Marcel Hensema vindt zichzelf opnieuw uit: een serieuze zoektocht om bij te lachen

Marcel Hensema speelt zijn vierde solovoorstelling. Alles in de Hens gaat over een ouder wordende man die innerlijke rust zoekt. Een solo met humor, maar wel serieuzer dan zijn eerdere werk. ,,Het is semi-autobiografisch.”

Hij wordt in april vijftig. Onderweg daarheen voelde Marcel Hensema al een tijdje de onrust in zijn hoofd toenemen. ,,Ik wond me snel op, was snel boos. Tijdens het werk, maar ook thuis. Ik was onzeker, had even wat minder acteerklussen en besefte hoezeer mijn gevoel van eigenwaarde samenhing met mijn werk. Mijn levensvreugde hing er van af. Ik ben met iemand gaan praten. Dat haalde op zich niet zo veel uit, maar het zette wel iets in gang.”

Hensema doet zijn verhaal in de aanloop naar een try-out in het Zaantheater in Zaandam. Hij, regisseur Ola Mafaalani en schrijver Rik van den Bos boetseren nog driftig aan Alles in de Hens . Maar het is al wel helder: de in Amsterdam wonende maar voor eeuwig Groningse acteur zoekt het voor zijn nieuwe voorstelling minder in typetjes en karakters rondom hem, en meer bij zichzelf.

In lange bergwandelingen keerde de rust terug

Er valt genoeg te lachen, maar de ondertoon is serieus. ,, Mijn Ede ging over de mensen uit mijn jeugd, Mijn Tweede was een aaneenschakeling van typetjes, Mijn Vrede een kerstverhaal met al wel een dunne lijn over mijn gezin, maar dit komt echt dicht bij mij. Een man van bijna vijftig, die worstelt met het leven, het geluk en de liefde.”

Of heeft geworsteld. Want Hensema zette zichzelf na die korte therapiesessies letterlijk in gang. Wat hielp. ,,Ik ging wandelen.” Veel andere mannen op die leeftijd ruilen hun postzegelverzameling in voor een motor. ,,Maar zij hadden dus al wel een hobby. Mijn hobby werd mijn werk. Verder was er niks.”

Het kantelpunt. Hensema logeerde vorig jaar zomer met zijn vrouw in een huisje vlakbij de kathedraal van Vézelay, in Frankrijk. ,,Daar liepen ‘s ochtends heel vroeg allemaal mensen op straat. ,,Ik maakte Els wakker en zei: ‘Kom mee, we gaan kijken wat daar in die kerk gebeurt.’ Zaten we daar om zeven uur in een mis, met monniken en nonnen die samen Gregoriaanse liederen zongen. Heel bijzonder.”

Liever niet in een file over de Pyreneeën

Deze basiliek in Vézelay is een startpunt van de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. ,,De pelgrims worden daar gezegend. Ik zei: ‘Dat wil ik ook, zo’n wandeling.’ Maar die route is populair, en in file door de Pyreneeën trekken, dat wilde ik nou juist weer niet. ‘Ga naar Piet in Ierland’, zei Els. Dat is een goede vriend. Gedaan. Ik ben er door de Wiclow Mountains gaan lopen.”

Hensema waarschuwt met een grijns: ,,Als je dit opschrijft denken ze vast: die is wappie wappie geworden. Maar dat wandelen heeft me zó veel gebracht. Ik vond echt totale rust, in mijn eentje in die natuur. Ik merkte hoeveel ik van de aarde hield, van mijn gezin. Ik voelde me nietig, maar berustte daar juist in. We zijn zo klein in het heelal. Dus al die ambities, al dat werk, ik ging ‘t relativeren. En, dacht ik vervolgens, zo’n reis kan ik ook naar binnen maken.”

Zo ontstond idee nummer één, als we het dan toch hebben over klein. ,,Ik wilde een voorstelling maken over moleculen. Fascinerend. In jouw lichaam zitten vast wel drie atomen van het type dat je een paar duizend jaar geleden ook in een Chinese varkenstrog had kunnen aantreffen.’ Alleen, hij kwam er niet uit. ,,Robbert Dijkgraaf kan daar in De Wereld Draait Door veel beter over vertellen.”

In die mooie wandelingen zat geen enkel drama

Het werd alsnog het wandelen zelf. Met opnieuw al snel een overheersende maar. ,,Ik wilde het graag, maar uitgebreid contact met Rik en Ola leidde tot de conclusie dat zo’n voorstelling totaal oninteressant dreigde te worden. Je komt ergens boven op een berg, en o, wat is het mooi, links dit, rechts dat. Prachtig allemaal, maar niks aan op toneel, er zat geen drama in. Geen tegenkracht.”

Lastig. Een theatermaker moet voor de brochures ver van tevoren doorgeven waarover zijn voorstelling gaat. ,,De mensen verwachten iets met wanelen. En ‘t laatste wat van het wandelen overbleef is er vorige week uit geschrapt. Daar worstel ik nog mee. Moet er nog iets, alsnog? En anders hoop ik dat het lukt om het gevoel dat ik erbij heb gekregen in het theater over te brengen.”

Dus werd het een gesprek aan de keukentafel

Nu zit het Hensema geheten personage aan de keukentafel - ,,deels is het echt, deels is ‘t verzonnen” - voor een gesprek met zijn vrouw. Vanaf zijn stoel maakt hij uitstapjes, serieuze en humoristische. Hij werkt met live geschoten filmbeelden. Hij zingt een paar liedjes. Er is speciaal door de bekende bandoneonspeler Carel Kraayenhof gecomponeerde en gespeelde muziek. ,,Er zit een liedje in van Juan Pablo Dobal, de pianist die met Carel samenspeelt. Dat heb ik in het Gronings vertaald.”

Dus er zit Gronings in de voorstelling. ,,Jawel, maar buiten het Noorden veel minder. Net als tijdens de première in Groningen. Anders schrijven de landelijke recensenten dat ze het niet konden verstaan.”

Een gevoel om te koesteren

Hensema produceert zijn vierde solo zelf. Een risico. ,,Ik moet de medewerkers wél kunnen betalen. Als het niet loopt heb ik een probleem. Vroeger was ik daar geheid door in paniek geraakt. Nu denk ik: komt heus goed.”

Dat gevoel koestert hij. ,,Ik moet het bijhouden. Blijven wandelen. En dat doe ik. Anders raakt het zoek.”

menu