Jean Pierre Rawie.

Column Jean Pierre Rawie: Jean Paul

Jean Pierre Rawie. Foto: Marcel Jurian de Jong

Wanneer ik in het gezelschap van mijn betreurde kunstbroeder Jean-Paul Franssens verkeerde, vergiste men zich wonderlijk genoeg nooit in onze namen, maar als ik alleen opereer, zeggen ze bijwijlen per abuis Jean Paul in stede van Jean Pierre.

Het heeft zelfs een keer boven deze kolom gestaan, lang geleden weliswaar, maar ik ben het niet vergeten.

Het treft me telkens onaangenaam. Als je Jelto heet, word je niet graag Eltjo genoemd, en Rolf moet men niet aanspreken met Dolf. Dat getuigt van onwelvoeglijke slordigheid en een kwetsend gebrek aan belangstelling, te meer wanneer het gebeurt in verband met iemands professionele bezigheden, bijvoorbeeld in een uitnodiging ergens te komen spreken. De indruk wordt dan gewekt dat men niet werkelijk weet wie je bent.

Ooit ontving ik een brief (in de jij-vorm) van een voordrachtsessies organiserende mevrouw, beginnend met ‘Beste Jean Paul’. Alles was grondig voorbereid, berichtte zij, ze wou alleen nog even weten hoe ik aangekondigd wilde worden. Ik schreef terug dat ze dienaangaande kon volstaan met het noemen van mijn naam (in Deventer werd mijn optreden eens ingeleid met de mededeling dat ik door sommige critici als een charlatan beschouwd werd – zo’n introductie heb je liever niet).

‘Dat u die, blijkens de aanhef van uw missive, niet kent,’ voegde ik eraan toe, ‘vervult mij ten aanzien van het welslagen van de avond met enige zorg’. Je zegt wel eens wat. Eenmaal op de plaats des onheils aangekomen, moest ik beschaamd vaststellen dat ik een schattig oud dametje op heur hart getrapt had.

Het affiche vermeldde ons als Jan Boersboel, Dries van Wissum en Jean Paul Rawi. Een dergelijke verwarring is bijna groots

Een geval waar ik evenwel geen spijt van heb, deed zich voor in Zwolle, waar ik na een lezing bedankt werd door de als gastheer van de bijeenkomst fungerende boekhandelaar Waanders. Zijn toespraak ving aan met de bekende vergissing, en ik kon het niet laten hem in mijn weerwoord ‘meneer Wientjes’ te noemen, wat bij de toehoorders, die allen het gelijknamige Zwolse hotel kenden, tot vrolijkheid leidde.

Graag vertel ik van een dichterlijke boottocht bij Scheveningen, tijdens dewelke ik zou declameren met Jan Boerstoel en Driek van Wissen. Het affiche vermeldde ons als Jan Boersboel, Dries van Wissum en Jean Paul Rawi. Een dergelijke verwarring is bijna groots.

Naarmate mijn bekendheid in de loop der tijd ietwat toenam, werd mijn naam allengs minder vaak verhaspeld, maar deze maand was het weer raak. Mij werd gevraagd begin september enige verzen te zeggen op het Emmy Verhey-festival te Zaltbommel, dat dit jaar ten laatsten male wordt geprogrammeerd door de naamgeefster.

Ik kreeg een mail van de stichtingsvoorzitter, ene Rob Metz, die waarachtig begon met dat vermaledijde ‘Geachte Jean Paul Rawie’. Nu is Rob Metz namens de VVD burgemeester van Soest, dus ik antwoordde speels dat ik het ditmaal door de vingers zou zien, maar dat hij er geen gewoonte van moest maken, indachtig de uitspraak van wijlen mijn eveneens liberale vrind Henk Vonhoff: ,,Een naam is een titel”.

Toen daar geen respons op kwam, verdiepte ik mijn onderzoek, en vrees nu van doen te hebben gehad met een guitaarspeler uit Zaltbommel, die ook Rob Metz heet.

menu