NNO-violisten Lianne van den Berg en Michiel Klep krijgen, onder toeziend ook van Marcel Mandos, aanwijzingen van Antony Hermus. Op de achtergrond Jan Ruerd Oosterhaven.

Het Noord Nederlands Orkest is op weg naar een nieuwe wereld

NNO-violisten Lianne van den Berg en Michiel Klep krijgen, onder toeziend ook van Marcel Mandos, aanwijzingen van Antony Hermus. Op de achtergrond Jan Ruerd Oosterhaven. Foto: DvhN

Musici van het NNO kwamen dinsdag, voor het eerst sinds het laatste concert op 11 maart, bijeen om samen te spelen. Nou ja, min of meer.

,,Ik mis mijn collega’s”, zegt violist Michiel Klep tegen dirigent Antony Hermus als ze elkaar begroeten. ,,Ik mis het om mijn pak aan te trekken voor een concert. Ik mis het samenspelen.” Met collegavioliste Lianne van den Berg staat hij op het podium van de Grote Zaal in de Groningse Oosterpoort. In pak, want vandaag mag hij weer.

Ze zijn met zijn tweeën, op anderhalve meter van elkaar vanwege de coronaregels. Hermus, de vaste gastdirigent van het orkest, neemt plaats aan een tafeltje aan de zijkant van het podium, naast opnameleider Jan Ruerd Oosterhaven. De Grote Zaal is leeg, op artistiek leider Marcel Mandos en een journalist na.

‘Iets meer bite’

Op het podium staan zes microfoons en een camera, in de zaal hangt nog een tweede camera. Vandaar de nette kleren. De musici spelen op een door Hermus en Oosterhaven gemaakte clicktrack twee korte passages uit Dvoráks Negende symfonie ‘Uit de nieuwe wereld’ .

Hermus dirigeert voor zichzelf mee. ,,Prachtig”, zegt hij na de eerste take . ,,Maar kunnen jullie iets meer marcato spelen, zodat de muziek wat meer een bite krijgt?”

In twee dagen tijd ontvangen Oosterhaven en Hermus zo’n 35 NNO-musici in De Oosterpoort, die in tweetallen of alleen hun partijen inspelen. ,,De rest speelt de muziek thuis in op de telefoon”, vertelt Hermus. ,,Een enorm kwaliteitsverschil met deze opnames”, zegt Oosterhaven. ,,Het wordt nog een heel puzzelwerk om al die partijen goed te mixen.”

‘Wij moeten onszelf als orkest opnieuw uitvinden’

Volgende week volgen filmopnames op het Groningse platteland. Het Noord Nederlands Orkest hoopt de mini-film, geregisseerd door Arno Cupédo, begin juni te kunnen presenteren. ,,Het wordt een vervreemdend filmpje met ruim twee minuten muziek”, vertelt Mandos. ,,Surrealistisch, net als de tijd waarin we leven.”

Niet voor niets is voor muziek uit Dvoráks Uit de nieuwe wereld -symfonie gekozen. ,,We zijn op weg naar een nieuwe wereld”, zegt Mandos. ,,En het is nog volstrekt onduidelijk hoe die wereld er voor de symfonieorkesten uit gaat zien. We zullen onszelf opnieuw moeten uitvinden.”

De artistiek leider denkt momenteel aan programma’s met kleinere bezettingen. ,,Een Achtste symfonie van Mahler of de Negende van Beethoven, zoals we van plan waren, is onder deze omstandigheden een utopie. De seizoenbrochure is klaar, maar ik hou er rekening mee dat de hele programmering op zijn kop gaat.”’

‘Opnieuw leren ademhalen’

Hoofd orkestzaken Piter Zwart heeft uitgerekend dat het NNO in de anderhalvemetersamenleving nog met maximaal 60 man op het podium kan staan. ,,Als je dan twee concerten op een avond geeft, met per keer 250 bezoekers in de zaal, bereik je toch nog 500 mensen”, zegt Mandos. ,,Geen verdienmodel, maar een begin.”

Maar welke muziek speel je dan? En hoe? Mandos: ,,Daar denken we hard over na. Een orkest ademt, het is een organisme, een horloge met radertjes die in elkaar grijpen. Als je op anderhalve meter van elkaar zit, dan is het mechanisme verstoort en moet je opnieuw leren ademhalen. Je moet opnieuw leren samenspelen.”

Dit filmpje is een eerste stap naar de nieuwe wereld, zegt Mandos. Begin juni volgt de tweede. ,,Dan gaan we twee weken repeteren met maximaal 30 mensen in de zaal. Meer mag dan nog niet.” En daarna? ,,Ik ben bang dat de coronacrisis nog het hele volgende seizoen zal beïnvloeden.”

Op het podium blijft dirigent Antony Hermus ondertussen welgemoed, zoals altijd. ,,We willen ons tonen aan de mensen in het Noorden”, zegt hij. ,,Muziek is een verbindende factor. We bekijken het stap voor stap. Aan de musici zal het niet liggen: die willen zenden. Ze smachten ernaar om weer te kunnen samenspelen. En ik ook natuurlijk.”

menu