Illustratie: Infographics DvhN

Elke dag een tv-recensie: Het Journaal is ons anker (maar de kapper wordt gemist)

Illustratie: Infographics DvhN

Als de gong had geklonken, het Journaal begonnen was en iemand waagde het toch nog zijn kwek open te trekken, dan volgde direct een reprimande. Door het nieuws praatte je geen seconde heen.

Begonnen op 5 januari 1956 is het Journaal van acht uur in zijn 65ste levensjaar nog altijd een nationaal anker, met tussen 2,5 miljoen en 3 miljoen kijkers per aflevering. Wij spreken hier nuchter van ‘presentator’, Amerikanen combineerden hun gevoel voor show al vroeg in de tv-historie met een dieper besef van diens rol en gaven hem de titel ‘anchorman’, inderdaad letterlijk ankerman. Als de wereld bijna kapseisde, hield de ankerman het volk op zijn plek.

Gerri Eickhof en Ron Fresen

De wereld helt momenteel nogal over, maar Rob Trip krijgen ze niet gek en daarmee ons evenmin. In Hilversum begint de victorie. De enige zichtbare invloed van de coronacrisis op het karakter van het Journaal is een direct gevolg van het nationale kappersverbod. We zaten helemaal klaar voor een paar minuten Gerri Eickhof, wiens coupe gestaag richting ravage groeit, maar helaas. Politiek commentator Ron Fresen was er wel. Door zijn omhoog klimmende witte sprieten leek het alsof hij zijn haar met een statische ballon had gekamd.

Voor het overige viel er uiterlijk weinig bijzonders te ontdekken. De uitstekende China-correspondent Sjoerd den Daas oogde doeltreffend met kap (mond) en cap (hoofd) in de Honda-fabriek. Maar had Kysia Hekster, in de wind voor het Erasmus Ziekenhuis, zo met haar oorbellen staan prutsen dat ze, eenmaal in beeld, er alleen eentje aan haar rechteroor had kunnen hangen?

,,Fashion statement”, klonk het uit de wijze hoek van de kamer. Niks loos. Het Journaal is en blijft een constante in ons bestaan. Onbewogen.

menu