daarna gingen we langzaam aan uit elkaar, de dichterswereld en ik.”

Zo vergeefs is het niet vertelt over de zelfingenomen, wijnslurpende, vleesetende Hein Heusz, die ‘uit alle macht een dichterlijk bestaan leidt’. Heusz wil erkenning, stadsdichter worden. Obsessief probeert hij zijn kansen te vergroten: tijdens knullig georganiseerde poëzieroutes, tijdens rommelig verlopen bundelpresentaties, tijdens chaotische kroegavondjes waar dichters nieuw werk presenteren. Tussendoor probeert hij gedichten te schrijven en uitgegeven te krijgen.

Wrevel waar alleen de mensen in het kringetje weet van hebben

,,Tijdens mijn stadsdichterschap zag ik zoveel waarvan ik dacht: Dat is leuk om over te vertellen. Niet alleen in Groningen, maar ook daarbuiten. Haarlem, bijvoorbeeld. Daar is het laatst weer helemaal misgegaan met de benoeming van de stadsdichter. In andere steden is net zo goed dichtersgedoe. En met gedoe bedoel ik gefriemel en wrevel waar alleen de mensen in het kringetje weet van hebben en zich druk over maken.”

Zoals de gelijkstelling van winnaars van schrijfwedstrijden aan dichters die bij echte uitgevers publiceren, wat heel iets anders is dan in eigen beheer. Zoals het altijd maar weer optreden in ruil voor twee consumptiebonnen. Zoals gedichten en bundels met titels als Z o diep de lans gestoken , Mij past geen vlagvertoon , Hand vest en Beenvocht mensresidu . Zoals de vileine weblogverslagjes over slecht bezochte bijeenkomsten met een piepende microfoon. Zoals het schermen met nooit behaalde prijzen.

Wie is toch de spil in het dichterlijke leven van Groningen?

Wie een beetje thuis is in het literaire leven van Groningen kan sommige personages verwarren met bestaande figuren. ,,De dichters in deze roman zijn geïnspireerd op de dichters die ik ken, maar zo dat ze ook kenmerken van andere dichters hebben gekregen”, schetst Nieuwenhuis. ,,Omdat je in een stad niet veel uitgevers hebt, zul je bij uitgever Jan Hampelman misschien aan die ene uitgever denken, ook omdat hij de spil is in het dichterlijke leven hier.”

Uitgeverijen die de eindjes aan elkaar moeten knopen zijn kenmerkend voor de dichterswereld, stelt Nieuwenhuis. ,,Dat is niet alleen zo in Groningen, maar ook in Nijmegen en Tilburg. Zoals er dichters zijn, zo heb je uitgevers. Iemand als Hampelman heb je ook in Arnhem. Of Haarlem. In het boek zitten drie uitgevers. Een heel persoonlijke, een afstandelijke en iemand die de boel komt opschudden en na twee jaar weer is vertrokken.”

‘Je hebt altijd en overal mensen die zuur zijn’

Als de kritiek op, bijvoorbeeld, het functioneren van een letterenorganisatie niet uit de schrijver zelf komt, waar komt het dan wel vandaan? ,,Bij dichters”, zegt Nieuwenhuis stellig. ,,Sommige dichters zijn permanent boos dat zij geen subsidie krijgen voor hun plannen terwijl die volgens hen aan alle criteria voldoen. Je hebt altijd en overal mensen die zuur zijn dat anderen wel geld krijgen en zij niet.”

De pretenties in een dichterswereld zijn net zo groot als het amateurisme. Over de procedure rond de benoeming van de stadsdichter door de gemeente lezen we: ‘Degene die over de Stadsdichter gaat zit al anderhalf jaar in de ziektewet en haar vervanger is met zwangerschapsverlof. Haar taken zijn sinds begin deze maand overgedragen aan een stagiaire, die eergisteren haar laatste stagedag had.’

Hopen dat de nieuwe generatie geen last van frustraties

Gevraagd naar het autobiografische karakter van zijn roman, vertelt Nieuwenhuis dat hij een tijdlang verkeerde met mensen die graag van de poëzie zouden leven. ,,Maar dat is niemand gelukt. En de schuld lag natúúrlijk niet bij ons. Het kwam doordat de Randstad ons niet wist te vinden. Wij mochten nooit in De Wereld Draait Door . Ze lustten ons niet. De hele machinatie was tegen ons. Ik mag hopen dat de nieuwe generatie geen last van heeft van dat soort frustraties.”

Als romans een afspiegeling zijn van de werkelijkheid, wat zegt dit boek dan? ,,De titel impliceert dat het goed komt als je doorzet. Dat mag zo zijn, maar dan moet je wel van tevoren de juiste doelen stellen. Je kunt ook vooraf bedenken: doe ik wel iets wat anders is dan wat anderen doen? Inzien dat het een leuke bezigheid is. En dat niet laten vergallen door ambities die, als ze niet verwezenlijkt worden, je geluk in de weg zitten.”

Zo vergeefs is het niet is geen sleutelroman, benadrukt Nieuwenhuis nog maar eens. ,,Het gaat over hoe een subcultuurtje in elkaar steekt. Het is een inkijkje. Je kunt het woord dichter ook vervangen door geitenfokker, filatelist, stripmakers of verzamelaar van reggaesingles. Ik heb dit boek niet geschreven als afrekening. Een afrekening is zuur, dat is niet leuk lezen. Het is een vrolijk boek. Ik hoop dat dat overeind blijft.”

#

Zo vergeefs is het niet van Stefan Nieuwenhuis is verschenen bij uitgeverij Douane. Prijs: 19,50 euro (310 blz.)

menu