In 1982 werd in Nes op Ameland een bronzen beeld van Jan de Jong onthuld, gemaakt door Frans Ram. Het toont de kardinaal zoals hij op het eiland rondliep: eenvoudig. Foto: Archief

IJzeren Jan: een onwaarschijnlijke kerkvorst én boegbeeld van het verzet

In 1982 werd in Nes op Ameland een bronzen beeld van Jan de Jong onthuld, gemaakt door Frans Ram. Het toont de kardinaal zoals hij op het eiland rondliep: eenvoudig. Foto: Archief

Hij was een onwaarschijnlijke kerkvorst: verlegen en onhandig. Maar aartsbisschop Jan de Jong was wel het boegbeeld van het verzet in de Tweede Wereldoorlog. Een echte held, oordeelt biograaf Henk van Osch.

Was de oorlog er niet geweest, dan was kardinaal Jan de Jong in de annalen bijgeschreven als ,,een traditionalist die door kritiekloze trouw aan het Romeinse conservatisme geen vernieuwer had kunnen zijn’’, schrijft Henk van Osch in de nieuwe biografie Kardinaal De Jong - Heldhaftig en behoudend .

Onverzettelijke dwarsheid

Maar het liep anders. ,,Door de Duitse bezetting zal hij de geschiedenis ingaan als de man die door zijn onverzettelijke dwarsheid de weerstandskracht van een heel volk hielp schragen.’’ Hij werd ,,een icoon van waarachtige grootheid en een bron van inspiratie’’. Wie had dat gedacht van het gevoelige en houterige jongetje van Ameland, dat op het seminarie ,,in alles uitblonk behalve in sport, want hij was een stuntel’’, aldus Van Osch. ,,Van nature allerminst strijdlustig, geen dominerende figuur, schuchter zelfs en afkerig van elk optreden in het openbaar.’’

Al in 1936, het jaar dat hij aartsbisschop werd, schreef De Jong een herderlijke brief waarin hij de NSB veroordeelde. Iedere katholiek die steun gaf aan de partij zouden de sacramenten worden geweigerd. Op de dag van de capitulatie, 15 mei 1940, benadrukte hij dat de maatregel van kracht bleef. ,,Er was een granieten kern in deze beminnelijke man, een kern waarin het woord schipperen niet voorkwam. Die kern was zijn onvoorwaardelijke trouw aan de christelijke leer.’’

Het duurde enige tijd voor De Jong zijn collega’s op dezelfde lijn kreeg. Zo wilde hij in het najaar van 1940 de Ariërverklaring ferm afwijzen, maar dat leed schipbreuk. Zelfs de geliefde pater Titus Brandsma uit Bolsward, die in 1942 in Dachau zou omkomen, tekende de verklaring.

Grote impact

De herderlijke brieven hadden grote impact. ,,Het verzet van het episcopaat was zo effectief doordat het zo openlijk was.’’ Duitsland werd onomwonden ‘de vijand’ genoemd. De Jong trok in dat verzet alle verantwoordelijkheid naar zich toe. Hij dacht minder kwetsbaar te zijn en ,,door zijn hoge bloeddruk toch niet meer lang te zullen leven’’.

Toen ondanks druk van de Duitsers in 1942 een ongewijzigd protest tegen de deportatie van Joden werd voorgelezen, werden een week later 245 katholieke Joden afgevoerd. De Jong ging gebukt onder het feit dat een woord van hem mensenlevens kon kosten. ,,Het verzet had veel gevergd van de krachten van De Jong. Doorlopend moest hij zware beslissingen nemen en de represailles van de Duitsers staken als een doorn in zijn vlees.’’ In november 1942 kreeg hij een beroerte. ,,De aftakeling had onverbiddelijk ingezet. Voortaan was de aartsbisschop een gehandicapte man, die gedurende de rest van zijn leven onzeker bleef lopen.’’

Maar ook daarna liet ‘IJzeren Jan’ zich niet muilkorven. ‘ Non possumus non loqui ’ (Wij mogen niet meer zwijgen), was het parool. Een katholieke voorman hoorde eens van zijn beul over De Jong: ,, Mit dem Mann ist nicht zu reden ’’ (Met die man valt niet te praten). De woorden kwamen op een praalwagen die na zijn kardinaalsbenoeming in 1946 meereed in een grote optocht langs zijn ‘paleis’.

Nooit gepakt

Er was altijd angst dat hij zou worden gearresteerd. Toen een huishoudster daarover jammerde, zei hij: ,,Als Onze Lieve Heer dat wil, dan moeten we dat er maar voor overhebben.’’ Toch is hij nooit opgepakt. Misschien omdat Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart katholiek was. Maar hij heeft het ook aan Hitler zelf te danken, denkt Van Osch. Die wilde geen conflict met de kerk, zolang de oorlog duurde. En De Jong kreeg brede steun. ,,Het verzet was het verzet van de hele gemeenschap van gelovigen en priesters.’’

De Jong kon niet overleggen met de paus, omdat er geen communicatie met het Vaticaan mogelijk was. Maar via via liet Pius XII, die zelf nooit zo klip en klaar stelling nam, weten dat hij de houding van de Nederlandse bisschoppen waardeerde en goedkeurde. ,,Toen De Jong deze lof hoorde, zouden hem de tranen over de wangen hebben gelopen.’’

Op handen gedragen

De aartsbisschop werd binnen en buiten de kerk op handen gedragen. Al op 7 mei 1945 trok een spontaan en eindeloos defilé langs zijn woning. ,,Het stadsvolk voelde: we huldigen onze leidsman namens alle Nederlanders.’’ Een paar dagen later was hij bij de koningin te gast. En toen hij in 1948 zijn veertigjarig priesterjubileum vierde, gebeurde dat in een vol stadion in Utrecht.

Een predikant schreef in 1947 over de katholieken: ,,Onder kardinaal De Jong annexeren ze het land.’’ Maar dat viel mee. De Jong en zijn collega’s vervreemden zich van veel gelovigen door het gesloten katholicisme van voor de oorlog voort te zetten. Terwijl anderen opriepen tot eenheid van de christenen, sprak de aartsbisschop over eenheid binnen het katholieke volksdeel en zocht het episcopaat ,,de oude schutters-putjes weer op’’. Illustratief was het driedaagse Mariacongres in 1947 in Maastricht. ,,Het werd een demonstratie van katholiek triomfalisme.’’

,,Het te lang handhaven van achterhaalde posities bracht de afbraak ervan in een stroomversnelling. Wat De Jong wilde voorkomen, heeft zich na hem in een stroomversnelling voltrokken’’, concludeert Van Osch.

Toen hij in 1955 overleed, werd de ‘hoekige reus’ en ‘stoere Fries’ breed geëerd. Ook niet-katholieken schreven over ‘de ziel van het verzet’ en een ‘lichtbaken van moed en durf’.

Van Osch schetst De Jong met veel kleur: vroom, nederig, een ijzeren geheugen, innemend, befaamd om zijn fatale versprekingen en een man zonder elegantie, die nooit leerde bisschoppelijk te schrijden. De Jong vond zichzelf geen held. Van Osch: ,,Als een held iemand is die zich heldhaftig heeft gedragen, ook al was het met grote tegenzin, dan was Jan de Jong beslist een held.’’

Amelander

Jan de Jong (1885-1955) was in zijn geboortedorp Nes op Ameland ‘Jan van Jan de Bakker’ en voor zijn klasgenootjes ‘Jan Pastoor’. Na zijn priesteropleiding mocht hij naar Rome waar hij promoveerde in de wijsbegeerte en godgeleerdheid. Hij genoot van de bijzondere stad, maar er ging niets boven Ameland, waar hij altijd graag kwam en wandelde. De Jong werd in 1936 aartsbisschop. Hij koos voor zijn wapenschild de maan en strepen uit het wapen van Ameland. Ameland vormde hem, zegt Henk van Osch. Net als alle eilanders was hij ,,gestaald in een moeizame strijd om het bestaan’’. De Jong was in 1946 de eerste aartsbisschop van Utrecht die kardinaal werd gecreëerd door de paus die hem zo eerde voor zijn rol in de oorlog. In 1951 ging hij om gezondheidsredenen met emeritaat en leefde nog enige jaren stil in het klooster van de Zusters van O.L. Vrouw in Amersfoort.

Kardinaal De Jong - Heldhaftig en behoudend, Boom Amsterdam, 350 blz., 24,90 euro.

menu