Jan Kruis, mede-aanjager van het Nederlands Stripmuseum, bij de opening van de expositie ‘Jan Kruis en Thé Tjong-Khing: toptekenaars van tachtig’ in 2013.

Het 'papieren' Stripmuseum wilde indertijd direct al multimediaal, maar ja...

Jan Kruis, mede-aanjager van het Nederlands Stripmuseum, bij de opening van de expositie ‘Jan Kruis en Thé Tjong-Khing: toptekenaars van tachtig’ in 2013. Foto: ANP/KIPPA/Catrinus van der Veen

Het is te danken aan de vrouwen van oud-bestuursleden dat er een boek ligt over de geschiedenis van het Nederlands Stripmuseum. Jullie met al dat ‘wat we toen hebben beleefd’, maak daar nou een boek van, zeiden ze.

Bert Brink, voormalig voorzitter van het stichtingsbestuur en Derk Jan van den Bos, ook al bestuurslid van het eerste uur, kunnen er uren over vertellen, met twinkelende ogen. Dat doen ze nog steeds graag. Drie jaar geleden, tijdens de viering van het gouden huwelijk van Van den Bos en zijn echtgenote, viel de beslissing, na wederom enig aandringen. ,,Dit is een jongensboek, zeiden onze vrouwen, met alle voorspoed en tegenslagen.”

Een ‘gewoon boek’, geen stripverhaal

Nu ligt het er, Stripmuseum Te Boek , geschreven door de Groninger stadshistoricus Beno Hofman. Een wonderlijke geschiedenis, vanzelfsprekend vol plaatjes. Maar had het geen stripboek moeten zijn? Brink: ,,De geschiedenis is veel te uitvoerig en ingewikkeld voor een stripboek.”

Er schuilt een massa aan hoofdbrekens en strubbelingen tussen het moment dat een verzameling stripliefhebbers in 1993 het plan bedacht voor een landelijk museum - wat? Helemaal in Groningen? - en de opening in 2004. Inmiddels bestaat het museum aan de Westerhaven niet meer houdt het Forum de beeldcultuur levend(ig) in zijn Storyworld. Veel digitaal, veel interactief. ,,Dat doen ze daar goed hoor”, zegt Van den Bos.

De enorme collectie strips en wat originele tekeningen (Kapitein Rob) zijn nog steeds eigendom van de stichting. Ze liggen in het depot van de Groninger Archieven in Hoogkerk af te wachten op wat komen gaat. Na vijf jaar loopt de opslagverplichting af die de gemeente met het bestuur is aangegaan.

‘Dat spul gaat stuk, er moet altijd iemand bij’

Je zou misschien denken dat die klassieke stripmannen waren blijven steken in stilstaande beelden toen ze hun plan opzetten. Brink en Van den Bos willen dat beeld wel graag even rechtzetten: ,,Onze plannen waren vanaf het begin multimediaal”, zegt de laatste.

Niks ouderwets, voorlopers dus. Maar waarom werd dat ‘m dat dan niet? Simpel, dankzij Dirk Lips.

Brink: ,,We hebben in de aanloop veel te danken gehad aan Willem Smink, de wethouder die het Westerhavengebied wilde ontwikkelen. Maar naast de gemeentebijdragen moesten we wel een exploitant aandragen.” Het bestuur kwam uit bij Dirk Lips, de grote man achter Libéma, dat onder meer al het Autotron, Beekse Bergen, de Brabant Hallen en het Ecodrome exploiteert. ,,Ik ging er met ons uitgewerkte plan heen, nou, dat wilde hij wel eens bestuderen. Uiteindelijk schrapte hij al het multimediale en interactieve eruit.”

Logische vraag: waarom? Brink: ,,Lips zei: kijk naar Nemo in Amsterdam, dat wetenschapsmuseum. De kinderen staan uren in de rij voordat ze ook eens bij zo’n apparaat kunnen. Het wordt veel te duur. Dat spul gaat stuk, daar moet altijd iemand bij.” Bovendien haalt de digitale toekomst het heden altijd in. Van den Bos: ,,Ja, je moet dan constant vernieuwen. Ik ben ook benieuwd hoe dat in het Forum zal gaan.”

Groningen telde indertijd twee hoofdpijndossiers - en jawel

Het stikt van de fijne anekdotes. Brink: ,,Hans Ouwerkerk stond als burgemeester achter de komst van ons museum. Hij zat in het comité van aanbeveling, wat heel mooi was. Toen we kennismaakten met Jacques Wallage trok hij een la open en zei: ‘Ik heb hier hier voor de gemeente twee hoofdpijndossiers liggen. Het eerste is FC Groningen. Het tweede het Stripmuseum’.”

Dat kwam goed. Peter Rehwinkel kan op minder coulance rekenen. ,,Die zei bij de uitreiking van de Marten Toonder Prijs: ‘Strips interesseren mij helemaal niks’. Wie zegt zoiets nou?” Ook maar drie keer uitgereikt, die prijs à 25.000 euro. Van den Bos: ,,Doodzonde toch?”

De woede van Marten Toonder

Ook mooi, de stuursheid van Marten Toonder. Hij gaf toestemming voor een geprogrammeerde pop van Heer Bommel, zijn schepping, die een verhaal zou vertellen. Brink: ,,Pieter van Opheusden, de schrijver, kreeg dat keer op keer terug van Toonder, met de opmerking: ‘aardig op weg, ga zo door’. Totdat hij er gek van werd en de opdracht teruggaf. We hebben daarna in de gierende haast een pop van de Rode Kater van Jan Kruis laten maken, met een verhaal erbij. Marten Toonder kwam uit woede niet naar de opening van het museum.”

loading

Stripmuseum te Boek door Beno Hofman, uitgeverij Nobelman, 24,95 euro.

menu