Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie: Cultuur ís belangrijk voor veel mensen. Het geeft betekenis en zin aan het leven."

De kunst en cultuursector behoeft meer betrokkenheid van mensen maar ze moeten er ook meer voor betalen, vindt hoogerlaar Arjo Klamer

Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie: Cultuur ís belangrijk voor veel mensen. Het geeft betekenis en zin aan het leven." Foto: Rosa Klamer

Kunstenaars die nauwelijks iets verdienen. Gezelschappen die zonder subsidie niet kunnen bestaan. Grote nood nu er nauwelijks tot geen kaartjes kunnen worden verkocht. Meer dan ooit hoopt de cultuursector op steun van de overheid.

Dat zou eigenlijk niet moeten, stelt Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Klamer (Eenrum, 1953) doet onderzoek naar een economie die gericht is op menselijke waarden. Volgens zijn opvatting moet het in de economie niet draaien om de toename van kwantiteiten, maar om de ontwikkeling van kwaliteiten.

Kunst en cultuur kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Maar de praktijk is anders, stelt Klamer. ,,De betrokkenheid van zowel burgers als politici is gering. Dat zie je nu de cultuursector in de problemen is geraakt door het coronavirus. Er zijn maar weinig mensen die opstaan. Behalve de cultuurinstellingen zelf zijn er maar weinig mensen die zeggen: Hé, er is meer hulp nodig, want het is belangrijk.”

Oorzaak is een gebrek aan bewustzijn, denkt Klamer. ,,Ik vind cultuur heel belangrijk. Cultuur ís belangrijk voor veel mensen. Het voegt belangrijke kwaliteiten toe. Het geeft betekenis en zin aan het leven. Stel je eens een land voor zonder cultuur. Geen koren, geen musici, geen theater, geen festivals – zoals nu het geval is. Kijk naar de stad Groningen en alles wat er in die stad dankzij kunst en cultuur gebeurt.”

Klamer vraagt zich af in hoeverre het belang van kunst en cultuur wordt ingezien. ,,In hoeverre wordt alles wat er op het gebied van kunst en cultuur gebeurt gedragen door de gemeenschap, zoals sportclubs en kerken worden gedragen door de gemeenschap? Zijn er voldoende mensen die een bijdrage leveren aan de cultuur, ook financieel? Die bijdrage is in Nederland heel beperkt.”

Maar we betalen toch belasting? Die wordt deels gebruikt voor het subsidiëren van kunst en cultuur.

,,De musea, bibliotheken en theaters zijn voor een belangrijk deel afhankelijk van subsidie. Het verschilt per theatergezelschap, maar gemiddeld wordt 75 procent van de kosten gedekt door subsidie. Een beperkt deel wordt gegenereerd door de kaartverkoop. Als je dertig euro voor een theatervoorstelling betaalt, legt de overheid daar tien keer zo’n bedrag bij – een theatergebouw wordt ook gesubsidieerd. Het is misschien maar goed dat niet iedereen dat weet. Het zou voor veel verontwaardiging zorgen onder mensen die naar het voetbal of popfestivals gaan en daar het volle pond betalen.”

Het subsidiesysteem kraakt

Het subsidiesysteem kraakt, stelt Klamer. ,,Het is iedere vier jaar een heel circus, omdat de subsidies relatief afnemen. Ieder jaar wordt strijd gevoerd over een beperkte hoeveelheid geld. Er moeten aanvragen worden beoordeeld, dat moet objectief gebeuren, wat eigenlijk niet mogelijk is. De overheid heeft jarenlang ingezet op cultureel ondernemerschap, wat een andere manier is dan zeggen dat je je eigen moet geld verdienen. Juist de instellingen die dat goed hebben opgepakt, betalen nu de prijs omdat hun inkomsten door de coronacrisis zijn weggevallen.”

Het subsidiesysteem wekt volgens Klamer afstandelijkheid in de hand en voedt het idee dat kunst en cultuur een elitaire aangelegenheid is. ,,Er moet meer bewustzijn komen dat kunst en cultuur kostbaar zijn. Dat de kunstenaars vaak de grootste bijdragen leveren doordat ze genoegen nemen met minimale inkomsten. Je zult meer moeten gaan betalen. En dat kan ook best. Maar eerst moet je je afvragen wat je belangrijk vindt. Dat vergt een andere manier van denken.”

Betrokkenheid bij kunst en cultuur voegt echt iets toe

Klamer hamert op besef. ,,Dat cultuur van ons is. Dat het afhankelijk is van ieder van ons. Dat het niet alleen iets is van de overheid en instellingen die van overheidsgeld afhankelijk zijn. We moeten zorgen voor besef dat het museum ook van jou en mij is. Dat als je een kaartje koopt maar een heel kleine bijdrage levert aan wat het werkelijk kost.”

Hij pleit voor een andere manier van steun. ,,Niet per se door rijke mensen, maar ook kleine bijdragen. Het Prins Bernhard Cultuurfonds is daar actief mee bezig, bijvoorbeeld door mensen op te roepen legaten in te stellen. Het gaat er om dat mensen meedoen, om het besef dat kunst en cultuur een belangrijk onderdeel van het leven vormen. Dat het ontzettend leuk is om betrokken te zijn bij bijvoorbeeld een theater en meer te weten wat er gaande is en speelt.”

Het gevaar bestaat dat mensen zich afkeren als ze meer moeten bijdragen. Dat ze dan toch liever met een krat bier of een fles wijn thuis gaan zitten.

„Dan is het blijkbaar niet gelukt die mensen te overtuigen. Dan zijn ze er nog niet van doordrongen dat betrokkenheid veel kan opleveren. Je zou het een soort bekering kunnen noemen, we moeten mensen ervan overtuigen dat betrokkenheid bij kunst en cultuur echt iets toevoegt aan het leven. Mensen die betrokken zijn halen daar ook veel uit. Ik zie een toenemende behoefte dat mensen ergens bij willen horen en verdiepende gesprekken willen voeren en bijwonen. Daar kunnen de kunsten voor zorgen.”

menu