Joop Mulder.

In memoriam: Joop Mulder, oprichter van festival Oerol op Terschelling en visioniair van kunst in het landschap

Joop Mulder. Foto: Archief LC/ Kees van de Veen

Zonder Joop Mulder had het noordelijke cultuurleven er beslist anders uitgezien. En zeker dat van Terschelling, sinds 1982 het podium van het Oerol-festival dat hij bedacht.

Joop Mulder, oprichter van het Oerol-festival en van  het grootschalige landschapskunstproject Sense Of Place, overleed in de nacht van vrijdag op zaterdag, waarschijnlijk aan een hartstilstand. Hij was 67 jaar oud. Zijn gezondheid liet al langer te wensen over: vorig jaar werd hij gedotterd en kreeg hij stents geplaatst.

In een ingezonden brief in deze krant in 2019, naar aanleiding van de commotie rond de zoon van de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema, refereerde Joop Mulder er nog eens aan. Ook hij was burgemeesterszoon, van het slag dat niet wou deugen, die van zijn vader op zijn kop kreeg wegens zijn ribfluwelen broek en schouderlange haar.

Feesten en reizen over de wereld

Joop Mulder groeide op in het Bolsward waar zijn vader burgemeester van KVP-huize was, na eerder de wasserij van diens vader te hebben opgenomen. Joop Mulder deed hbs-b en had een wiskundeknobbel, maar anders dan zijn vader voor zich zag ging hij toch niet de wetenschap in. De cultuur trok hem meer.

Al op zijn achttiende organiseerde Mulder in Bolsward feesten onder de naam Otteloeres, een festival van alternatieve snit. Hij was een hippie, die wat van de wereld zag: hij reisde naar verre oorden als Guatemala en India. In de nadagen van het Griekse kolonelsbewind dreef hij op een Grieks eiland een café, geen heel gelukkige combinatie met zijn linkse denkbeelden.

Op Terschelling kreeg Joop Mulder door stom toeval de kans om café De Stoep in Midsland over te nemen. Hij kende het eiland goed: het was jarenlang de vakantiebestemming van het burgemeestersgezin Mulder.

De Stoep, van oudsher een bruine kroeg, werd al snel het toneel voor allerlei culturele uitingen. Er was muziek, maar dichters Simon Vinkenoog en Jules Deelder lazen er net zo goed hun gedichten voor.

Begin van Oerol

Op een gegeven moment vond Mulder het tijd om de zaken groter aan te pakken. Dus bedacht hij het Oerol-festival (oorspronkelijke naam: Terschellings Oerol), dat voor het eerst gehouden werd in 1982. Het Terschellinger bedrijfsleven droeg wat bij, maar het grootste deel van de begroting, zo’n 60.000 tot 70.000 gulden, kwam uit zijn eigen zak. Er kwamen enkele duizenden mensen af op de grotendeels gratis optredens. Maar het slotfeest in een circustent, dat extra inkomsten op zou moeten brengen, werd een zeperd. 

Mulder had veel aan zijn contacten met het Amsterdamse Festival Of Fools. De eerste jaren dreef Oerol sterk op artiesten uit die scene, zoals Jango Edwards. Maar al bij die allereerste editie was er ook het Shusaku And Dormu Dance Theatre op het strand: het eerste van vele locatieprojecten, en dus illustratief voor de kant die het festival op zou gaan.

Terwijl Oerol in alle opzichten – kwaliteit, bezoekers, publiciteit – groeide, lag Mulder bijna continu in de clinch met bedrijfsleven en subsidiënten, die volgens hem te weinig bijdroegen terwijl hij wel al zijn geld erin stak. Hij dreigde herhaaldelijk zijn eigen festival op te heffen. In 1994 was het zo ver: Oerol ging niet door. Al was Mulder dat jaar wel de man achter de multimediamanifestatie All Along The Lighttower, waarmee het 400-jarig jubileum van de Brandaris werd gevierd. Een jaar later was Oerol alweer terug, met rugdekking van een pas opgericht ondernemersfonds.

Toonaangevend locatietheaterfestival

Oerol werd steeds professioneler. Werd het festival de eerste jaren nog gerund vanuit Mulders eigen woonkamer boven De Stoep, later kreeg het een eigen kantoor in Midsland. Er kwamen steeds meer opvallende, beeldende theatergroepen van over de hele wereld, zoals Derevo uit Rusland, Panoptikum uit Berlijn en Semola uit Spanje. Muziek werd minder belangrijk: de groots opgezette strandfeesten trokken weliswaar zomaar 10.000 tot 15.000 mensen, maar dat waren grotendeels ‘afgezakte spijkerbroeken’ (een van de gevleugelde uitspraken van Mulder) die meer overlast veroorzaakten dan plezier. Dus daar stopte Oerol mee.

Mulder zag met genoegen hoe Oerol zich steeds verder ontwikkelde als toonaangevend locatietheaterfestival, met steeds meer landelijke publiciteit en ook internationaal veel gezag. Ook de subsidies werden veilig gesteld, al spande het er in 2004 nog even om toen Oerol 180.000 euro kreeg en Mulder 400.000 euro nodig vond om het voortbestaan van zijn festival veilig te stellen. Oerol, dat inmiddels tien dagen duurde, trok en trekt zo’n 55.000 bezoekers per jaar.

Kunst langs de hele Waddenkust

Maar Joop Mulder keek verder. In 2012 introduceerde hij Sense Of Place, een ambitieus plan waarbij kustbeheer en natuurontwikkeling hand in hand zouden moeten gaan met cultuur. De manifestatie Estuaire in de Loirevallei bij Nantes was zijn grote voorbeeld. Terschelling moest het uitgangspunt blijven, maar de hele Waddenkust werd het werkterrein. Daar moeten culturele landschapsprojecten komen, waarin kunstenaars en wetenschappers nauw samenwerken. 

Sense Of Place maakte ook deel uit van de plannen voor Culturele-Hoofdstadjaar 2018. Mulder had inmiddels, in fasen, afscheid genomen van Oerol, om zich helemaal op zijn nieuwe project te richten. Hij zag dat als een soort uitvergrote versie van Oerol, en zijn ervaring op Terschelling, ook met verschillende facetten van landschap en natuur, zou goed van pas komen. De visie die hij had voor Oerol, kunst die zich verhoudt tot het landschap, zou zich immers ook heel goed laten uitvergroten voor de hele Waddenzeekust.

Maar de verschillende projecten onder de vlag van Sense Of Place kwamen maar moeizaam van de grond. Dat had te maken met geld, maar Mulder beklaagde zich ook meermalen over de stroperige gang van zaken in de verschillende bureaucratische lagen waarmee hij te maken had en de moeizame omgang met de provincie, die beloften niet nakwam.

Reuzen

Het tij voor Sense Of Place leek vorig jaar enigszins gekeerd, toen de Rabobank er voor zeker drie jaar geld in ging steken. Ook bij het LF2028-project Arcadia in 2022, deel van de legacy van het Culturele-Hoofdstadjaar 2018, is er een belangrijke rol gepland voor Sense Of Place. Mulder werkte onder die vlag met landschapskunstenaar Bruno Doedens aan een groot project in Leeuwarden. 

Sense Of Place kwam in 2018 dus niet helemaal uit de verf, maar Mulder was wel de drijvende kracht achter het grote succesnummer van dat Culturele-Hoofdstadjaar: De Reuzen, oftewel de Franse groep Royal De Luxe. Mulder was bevriend met Jean-Luc Courcoult, artistiek leider van die groep die hij al heel lang naar Oerol probeerde te halen. Hij kwam met het idee om Royal De Luxe naar Leeuwarden te halen en hij legde de contacten. 

Vanwege zijn werk voor Sense Of Place had Joop Mulder een appartementje in Leeuwarden, maar de rest van de tijd woonde hij in West-Terschelling. Hij laat een vrouw en een dochter achter.

menu