Kunstenaar Roelof Hoving geeft aan bezoekers uitleg over zijn doek.

'Monnikenwerk' in tien Groningse kerken: Kunstenaars scheppen en overdenken

Kunstenaar Roelof Hoving geeft aan bezoekers uitleg over zijn doek. Foto: Reyer Boxem

In tien Groningse kerken werken beeldend kunstenaars deze zomer elke woensdag aan nieuw werk. Aan het eind van de werkdag is bezoek welkom. Een impressie van Monnikenwerk.

In de stilte van het middeleeuwse kerkje van Eenum weerklinkt het geluid van water. Lisette Durenkamp heeft zojuist haar schepraam en schepdeksel door een bak gehaald die gevuld is met water en vermalen katoenvodden. Het uitdruppelende schepraam in haar handen parelt als muziek door de ruime akoestiek van het godshuis. Als het weer stil wordt, ligt op het schepraam een nat vel wit papier. Haar publiek kijkt gefascineerd toe.

,,Ik werk altijd met papier”, vertelt de kunstenaar uit het Friese Oostrum, die opgroeide op het Hogeland. ,,En altijd vanaf de basis: het maken van de grondstof.” Katoenvodden verzamelen, katoen scheuren, katoen malen, papier scheppen, papier uitpersen, papier drogen. Alles doet ze zelf. Op de wierde van Eenum naait en lijmt ze de gedroogde vellen tot kerkboekjes, die worden uitgestald op de kerkbanken. ,,Het is monnikenwerk, in de gewone zin van het woord: geconcentreerd, eenvoudig handwerk.”

Durenkamp is een van de elf deelnemers aan Monnikenwerk, een project waarbij kunstenaars gedurende zes woensdagen in tien Groningse kerken gelijktijdig nieuw werk creëren. Het bijzondere is dat bezoekers elke woensdag tussen vijf en acht uur welkom zijn om het maakproces bij te wonen en met de kunstenaars in gesprek te gaan. ,,Mijn kerkboekjes blijven leeg”, zegt Durenkamp tegen haar gasten. ,,Als mensen niet meer overweg kunnen met vastomlijnde teksten, kun je het papier beter onbeschreven laten.”

Na drie woensdagen is al meer dan de helft van de kerkbanken in Eenum gevuld met lege boekjes. ,,Ik denk dat alle bankjes wel vol komen”, zegt Durenkamp. Maar eigenlijk is het maakproces belangrijker dan het resultaat. ,,Daar de waarde van inzien, daar gaat het mij om. Stilstaan bij de transformatie van het materiaal. Al die levens die oude beddenlakens met zich meedragen, maar ook daarvoor al, als katoenplant.”

Onderdeel van het geheel

Het scheppen zelf is het kunstwerk, zegt Durenkamp. ,,Het gaat voor mij verder dan het ambacht. Er ligt een dimensie onder. Ik ben deelnemer aan het proces, maar die vezels gaan deels hun eigen gang. Ik stuur, maar ik word ook verrast.” Ze vertelt over de zuil die ze maakte van nat papier en die ze liet verschimmelen. ,,Dat gaf prachtige vormen en kleuren. Wat is mijn aandeel daarin geweest? En wat doet dat met mij? Hoe verhoud ik me daartoe?”

Onderdeel zijn van het geheel, daar gaat het om. ,,Onderlinge afhankelijkheid, dat alles met alles verbonden is”, zegt Durenkamp. ,,Daar is dit een illustratie van.” En het dorp doet mee, merkt ze tot haar vreugde. ,,De dorpsbewoners helpen me met spullen dragen, ze passen op de boekjes als ik er niet ben. Ze komen een praatje maken. Ik kreeg ook al oude lakens die ik mocht gebruiken om papier van te maken. Dit project is heel laagdrempelig.”

loading  

In de grote Mariakerk in ’t Zandt beitelt Anjet van Linge fragmenten van wijdingskruisen in brokjes wit marmer en zwart Belgisch hardsteen. Samen met haar man Marc de Groot is zij de initiatiefnemer van Monnikenwerk, dat aan zijn derde editie toe is. ,,Wij zijn in 2017 naar Den Andel verhuisd en deden mee aan de kunstroute daar”, vertelt ze. ,,Marc werkte toen in de kerk en dat beviel zo goed dat hij zich afvroeg: ‘Hoe zou het zijn om een kerk als atelier te hebben?’ In diezelfde tijd lazen we een oproep voor initiatieven om kerken op een passende manier nieuwe invullingen te geven, nu er steeds minder gekerkt wordt.”

Dat was de geboorte van Monnikenwerk. Ze vroegen kunstenaars die in hun werk met zingeving en spiritualiteit bezig zijn om mee te doen. Met als opdracht: zoek naar verbinding met wat er op de plek waar de kerk staat door de eeuwen heen gebeurd is. ,,Dat was de zoektocht”, zegt Van Linge. ,,En dat blijft de zoektocht, elk jaar weer.” Dit jaar was de belangstelling om mee te doen zo groot, dat ze moesten selecteren. Verstilling en ambachtelijkheid waren twee criteria, want die horen bij monnikenwerk.

Van Linge koos zelf voor wat ze noemt: ‘een meditatie op wat heiligheid is.’ ,,In alle kerken vind je deze wijdings- of apostelkruisen: gelijkbenige kruisen, die op een bloem lijken.” Ze wijst er enkele aan in het koor van de Mariakerk: de kruisen lijken willekeurig op de muren te zijn geschilderd. ,,Die kruisen markeren de overgang van de kerk van gewoon gebouw naar heilige plek. Dat was in de middeleeuwen een belangrijk kerkelijk ritueel. Maar wat is nu heilig? En wie bepaalt dat in een tijd dat we God hebben afgeschaft?”

Zwart en wit

De beeldhouwer koos opzettelijk voor zwarte en witte steen om mee te werken. ,,Black Lives Matter speelde daarbij een rol. Ik merk tijdens het werken dat ik de witte kruisen meer associeer met heiligheid dan de zwarte. Dat is best confronterend. Maar als je er over nadenkt: alles in onze taal is ervan doordrenkt. Ook al zien we onszelf niet als racistisch, we associëren wit, licht, met positief en zwart, donker, met negatief. Dat zit in ons.”

In de Andreaskerk in Westeremden werkt Josefien Alkema ook in zwart-wit, maar in haar werk zit geen racismedebat verscholen. De kleine tekeningen van de Groningse kunstenaar, die opgroeide in Harlingen, grijpen terug op een andere middeleeuwse geloofstraditie: het getijdenboek. ,,Monniken hadden hun getijden, een vast ritme van gebed”, vertelt ze. ,,Getijdenboeken waren voor gewone mensen bedoeld, voor persoonlijke devotie.”

Alkema werkt in Westeremden aan een nieuw getijdenboek. ,,Ik onderzoek wat het nu voor mij zou kunnen betekenen. De vormen van de oude getijdenboeken gebruik ik daarbij als kader voor mijn tekeningen. Dat geeft heel veel vrijheid.” Ze maakt doorgaans drie tekeningen per woensdag, die zijn opgebouwd uit tekst, geometrische vormen en landschapselementen. ,,Heel klein en tamelijk abstract. Een beetje monnikenwerk. De herhaling maakt het meditatief.”

Er hangt ook een grote tekening van een zon die verdwijnt achter de wolken. ,,Daar werk ik tegelijkertijd aan.” Alle kleine tekeningen samen moeten na de laatste woensdag een nieuw getijdenboekje opleveren. ,,Ik denk dat ik de tekeningen inscan, zodat ik er meerdere afdrukken van kan maken.” Het is de tweede keer dat Alkema meedoet aan Monnikenwerk. ,,De ruimte en de stilte in een kerk zijn heel prettig, er is weinig ruis. Je bent heel gefocust bezig. En de feedback van mensen die komen kijken, werkt heel motiverend.”

Baan opgezegd

Voor Roelof Hoving is het de eerste keer dat hij aan Monnikenwerk meedoet. In de enorme Petrus en Pauluskerk in Loppersum werkt de Groningse kunstenaar aan een groot schilderij van het koor van de kerk. ,,Ongelofelijk, deze kerk”, zegt hij. Het concept van het kunstproject spreekt hem zeer aan. ,,Twee jaar geleden heb ik, in overleg met mijn vrouw, mijn baan in het onderwijs opgezegd om me volledig te wijden aan de kunst.”

Een onzeker bestaan en een soberder leven waren het gevolg. ,,Ik heb in de tuin een atelier gebouwd, mijn kloostercel. Natuurlijk dacht ik wel eens: Waar slaat dit op?” In die tijd zag hij een tv-serie over monniken en wat hen drijft. ,,Toen realiseerde ik me dat dit misschien wel is waar alle grote verhalen naartoe wijzen: vrij zijn van materie. Dat is de mooiste staat van zijn. De stilte aankunnen, de onrust die in je opkomt in het licht brengen. Dan lost het op.” Oftewel: monnikenwerk.

loading  

Licht is een belangrijk thema in zijn werk geworden. ,,Ik heb een hele tijd raamwerken geschilderd, lijnen met rechte hoeken”, vertelt Hoving. ,,Maar er zijn ook ruimtes die door de architect zo zijn ontworpen om het licht en de grootsheid te ervaren, zoals deze kerk. Ik wilde ontdekken wat zo’n ruimte doet. Daarom heb ik het koor geschilderd, waarbij ik me heel erg op de vormen heb gericht.”

Hij gebruikt een metalen raster als ‘kopieerapparaat’. ,,Daar kijk ik doorheen bij het schilderen. Ik laat me leiden door het raster, waardoor het bijna wiskundig wordt. Daarmee cijfer ik mezelf ook een beetje weg.” Zijn schilderij wordt geen gedetailleerde kopie van de kerk. ,,Het gaat me om de vormen. Ik streef ook naar een zekere rauwheid. Alles mag er zijn op een doek, alles is in het licht.”

Behalve licht is wind ook een belangrijk thema voor Hoving. ,,Wind is er net als licht voor iedereen. Het is de adem, dat wat onzichtbaar aanwezig is.” Tegen de zijwand van het koor staan een koperen plaat en een grote boomtak. ,,Daar wil ik in de komende weken een windmobiel van maken.” Aan de andere kant staat nog een leeg doek. ,,En ik wil graag ook nog een tweede schilderij maken. Eigenlijk wil ik in meer kerken zoiets doen als hier. Met mijn ‘kopieerapparaat’.”

menu