Heeleen van Royen.

Het bijna gênant goede leven van Heleen van Royen: 'Ik kon niet wachten oma te worden'

Heeleen van Royen. FOTO YVETTE KULKENS

In twintig jaar schrijverschap is er weinig van Heleen van Royen dat onbesproken is gebleven. Met ‘ Moeder, dochter, minnares’ blikt ze ‘persoonlijker dan ooit’ terug op haar eerste decennia als schrijver, uiteraard niet zonder tegen een paar heilige huisjes te schoppen.

E en druilerige dinsdag in Hilversum. Heleen van Royen heeft net gewandeld met herders Fenna en Alpha, iets wat ze elke ochtend doet. ,,Nee joh, geen sportschool. Los van nieuwe borsten en wat botox is wandelen het enige wat ik doe voor mijn lichaam.’’ Ze tapt een koffie in de klassieke keuken van haar jarendertighuis en vult een schaaltje ministroopwafels, om ze vervolgens achter elkaar weg te snacken.

Haar verhalenbundel Moeder, dochter minnares , die gisteren – op de verjaardag van haar overleden moeder – verscheen, is op het moment van het gesprek net naar de drukker. Het is een ode aan liefde en lust én een jubileum: ze zit dit jaar twintig jaar in het vak. Haar debuut De gelukkige huisvrouw kwam uit op 1 januari 2000. ,,Dit is het fijnste moment in het schrijverschap. De periode dat je boek af is, je niet meer hoeft te schrijven, en het er ook nog niet ligt. Want op dat laatste moment beginnen mensen alweer aan je te trekken: wanneer verschijnt het volgende?’’

Toch: vat het maar eens samen, twintig jaar schrijverschap met een niet onbesproken oeuvre. ,,De verhalen in deze bundel voelen als representatief daarvoor. Een deel verscheen eerder als column, de rest wilde ik graag nog vertellen. Zoals het verhaal over de partner van zanger George Michael, Fadi, die een dierbare vriend van me werd en kort na de dood van George afgleed en nu onvindbaar is. En over de herbegrafenis van mijn vader. Het is een persoonlijke bundel; persoonlijker kan bijna niet. Nou ja, Sexdagboek , waarin ik een jaar lang het seksleven van mijn vriend Bart en mij vastlegde, was ook behoorlijk persoonlijk, maar dat was toegespitst op één thema.’’

Ze lacht als het woord ‘taboe’ ter tafel komt. ,,Ik vind mezelf niet taboedoorbrekend. Het is niet dat ik een lijst taboes paraat heb en kijk welke ik nog niet heb besproken. Ik schrijf gewoon over onderwerpen die me bezighouden. Ik zie mezelf liever als feminist. Ik wil andere vrouwen kracht geven. Ook als het gaat over seks, de overgang of de veelbesproken bebloede tampon die ik tentoonstelde in Selfmade . Kom op: je eerste menstruatie wordt gevierd, dan mag de vlag uit en iedereen krijgt taart. Maar niemand besteedt aandacht aan de laatste menstruatie. Ik voelde dat de mijne naderde; waarom mocht díé niet worden vastgelegd?’’

Verdriet

,,Wa t zo mooi was aan het herbegraven van mijn vader, was dat ik me realiseerde dat je een einde dus kunt herschrijven. Het voelde bijna als een kunstproject. Ik nam de touwtjes in handen van iets wat ik destijds niet kon regisseren, en maakte er alsnog iets moois van. Ik liet het eindigen op de manier waarop ík wilde dat het eindigde.’’

Haar vader maakte een eind aan zijn leven toen ze 13 was. ,,Hij wandelde de Amsterdamse Slotervaartplas in en kwam nooit meer terug – hij heeft een week in het water gelegen. 56 werd hij. Ik was zo boos, dat ik niet naar zijn begrafenis ben gegaan. Mijn twee oudere zussen wel. Toen mijn moeder twee jaar geleden overleed, zei ik tegen mijn ‘uitvaartman’ Clemens dat ik mijn ouders idealiter in één graf zou willen leggen. Niet mijn moeder in mijn vaders graf, waarvan ik de beheerder was, maar mijn vader bij mijn moeder.’’

,,‘Dat kan ik regelen’, antwoordde hij. ‘Opgraven dus?’ vroeg ik. En dat was precies wat het was. Zijn lichaam was destijds begraven in een kunststof hoes en bleek nog bijna intact. Dat ik hem nu kon begraven met mijn moeder en naar hen samen toe kon, dat was zo helend. Niet dat de geschiedenis daarmee vergeten is; het verdriet zit opgeslagen in mijn dna. Het was ook niet de eerste keer dat ik het onder ogen zag; tijdens het schrijven van De gelukkige huisvrouw raakte ik in een psychose en heb ik de dood van mijn vader veelvuldig besproken met mijn psychiater. Maar nu, tijdens zijn herbegrafenis veertig jaar na zijn dood, rouwde ik alsnog.’’

Alles wat ze hem nooit had kunnen zeggen, gooide ze er in één keer uit, schrijft ze in Moeder, dochter, minnares . ‘Dat ik boos was. Dat ik hem niet begreep. Dat ik hem nu beter begrijp en dat ik het vreselijk jammer vind dat we nooit met elkaar hebben kunnen praten toen we allebei volwassen waren’. ,,En dat ik spijt had, ja, dat ik niet naar zijn begrafenis ben gegaan. Al had ik dat tot die tijd nooit zo ervaren.’’

Spijt

,,Nee, ik ben niet iemand die over het algemeen spijt heeft van dingen. Wat betreft de dood van mijn vader kon ik het op die jonge leeftijd niet anders. Ik heb er in de veertig jaar die volgden ook nooit voor gekozen wél naar zijn graf te gaan. Misschien is het feit dat ik de zorg voor mijn moeder op me heb genomen toen ze in de laatste fase van haar leven dementeerde een soort compensatie. Het was voor mij fijn – en eveneens helend – dat ik haar mocht verzorgen en we op het eind zo tot elkaar kwamen.

Precies twee jaar geleden overleed ze. Onze band was altijd goed; ze oordeelde of veroordeelde nooit. Soms liep het een tijd minder goed; toen ik mijn eerste psychose kreeg vond ze dat heel moeilijk. Wéér eentje die gek wordt, dacht ze. Dat kwam goed toen ik herstelde. Ze was een harde vrouw; geen moeder die veel genegenheid toonde. Het fijne aan de dementie was dat die haar zachter maakte. Daarom heb ik in Het doet zo zeer , de film die ik daarover maakte, graag willen laten zien dat dementie niet alléén maar verschrikkelijk is.’’

Van Royen is niet bang dat dementie ook haar voorland zou kunnen betekenen. ,,Ik kan ook kanker krijgen. Of iets anders vreselijks. Doe je niks tegen. Ik heb hoe dan ook geen moeite met ouder worden. Sinds deze zomer ben ik oma; sinds twee weken pas ik elke vrijdag op. Het is niet dat ik me daardoor opeens oud voel. Ik ben nog steeds ook moeder, vriendin, schrijver.’’

Wel helpt ze de natuur een handje met behulp van haar ‘heldin’, plastisch chirurg Helga. ,,Het is toch van de zotte dat vrouwen tientallen euro’s uitgeven aan antirimpelcrèmes die niet werken maar waarmee je wel met opgeheven hoofd de drogist kunt uitwandelen, terwijl er gewoon methodes bestaan die werken, maar waarvoor je je vervolgens moet schamen?’’

loading

Jongere man

Toen ze vlak na haar scheiding van verslaggever Ton van Royen in 2013 haar huidige partner Bart Meeldijk leerde kennen, wist ze in eerste instantie niet dat hij 22 jaar jonger was. Tegen het Belgische dagblad De Morgen zei ze destijds: ‘Toen ik hoorde hoe oud hij was – 26 – verdronk ik zowat in mijn jacuzzi van schrik. Hij bleek gelukkig goed te kunnen appen, met interpunctie en hoofdletters’.

,,In de praktijk merken we er weinig van. We kijken op dezelfde manier naar de wereld en zijn het eens over de meeste dingen. Bart is niet onvolwassen, ik heb veel van hem geleerd. Hij heeft adhd, ik ben bipolair. Het kan daardoor enorm knallen, maar Bart heeft me geleerd dat te analyseren: als jij zo en zo doet, doet dat dit met mij, en als ik zus en zo doe, reageer jij zo. Nog steeds leren we elkaar beter kennen.’’

Overigens stelde Van Royen één eis voordat hij bij haar mocht intrekken: hij moest een baan zoeken. ,,Destijds was hij drummer bij de band Rigby, maar dat leidde nergens toe. Ik vind dat je gewoon moet werken voor je geld. Toen is hij begonnen als tv-producer. Als de opnames even platliggen door de coronacrisis, werkt hij als instructeur in een klimbos.

Natuurlijk denk ik weleens: over vijftien jaar ben ik 70, en dan is hij 48. Maar met Ton had ik geen groot leeftijdsverschil en hield het op een gegeven moment ook op. Gelukkig had Bart geen kinderwens. Hij klikt goed met mijn kinderen en kleinzoon. De man van mijn dochter is zes jaar ouder dan hij.’’

Taboe

Ze is close met haar kinderen, zegt ze. ,,Zeker nu ik ouder word, word ik milder. Ik geniet meer en meer van het familieleven. Ik wilde graag kinderen en genoot van ze, maar was ook blij toen ze zelfstandig werden.’’

Over zoon Sam schrijft ze in Moeder, dochter, minnares: ‘Wat er ook gebeurt, na de zomer moet hij weg. Sommige moeders schijnen dat vreselijk te vinden. Zij zien huizenhoog op tegen de dag dat hun laatste kind het nest verlaat en vrezen de diepe depressie die daarop zal volgen. Ik vrees eerder dat mijn nest nooit leeg raakt. Dat ik de rest van mijn leven opgescheept zit met een man van een meter zevenentachtig die niets van me aanneemt en niets voor me doet.’ ,,Ja, dat vinden mensen dan een taboe, als moeder ben je al snel ontaard, maar hij móést gewoon weg. Ik zag hem alleen maar horizontaal, gék werd ik ervan. Alles in mij riep: ik moet dat kind het nest uitduwen, hij moet gaan vliegen. Achteraf snapt hij dat wel.”

„Ik was nooit een moeder die alles opgaf voor haar kinderen. Wel kon ik niet wachten oma te worden. Ik was dolblij toen het zover was, maar vond het ook zenuwslopend. Het liefst had ik Olivia opgesloten en behoed voor al het engs dat kon komen. Natuurlijk ging het prima, en doet ze het beter dan ik ooit zou kunnen doen. Het mooiste was toen het besef doordrong: wacht, ik word niet alleen oma, mijn kind wordt móéder.”

Zowel Sam als Olivia schreven een hoofdstuk in Moeder, dochter, minnares , met als insteek ‘het zal je moeder maar zijn’. Over hoe klasgenootjes hun moeder googelden en op haar boek Stout stuitten, dat ze maakte met vriendin en lingerie-ontwerper Marlies Dekkers. Dat Van Royen een bekende schrijver is, was vaak al snel nieuws onder kinderen. ,,Al hielp het dat we een groot deel van hun jeugd in Portugal woonden.’’

Erkenning

He t heeft iets tragisch, een bekend schrijver zijn zonder prijzen. Maar Van Royen is niet op zoek naar erkenning van recensenten, zegt ze. ,,Toch zoek ik nog steeds naar mijn plek in het Grote Geheel. Er is geen literaire stroming waartoe ik word gerekend – al vind ik het fijn als men mij ziet als een feministische schrijver, want zo voel ik me. Niet om gelauwerd te worden, misschien wel om zélf eens te snappen wat ik nu eigenlijk doe. Het is fijn als anderen die lijn zien.’’

,,Ik heb geen groot ego, al denk ik dat mijn kinderen keihard lachen als ze dit lezen. Ik weet wat ik doe en waar ik voor sta, maar ik vind niet dat ik recht heb op allerlei dingen. Ik voel me eerder schuldig over wat ik níét heb gedaan. Dat ik niet meer romans heb geschreven, bijvoorbeeld.’’

Tot haar 40ste dronk Van Royen nauwelijks een druppel. ,,Ik was zo uitbundig van mezelf, ik had het niet nodig. Nu drink ik heus weleens een wijntje, maar niet veel.’’ Haar grootste ontdekking van de laatste tijd: xtc. ,,Eens in de drie maanden. Altijd thuis met Bart, ik moet er niet aan denken het in het openbaar te doen. Ik vind het een enorme aanrader bij een ingedut seksleven. Al is de wereld die eromheen hangt qua criminaliteit natuurlijk heel naar.’’

,,Eerst wilde ik er niet aan, het was een tip van een vriend, en Bart moest er al helemaal niets van weten. Het bleek een eyeopener. Alles voelt zo zacht en intens met een half pilletje op. Alleen die op elkaar geklemde kaken die je ervan krijgt, die doen me denken aan mijn psychoses; een gevolg van mijn bipolaire stoornis. Maar bang om daar opnieuw in af te glijden ben ik niet meer. Eigenlijk heb ik gewoon een bijna gênant goed leven.’’

loading

Titel Moeder, dochter, minnares  Auteur Heelen van Royen Uitgever The House of Books Prijs 23 euro

menu