De 'heropening' van het theaterseizoen: Marcel Hensema speelt Mijn Ede voor dertig mensen in de Stadsschouwburg Groningen.

Mijn Ede is vooral voor Marcel Hensema zelf anders, met zo'n 'verstrooid' dertigkoppig publiek (maar net zo goed)

De 'heropening' van het theaterseizoen: Marcel Hensema speelt Mijn Ede voor dertig mensen in de Stadsschouwburg Groningen. Foto: Corné Sparidaens

Dat regelden ze strak bij de Stadsschouwburg. Exact volgens het protocol. Het was even wennen. Het contrast met de wat-kan-ons-gebeuren straat en het gemiddelde supermarktpad leek groot.

Het liep tegen half drie. Binnen ging Marcel Hensema het theaterleven heropenen, met zijn Mijn Ede , voor de dertig bezoekers die een maand lang het maximum vormen. Zij werden bij de voordeur een voor een binnengelaten. Hooguit twee voor twee. Daarna volgde in de hal een verplichte vragenreeks, waarop eenmaal ‘ja’ onverbiddelijk een rode kaart zou betekenen. Logisch. Ook dat niemand snel ’ja’ zal zeggen.

Foei

Net zo logisch was het dat er enige wedstrijdspanning heerste onder het personeel. Je zult als Gronings theater later maar worden gebrandmerkt als epicentrum van een nieuwe coronagolf. En dus kreeg de verslaggever lelijk op zijn falie toen hij het, na een kort ticketmisverstand, onnadenkend waagde op een meter achter de rug van medebezoekers langs te lopen. Te dichtbij en een terecht foei, in deze context. Buiten, langs de terrassen fietsend, had hij zo nu en dan nog gedacht: als dit anderhalve meter is, ben ik er drie. Wereld met twee gezichten.

Hensema was vooraf ontroerd over de toneelaankleding die de schouwburg voor hem had geregeld. Op het toneel stonden tafels met Perzische kleedjes, oude caféstoelen en schemerlampen van varkensblaas, zoals die een halve eeuw geleden in zwang waren, er lagen tapijten op de vloer en zelfs stond er een schilderij op een ezel.

Liefhebbers, daar in Uithuizen

Dit alles was te danken aan het enthousiasme van Boerma’s Antiekboerderij in Uithuizen. Die wilde alleen wat hebben voor het heen en weer rijden van al dat spul. Ze hebben kennelijk wat met cultuur, daar in Uithuizen, of gewoon met Groningen natuurlijk, want ze leverden ook al rekwisieten aan de tv-serie Hollands Hoop , waarin Hensema de hoofdrol had.

Op het schouwburgtoneel mochten de bezoekers plaatsnemen op een exact afgemeten onderlinge stoelafstand en met hun neus naar de lege zaal. De ruim zevenhonderd stoelen gingen gehuld in een gedempt blauw licht.

Al met al een mooie sfeer dus. Op de rand van het toneel was een verhoging neergezet die diende als uitvalsbasis voor de acteur. Hij stapte daar dikwijls van af om tussen het publiek door te kunnen spelen. ,,O nee! Zo dicht mag ik niet bij u komen”, betrapte hij zichzelf al te zeer in de buurt van een bezoeker.

‘Het is wat afstandelijker hè?’

Hensema kent Mijn Ede , de eerste van zijn vier toneelsolo’s, als zijn broekzak. Hij speelde het verhaal, dat is geïnspireerd op tal van waarachtige, herkenbare en typisch Groningse personages uit zijn jeugd in Hoogezand, sinds 2013 letterlijk ‘van café tot Carré’, zoals hij het zelf zegt. Bovendien benut hij de loze coronatijd om de voorstelling aan te bieden voor mensen thuis. Mensen genoeg, zo bleek. Het loopt storm.

De acteur moest na al die speelbeurten in huiskamers even wennen aan deze voor hem ook nieuwe constellatie, met die gaten tussen het publiek . ,,Het is wat afstandelijker hè”, vroeg hij midden onder het spelen. ,,En er zit ook nog eens geen lijn in al die verhalen. Maar ja, in het echte leven evenmin. Wie had drie maanden geleden durven denken dat we hier nu zou zouden zitten.”

Ook zó een topvoorstelling

Die lijn was er natuurlijk best. En het publiek, dat eerst inderdaad wat onwennig was en minder direct reageerde dan anders, voelde met de minuut de intimiteit groeien. Mijn Ede blijft een razend knappe productie. ,,Gelukkig dat jullie het zo hebben ervaren”, zei Hensema nadien.

,,En was het wel verstaanbaar?” Na een korte gewenning aan het geluid wel. ,,Gelukkig! Ik voel het alleen nu al wel aan mijn stem. Die gordijnen eromheen werken dempend.” Stemgember dan zeker, want er volgden nog twee zondagvoorstellingen. Plus nog twee dagen keer drie. Al uitverkocht. Dus dan maar hopen op weer een reprise.

menu