Artist impression van het Imaginaire Eiland.

Helemaal niets doen is geen optie, dus wordt festival Oerol dit jaar een 'imaginair eiland'

Artist impression van het Imaginaire Eiland. Ontwerp: Else Boekema en Peter Boorsma

Het Oerol-festival geeft opening van zaken over hoe het er dit jaar uit gaat zien. Het wordt een virtueel festival, thuis mee te maken, onder de noemer ‘Het imaginaire eiland’.

Normaal gesproken trekt Oerol ieder jaar zo’n 50.000 bezoekers naar Terschelling. Dat zit er dit jaar niet in: de maatregelen rond het coronavirus laten dat niet toe. Maar helemaal niets doen? Dat is nooit een optie geweest, zegt algemeen directeur Siart Smit.

,,Al denken we nu: mijn god, wat hebben we ons op de hals gehaald. Maar het is heel fijn om weer in die energie te zitten. Makers zitten niet stil, het publiek heeft verwachtingen. En het gaat ook gewoon om werkgelegenheid. We moeten vooruit, kijken wat kan. We weten niet hoe lang dit duurt.”

Van meet af aan werd ingezet op een ‘virtueel’ programma, mee te maken waar u ook maar bent - als u maar een scherm voor u heeft, en goede wifi en/of een royaal mobiel abonnement. ,,Maar wel gelijktijdig met vele anderen.”

Een thema per dag

Het virtuele festival gaat plaatsvinden van maandag 15 tot en met vrijdag 19 juni. Elke dag krijgt een eigen thema. ,,Die thematiek heeft te maken met de vraag hoe we de toekomst in gaan richten”, zegt Smit. Het eerste thema is ‘toekomstbouwers’, het laatste, op de afsluitende vrijdag ‘de kracht van kunst en verbeelding’. De andere thema’s staan nog niet vast.

Het uitgangspunt is een platform of interface , dat als een soort radarscherm over het eiland hangt. De virtuele bezoeker kan op verschillende punten kiikken om dan een bepaalde activiteit mee te maken, virtueel tenminste. ,,Je gaat mee met een boswachter van Staatsbosbeheer, of met een wandeling van iemand die een podcast maakt.”

Op andere plekken is er een live-moment te zien van een van de deelnemende artiesten. Daaronder zijn Laura van Doiron, Femke Idema (die ‘omhelspakketten’ maakt), Michiel Voet, Kompagnie Kistemaker, Marc van Vliet (wiens pop-up-land-art-kunstwerken over het eiland zwerven) en de vertellers van vertelhuis Mezrab. In totaal doen er zo’n 20 makers mee, ,,in plaats van de 175 die we anders hadden gehad. Dit is een heel andere schaal.”

Ook voedsel, belangrijk in de Oerol-thematiek, krijgt een plek. ,,We zijn bezig met het voedsel van de toekomst”, zegt Smit. Dus is het mogelijk om samen ,,festivaleten” te maken., ,,met bijvoorbeeld een videotutorial van de eilander kok Flang Cupido. Dat beleef je dan individueel, maar wel samen.” Er komen ook ‘Oerolboxen’ te koop, met ingrediënten van het eiland (,,een keer geen cranberry’s”), en van het voedsel van de toekomst, maar ook zakjes Waddenzand en flesjes Waddenwater.

Cornald Maas zoekt het Oerol-gevoel

De programmering van televisieprogramma Opium wordt in het virtuele programma geïntegreerd. Presentator Cornald Maas gaat met verschillende gasten, zoals Typhoon en Paulien Cornelisse, het eiland over, op zoek naar het Oerol-gevoel. Ook Ruben Terlou en Splinter Chabot toen mee. Dit programma wordt grotendeels vantevoren opgenomen.

Het imaginaire eiland is in principe vrij te zien, maar kijkers worden wel aangemoedigd om een donatie te doen, ,,wat bij je portemonnee past. Cultuur is niet gratis. Dit is geen gepoijst programma, wat we nu hebben is twee weken oud en alles wat we doen is straks in zes weken ontwikkeld. Ga met ons het avontuur aan, kijk of het werkt. Neem wel je verbeelding mee, anders lukt het niet.”

menu