Freek de Jonge knutselt een terras. Het kan weer...

Recensie: Freek de Jonge beitelt in anderhalf uur een monument met 'Asociale afstand'

Freek de Jonge knutselt een terras. Het kan weer... Foto: Duncan Wijting

Draagvlak...? Bij Freek de Jonge geen punt. In anderhalf uur Asociale afstand beitelt hij een monument. Geen mens is geneigd het omver te trekken.

Freek is binnen in Noord-Groningen, het vlakke land dat hij al heel lang kent. Op de deel van Eetcafé De Boerderij in Oosterwijtwerd heerst zaterdag onder de honderd m/v de sfeer van (een vol) Carré. Onder alle omstandigheden neemt Freek de Jonge zijn publiek op sleeptouw.

Dat is niet verbazingwekkend. De omstandigheden zet hij vanzelfsprekend naar zijn hand. Geen enkel programma van hem draagt de signatuur van een verplicht nummer. Dat komt omdat de productiefste onder onze vaderlandse theatermakers geen ervaring heeft met routineklussen. Dus zindert en sprankelt het.

Fulltime verontwaardigd

Freek is fulltime verontwaardigd en, waar nodig, ontleent hij als analyserend cabaretier de extremen aan de hand van situaties die zich de laatste vier maanden voordoen als het gevolg van wat beleid heet. Hij becommentarieert het applaus voor de ‘helden van de zorg’, onze neiging om de gekste dingen te ondernemen, zoals op tv Het echte leven in de dierentuin te volgen, of alles wat waar is fake te noemen. Het kan niet missen, Rutte (‘thuis douchen’) is vaak in beeld.

Een conclusie mijdt hij niet. „We leven in een totaal krankzinnige tijd: de eerste lading toeristen uit Kroatië is terug, we zitten inmiddels in de vierde golf.” Op het handig in elkaar geknutselde podium maakt hij briesend gewag van Tweede Pinksterdag, toen de terrassen open mochten. Het is puur een kwestie van sarren – vindt hij – dat dit niet op Eerste Pinksterdag kon.

Ter illustratie van de verwarring sjouwt hij een bundel stoelen en twee tafeltjes het toneel op, suggereert dat er peper en zout staat, in plaats van pepperspray. „Het gaat er in het leven toch om dat je je vrij moet voelen.” De Jonge tast in deze scène met zijn heftige expressie en mimiek naar de ultieme vorm van theater waarop hij na al die jaren patent geniet.

Pleidooi voor zelfbeheersing

We willen zijn verhalen horen. Uiteraard onder de restrictie dat het ‘weer kan.’ Daar heeft hij een lied op in de finale, een parafrase, op de melodie van Als de dood , een van de bekende nummers uit zijn repertoire. Maar de woeste hilariteit kapt Freek af. Het wordt stil als hij een pleidooi ontsteekt voor zelfbeheersing en zijn visie deponeert op onderwerpen als racisme en de moeders in de verzorgingshuizen „Ze doen maar wat. Intensive care op afroep, 85 jaar als uiterste houdbaarheidsdatum...? Doe in het nieuwe Nederland iets aan het systeem.”

Het lot is wat we hebben doorstaan en wat ons is overkomen, zegt hij. Maar als de mens het heft in handen neemt, vallen de meest onmenselijke beslissingen. Jawel. Er was eens... Het sprookje van Mondkapje, inclusief een vrije rol voor De Wolf. Asociale afstand is er, omdat Freek de Jonge genadeloos van zijn vak houdt. „Ik wil graag terug in de gezelligheid.”

Nog te zien op 18 en 19 september in de Stadsschouwburg Groningen.

menu