Mischa van Huijstee: ,,Je hoofd moet leeg zijn." FOTO MARCEL JURIAN DE JONG

Het strebertje is klaar voor de slamstrijd

Mischa van Huijstee: ,,Je hoofd moet leeg zijn." FOTO MARCEL JURIAN DE JONG

Vrijdagavond wordt bekend welke podiumdichter zich slamkampioen van Nederland mag noemen. Mischa van Huijstee uit Smilde is een van de finalisten.

Laat ik mij eens inschrijven voor een poetry slam , laat ik eens kijken waar het schip strandt, dacht Van Huijstee september vorig jaar. Waarop hij werd uitgenodigd in Almelo live voor publiek en jury zijn vaardigheden als dichter te demonstreren. Van Huijstee werd tweede. Daarna volgde een slam in Utrecht, die hij won. Een in Castricum, die hij won. En 13 januari de halve finale in Utrecht, die hij ook won.

,,Ik zoek een podium”, verklaart Van Huijstee (Amsterdam, 1970) zijn deelname aan de wedstrijden. ,,Ik ben in 2009 per ongeluk met optreden begonnen. Als stadsdichter van Assen schijn ik 120 gedichten te hebben geschreven. Hier en daar is wel eens iets gepubliceerd, maar een echte bundel is er nog niet. Optreden is dan een goede manier om publiek te bereiken.”

Alles uit het hoofd

Van Huijstee doet dat schijnbaar ontspannen. En alles uit het hoofd. ,,Daar is niks aan”, zegt hij. ,,Dan kun je het publiek aankijken en met het publiek spelen. Ik vind het jammer dat veel dichters van papier lezen. Een dichter die naar zijn papiertje staart, heeft een andere uitstraling dan een dichter die zijn tekst helemaal van buiten kent, die zich in zijn tekst heeft ingeleefd.”

Gemiddeld schrijft Van Huijstee eens in de twee weken een gedicht. ,,Er zijn ook andere dingen te doen. Ik heb een grote tuin. Ik probeer zoveel mogelijk mijn eigen gewassen te verbouwen, mijn eigen wijn te maken. Als ik schrijf, wil ik de dingen gedaan hebben die gedaan moeten worden: de was, het huis opgeruimd, het eten gekookt. Je hoofd moet leeg zijn, al kun je tijdens de afwas natuurlijk mooie dingen bedenken.”

Naar eigen zeggen gaan zijn gedichten over kleine dingen. ,,Maar ja, wat is klein? Een gedicht over een verschoten, rode joggingbroek kun je klein noemen, maar het gaat ook over vergeefsheid en vergankelijkheid. Ik geloof dat ik een tamelijk toegankelijke manier van dichten heb, met hier en daar een klein grapje. Het is een stijl die het op een slampodium wel goed doet.”

Strebertje

Van Huijstee wil dolgraag Nederlands kampioen poetry slam worden. ,,Ik ben best een strebertje. Het levert publiciteit op. Wellicht staat er een uitgever op. Wellicht gaat het balletje verder rollen en word ik een beetje bekend buiten Drenthe. Het zou mooi zijn als festivals bij mij aankloppen en zeggen: ‘Kom langs'. Nu moet ik zelf de boer op en probeer mij overal tussen te wurmen, wat overigens best een kick geeft.”

Zijn voorbereidingen voor de finale zijn inmiddels begonnen. ,,Ik heb een setje gedichten geselecteerd waarvan ik vind dat ze goed zijn en waarvan ik weet dat ze bij het publiek werken. Daar wil ik voor de eerste en tweede ronde een keuze uit maken. Op de finaleronde kun je je amper voorbereiden, omdat je niet weet wie je tegenstander is – het is de bedoeling dat je inspeelt op wat je tegenstander vertelt.”

Mogelijk treft hij zijn achternicht, Naomi Warndorff . ,,Dat is wel bijzonder. Toen ik haar tijdens de halve finale tegenkwam, was dat pas onze derde ontmoeting. Ze is erg goed. Dat is wel jammer.”

menu