Jildau Nijboer

Headliners: Afgestudeerde en veelbelovende kunstenaars

Jildau Nijboer

Onder de noemer Headliner s presenteren studenten van Academie Minerva en het Frank Mohr Instituut tot en met donderdag 28 juni in de voormalige Suikerfabriek in Groningen het werk waarmee zij zijn afgestudeerd. Dagblad van het Noorden sprak vier kunstenaars.

Jildau Nijboer (Leeuwarden, 1994)

,,Ik ben iemand die heel druk kan zijn in het hoofd, maar soms zie ik beelden waardoor ik even stil val. Die beelden zie ik zoals ik ze laat zien op dit witte schot met beschilderde cirkels en geprojecteerde cirkels. Ik kijk vaak door mijn vingers. Dan maak ik een rondje, een klein zoeklicht en probeer zo het beeld te isoleren. Ik zie fragmenten. Dit gaat over het vangen van fragmenten.

Er is een proces voorafgaan voor ik dit kon maken. Ik heb vijf jaar gestudeerd waarin ik veel heb geëxperimenteerd. Anderhalf jaar geleden heb ik een tijdje objecten uit tijdschriften geknipt. Op de achterkant van die objecten stonden fragmenten van foto's die ik nauwelijks meer kon herkennen. Die fragmenten ben ik gaan schilderen op ronde vormen. Dat is het startpunt voor dit werk geweest.

Spelen met grenzen

De wereld waarin wij leven bestaat uit een ontelbare hoeveelheid fragmenten en ontelbaar veel kleine overgangen tussen die fragmenten. Dat heb ik proberen te vangen in schilderwerk en videobeelden. Wat ik doe is spelen met fragmenten en verschillende disciplines: schilderen, fotografie, video. En ik speel met grenzen. Wanneer vloeit iets in elkaar over, wanneer herken je nog wat je ziet en wanneer niet meer? Wanneer is sprake van serendipiteit? Wanneer heb je nog grip en wanneer niet meer?

Mijn werk gaat over waarnemen en tegelijkertijd over verstilling en verwondering voor alles om je heen. Het gaat er niet om dat je 'leuke dingetjes' ziet. Het gaat er om dat ik denk dat het goed is af en toe stil te staan, om tijd te nemen en aandacht te hebben.

Helpen bij beschouwen

Ik heb de opleiding docent beeldende kunst en vormgeving gevolgd. Dat betekent dat ik ook lessen mag geven. Het mooie is dat je dan aan de andere kant kunt staan, dat je niet alleen dingen maakt, maar ook kunt beschouwen en anderen daarbij helpen, omdat je weet hoe iets gemaakt wordt. Dat je mensen kunt helpen zich open te stellen voor andere beelden en culturen.

Toen ik op de academie kwam, was ik vooral bezig met tekenen. Video en fotografie zijn daar bijgekomen. Eerst deed ik alles apart, later ben ik gaan combineren. Wat ik de afgelopen jaren heb geleerd, is spelen. Minerva is er om te leren spelen en zelf regels te leren maken. Zo zie ik het kunstproces: als een groot spel waarbij je zelf de regels moet bedenken, waar je je vervolgens niet aan kunt houden en toch kunt winnen. Dat geeft veel vrijheid, maar weinig houvast. Zeker in het begin was dat wennen.

Hierna wil ik een master gaan volgen – komend jaar of het jaar daarna, want ik ben een beetje laat met aanmelden. Als het het jaar daarna wordt, wil ik eerst gaan werken of stagelopen en in de tussentijd mijn beeldende werk verder ontwikkelen.”

Carolina Burandt (Bremen, 1992)

,Ik heb een garderobe gebouwd, een toonbank met een plek waar je jassen kunt achterlaten en weer ophalen. Verschil met een normale garderobe is dat deze met een ruilprincipe werkt. Mensen laten persoonlijke informatie achter en krijg in ruil daarvoor een door mij gemaakt pak, een nieuwe identiteit, en het verzoek een oefening te doen. Na afloop volgt dan een gesprek.

loading

Het is een onderzoek naar Flurmomente , een door mij verzonnen woord voor wat er gebeurt op plekken waar verschillende mogelijkheden zijn, situaties die voorafgaan aan transities. Het idee voor dit werk voert terug op een gezegde van mijn oma toen ik niet wist wat ik wilde. Zij zei: ‘Als alle deuren open staan, sta je in de gang.’ Ik denk dat het een ervaring is die meer mensen hebben. Het kan je verlammen, maar het kan je ook verscheuren.

Wat vooraf gaat aan de verandering

Je komt een gang vaak onbewust binnen, juist omdat je gefocust bent op je doel, op wat zich achter de deur bevindt. Ik denk dat het interessant is om je bewust te zijn van wat zich daarvoor afspeelt, in de gang dus. Eerder heb ik een wachtkamer gemaakt, om te onderzoeken wat er gebeurt als er niets gebeurt. Hier gaat het er om wat vooraf gaat aan de verandering en wat er bij komt kijken als je een verandering wilt bewerkstelligen.

Ik ben naar Groningen gekomen om psychologie te studeren. Na een jaar ontdekte ik dat er ook een kunstacademie in de stad was en heb ik mij aangemeld. Omdat ik niet kon kiezen, heb ik uiteindelijk twee studies gevolgd. In 2016 ben ik afgestudeerd in de psychologie. Daarna heb ik een jaar in Berlijn gezeten, een beetje werken, een beetje niksen, niet goed wetend wat te doen. Toen heb ik het advies van mijn moeder opgevolgd en ben ik teruggekeerd naar Groningen.

Het is niet nodig om stil te staan

Als ik het vergelijk met mijn studie psychologie heb ik op Minerva geleerd te experimenteren. Ik heb ook geleerd mijzelf te vertrouwen en niet bang te zijn voor instabiliteit. Ik heb leren inzien dat er niet één waarheid is, maar verschillende manieren van denken en kijken bestaan. Ik heb ook geleerd dat er altijd alternatieven zijn, dat het niet nodig is om stil te staan, dat veranderingen iets goeds kunnen opleveren. Ook het jaar in Berlijn heeft iets opgeleverd: waardering voor wat ik Groningen heb gepresteerd.

Nu ga ik eerst wat geld verdienen, in Duitsland. Verder heb ik mij aangemeld voor een master-opleiding; ik ben in afwachting van bericht. Ik overweeg stage-design in Berlijn, performance in Hamburg en multi-disciplinaire opleiding in Arnhem. Maar ik denk ook aan een jaar vrij om wat ervaring op te doen met het ‘echte leven’ om daarna een master-opleiding te volgen. Dus ja, ik sta opnieuw in de gang. Dat zal wel altijd zo blijven.”

Vasiliki Riala (Cyprus, 1995)

„Ik zocht een plek om mijn opleiding te vervolgen, om kunstschilder te worden. Daarvoor ben ik naar Duitsland gegaan, waar ik taallessen heb gevolgd, maar ik werd niet toegelaten. Mijn zus studeerde al in Groningen, op het conservatorium, dus ik wist dat de stad bestond. Het gebeurde gewoon. Heel spontaan. Tegelijk was het een enorm avontuur. Heel intens.

loading

De afgelopen vier jaar heb ik met verschillende vormen van kunst geëxperimenteerd. Het begon weliswaar met schilderen, maar daarna kwamen fotografie en video erbij, en performance. De laatste tijd heb ik me ook toegelegd op schrijven en het maken van installaties. Ik hoop dat het blijft veranderen, dat ik meer terreinen kan verkennen en nieuwe vormen kan ontdekken.

Minerva is als een dorpsgemeenschap

Toen ik in Groningen arriveerde, was ik niet zo bewust van wat ik met deze studie wilde bereiken. Wat ik uiteindelijk heb bereikt, is dat ik mensen heb leren kennen die mij hebben geholpen mijzelf te ontwikkelen. Minerva is als een dorpsgemeenschap. Het gaat niet alleen om de relatie tussen student en docent, maar ook, of misschien vooral, om de relaties tussen studenten onderling en hoe we met elkaar iets voor elkaar proberen te krijgen. Het belangrijkste wat ik geleerd heb, is dat alles wat er gebeurt een les kan zijn.

Het laatste semester van mijn studie draaide om het idee van loslaten. Dat zette mij aan het nadenken over waar ik mij het meest mee verbonden voel: mensen en mijn planten. Omdat ik binnenkort wegga uit Groningen, besloot ik voor mijn eindexamen een installatie te maken met behulp van de planten uit mijn kamer. De planten vertegenwoordigen mij en de mensen om mij heen. In de grond van het eiland zit een geluidsopname verstopt met een door mij geschreven tekst.

De poëzie van het dagelijks leven

Als kunstenaar ben ik geïnteresseerd in de poëzie van het dagelijks leven. Voor mijn werk maak ik gebruik van alledaagse dingen die ik zo'n draai wil geven dat ze een nieuwe functie krijgen. Soms is die functie tegengesteld aan de oorspronkelijke functie. Ik speel graag met dat paradoxale. Dat doe ik ook in mijn teksten waarin ik woorden gebruik die uit de wetenschap of religie afkomstig zijn, maar door mij bewust anders worden gebruikt zodat ze een nieuwe betekenis krijgen.

Ik heb mijn installatie bewust klein gehouden, ik wilde dat mijn werk laten opgaan in de ruimte van dit gebouw. Het is bijna onzichtbaar. En heel persoonlijk. En een beetje melancholiek. Straks keer ik terug naar Cyprus. Ik ben benieuw wat ik er aantref. Ik ben vijf jaar weggeweest. Een duidelijk plan voor de toekomst heb ik op het moment niet. Ik zie wel wat er gebeurt en welke vorm mijn leven zal aannemen. Ik ben benieuwd.”

Sanne Boekel (Groningen, 1995)

,,In mijn winkel verkoop ik barricadebarbies, protestpoppen en actiefiguren. Het zijn allemaal moraalridders die stelling nemen in de stellingkast en een standpunt verkondigen. De moraalridders in mijn winkel zijn een metafoor voor de moderne activist die heel erg makkelijk schreeuwt. Het zijn er veel. Als je een moraalridder hebt, heb je een activist. Heb je er meer, dan heb je een protest.

loading

Ik heb hier een kieswijzer liggen, zodat je kunt laten zien of je voor of tegen bent. Ik heb volgeschreven kassarol met de prijs van het activisme. Ik heb boeken die ik de afgelopen jaren heb gemaakt. Ik heb een Fik er in!-automaat met luciferdoosjes waarin ik boekjes heb gestopt. Daarin presenteer ik mijzelf als visual arsonist en geef ik mensen de gelegenheid een protest te doen ontbranden.

Hoe maak ik een punt?

Ik wil klanten in de winkel uitnodigen na te denken en zich te bewegen door een ruimte waarin ik activisme bevraag. Dit project is begonnen met het maken van boeken. In één daarvan positioneer ik mezelf als iemand die zich afvraagt: Wat vind ik eigenlijk en hoe maak ik een punt? Vervolgens ben ik gaan kijken naar een kunsthistorische context.

Zo kwam ik op het spoor van Joseph Beuys, Albert Camus en Friedrich Nietzsche. Ik heb proberen te ontleden waarom zij vinden dat artistieke interventies nuttig zijn in een ruimte waar toch al heel veel meningen worden verkondigd, en wat hun ideeën zijn over hoe je kunt bouwen aan die ruimte. Ook heb ik de punkbeweging bestudeerd.

Veel output, maar geen dialoog

Ik sta ambivalent tegenover activisme. Dat is begonnen toen ik stage liep in Berlijn en merkte dat een overdaad aan schreeuwers niet per se efficiënt is. Als iedereen schreeuwt, wie luistert er dan nog? We nemen makkelijk stelling en zijn daarin niet altijd even vasthoudend. Via internet is het makkelijk om een mening te verkondigen en vervolgens weer verder te gaan. Veel output, maar geen dialoog. Het is wat Eva Rovers zegt: ‘Je punt maken is wat anders dan je doel bereiken.’

Ik denk dat mensen zich steeds bewuster zijn dat ze een rol kunnen spelen en sneller gebrand zijn op het innemen van een stelling. Misschien komt het door het internet, dat stelt ons in staat ons makkelijk in vraagstukken te mengen. We krijgen zoveel informatie binnen, het is bijna eng om geen stelling te nemen, ook omdat mensen dan kunnen denken dat je van ‘de andere partij’ bent.

Voor en tegen heel veel dingen

Tegelijkertijd zie je dat stelling nemen iets luchtigs wordt. Mensen noemen zich al geëngageerd als ze een punt hebben gemaakt, maar vervolgens gaan ze niet tot actie over. Je punt maken is niet hetzelfde als je doel bereiken. Ik ben zelf voor en tegen heel veel dingen. Soms kies ik er voor om er niets mee te doen. Ik neem wel stelling, maar geef er geen vervolg aan. Dat is niet omdat ik het niet belangrijk vind, het is meer omdat ik vind dat ik niet de juiste persoon ben om die stelling te verkondigen.

Kunst is een heel belangrijke manier om dat wat verder gaat dan woorden visueel te maken. Voor mij als vormgever en illustrator is kunst een manier om dingen leesbaar en inzichtelijk te maken. Over vormgevers wordt vaak gezegd dat ze alleen maar met vorm bezig zijn, en niet met inhoud, en dat het dus leeg is. Ik denk dat je als vormgever door de beeldtaal die je gebruikt juist heel sturend bezig kunt zijn.

Denkrimpels en grijze haren

Het is geen eenvoudige materie. Ik ben voortdurend bezig om mijn eigen positie te bevragen. Tegelijkertijd wil ik als vormgever laten zien hoe mensen zich tussen de hoeveelheid meningen en stellingen zouden kunnen bewegen. Ik wil mensen uitdagen na te denken over hun positie. Nadenken is best belangrijk. Als dit straks voorbij is heb ik er vast een paar denkrimpels bij, en misschien zelfs grijze haren.

Heel even heb ik getwijfeld of ik geschiedenis moest gaan studeren. Ik ben blij dat ik voor Minerva heb gekozen, omdat ik denk dat ik de ideale voedingsbodem heb gekregen om te onderzoeken wie ik ben als mens en ontwerper – die twee zijn gedurende mijn studie bij elkaar gekomen. De academie is kleinschalig, maar biedt veel mogelijkheden. Ik denk dat ik ze allemaal benut heb.

Wat er nu komt? Ik heb een zeefdrukstudio gekocht, die ga ik in Groningen opzetten. Het pand is gevonden. Vet spannend. Wat ik verder wil is verder met één van mijn boekjes, De Moraalridder, daar wil ik een blad van maken waar ook andere kunstenaars bijdragen aan kunnen leveren, en dan zo dat verschillende standpunten aan de orde kunnen komen. Ze hoeven niet per se tegengesteld te zijn, maar moeten wel anders zijn.”

menu