Bien De Moor.

NNT-actrice Bien De Moor speelt in Before/After (onder meer in Assen en Groningen): 'Uitleg vooraf stuurt het publiek, daar hou ik niet van'

Bien De Moor. Foto: Valentina Vos

Deze week gaat Before/After in première. In dit theatermozaïek van NITE, de combi van NNT, Club Guy & Roni, ASKO|Schönberg en Slagwerk Den Haag, speelt Bien De Moor tussen 38 acteurs, dansers en musici letterlijk een vooruitgeschoven rol.

Ze kreeg de Theo d’Or. Ze won filmprijzen. De Vlaamse speelde mooie rollen in tientallen toneelproducties, vaak van Franz Marijnen. Maar over het hoe en waarom van een rol, over haar motivatie: weinig tot niks te vinden. Enige verdwaalde woorden verstopt in het internet. Weerzin tegen interviews?

,,Ik hou er niet van”, beaamt ze.

Daar heeft ze haar redenen voor. En dan zit er nu ook nog een zware repetitiedag op.

Het publiek krijgt heel wat te kiezen

Bien De Moor (57) behoort tot het vaste ensemble van het Noord Nederlands Toneel in Groningen, het gezelschap waar ze vroeger onder Evert de Jager ook al speelde. Met Before/After pakt regisseur Guy Weizman opnieuw fors uit. Het stuk, als Vorher/Nachher geschreven door de Duitser Roland Schimmelpfennig, toont de afzonderlijke, kleine levens van 38 individuen. Het zijn levens die uiteindelijk stuk voor stuk in elkaar grijpen. Met al die dansers, acteurs, musici en twee grote schermen en live gefilmde beelden krijgt het publiek zintuiglijk heel wat te kiezen.

Waar Schimmelpfennig die 38 personages gelijkschakelt, schuift Weizman Bien De Moor naar voren. Letterlijk, ze speelt permanent vooraan op het toneel. De voorstelling zoomt in op haar personage, een oudere vrouw. Weizman zocht een focus, in deze jigsaw van alledaagse gebeurtenissen.

Een vooruitgeschoven rol, dan toch echt maar eens dat interview.

Altijd de boot afgehouden

,,Ik heb altijd de boot afgehouden. Ik vind het lastig om het pad dat je bewandelt in woorden bloot te leggen. Bovendien is uitleg overbodig, want die dirigeert het publiek naar wat het moet zien. Daar hou ik niet van. Wanneer je met z’n allen een stuk speelt, staan alle neuzen als het goed is in dezelfde richting. En toch volg je je eigen parkoers. Mijn uitleg zal anders zijn dan die van mijn collega’s. Of van de regisseur.”

Oftewel, geef het publiek de ruimte. Is De Moor daarmee als actrice ook intuïtiever ingesteld dan de meeste collega’s?

,,Juist niet. Ik denk heel erg na over wat ik doe. Maar omdat ik het toets aan mezelf, voelt het privé.”

Kraakheldere argumenten tegen een alsnog te voeren gesprek.

loading

Een voorstelling als een Rubik’s Cube

Kende ze Schimmelpfennig? ,,Van naam, een stuk had ik nog niet gezien. Ik ben dit gaan lezen en was direct gecharmeerd. Al die kleine levens worden zo mooi geschetst. Van het kleinste atoom tot het universum en alles daartussen, zoals het leven is. De levens hebben op den duur alles met elkaar te maken. De structuur vind ik heel mooi, met kleine blokjes die allemaal in elkaar klikken, of juist net niet, zoals bij het spelen met de Rubik’s Cube. De voorstelling vertelt over de kleine onbelangrijke dingen die voor ons als individu juist enorm zijn, waarvan je gelukkig wordt, maar die ook de wereld op zijn kop draaien.”

Dan komt de uitdaging om die onbelangrijke dingen voor het theater juist belangrijk en aantrekkelijk te maken. ,,Dat is juist zo mooi. Wij hebben het altijd over koningen, over grote emoties. Natuurlijk zit hierin ook emotie, maar je kijkt echt naar twee elektriciens, naar een jong koppel dat door zijn eerste crisis moet of naar een oud koppel en wat hen verder nog bindt of juist uiteendrijft.”

Moest dat wel zo?

Met haar personage voorop. ,,Dat vond ik eerst zonde. Hoefde toch zeker niet, in het mozaïek van levens die de wereld vormen? Maar het zegt iets over waar Guy in zijn leven staat. Daar kan ik me in vinden. Wij zijn al wat ouder, zien de oudere mensen om ons heen, zien moeders, hun struggle.”

Zo’n aangestipt personage biedt het publiek ook enig houvast. ,,Aanvankelijk zou alles haar leven zijn. Háár herinnering. Dat voel ik niet meer. Het publiek mag het zo zien, hoor. Als het zou helpen om van haar uit in die andere levens te stappen: prima. Maar ik speel het niet zo. Dat bedoel ik hè, mijn traject is anders, ook al denkt het publiek dat het wel over die madam zal gaan. Hoeft niet, kan wel. Uiteindelijk begint en eindigt het bij die oude vrouw, in een levenscyclus. Maar de vraag of ik tenslotte de balans opmaak, wil ik niet vooraf beantwoorden. Ik zie wel. Elke avond weer.”

Waar eerdere NITE-producties groot waren, is deze kolossaal. ,,Het is heel ingewikkeld omdat alle disciplines, het spel, de dans, de muziek, de film en het licht, de volle aandacht moeten krijgen. Eigenlijk is daarvoor de tijd haast te kort. Alles valt in elkaar, het schuift, kronkelt, past. Je doet alles samen. Dat vergt discipline. We hebben een grote club met jonge dansers. Ze doen het heel goed, ongelofelijk gedisciplineerd. En muzikanten die eerder met ons hebben gewerkt. Het loopt mooi. En dan nog ben je elke avond kapot.”

Wachten geen bezwaar

Veel mensen, veel wachten.

,,Dat kan ik heel goed. In theatercontext. In filmcontext niet, dan vind ik het vervelend. Dat is altijd zó koud, ha ha! En je blijft er niet op de set. Hier zit je altijd op de scène of in het repetitielokaal. Je blijft doorwerken, je kijkt hoe alles ontstaat, het licht, de muziek, je hebt tijd om na te denken. Dan pak ik mijn script en maak wat aantekeningen.”

En dan komt de vraag: hoe omschrijf je Guy?

,,Er zit enorm veel in zijn hoofd. Veel kennis, veel ideeën. Vol vol vol. En dat wil hij het liefst ook meteen zien. Hij weet heel goed waarom hij iets wil, en waarheen. Maar hij móet het zien. Heel normaal in theater is dat je tien of veertien dagen met elkaar rond de tafel zit en de tekst analyseert. Daar hou ik ook enorm van, van tekst ontleden, komma’s bekijken. Doet Guy niet. In het begin voelt dat heel vreemd.”

Schemert daar de choreograaf door de regisseur? ,,Denk het. Choreografen werken vaak op de vloer, in het moment, scheppend. Dat gebeurt nu ook. Je gaat nooit een dag aan één scène werken, altijd aan het geheel. Alles moet erbij zijn, licht, muziek, Guy moet een compleet overzicht hebben. Heel spannend voor ons, want soms gaat het te snel. Hij wil rap het geraamte van het stuk bouwen. Soms denk ik, ah, bon, geen idee, maar dan staat er wél een kader. En daarna laat hij je vrijer. Zet het dan weer vast. Om weer los te laten. Het is een permanente beweging.”

loading

Watertjes doorzwommen

De resultaten van zijn aanpak geven Weizman tot nu toe steeds gelijk. Maar gewend als ze was aan eerst een grondige tekstanalyse, dacht De Moor bij haar komst naar Groningen dan niet: waarin ben ik verzeild geraakt? ,,Absoluut niet! Ik heb al een paar watertjes doorzwommen hè. Ik sta altijd heel open om een nieuwe manier van werken te onderzoeken. Vind ik juist fijn.”

In het verleden schitterde ze in enkele monoloog-voorstellingen, Vervalsing zoals ze is, onvervalst van Jan Fabre en Kamer 411 van Simona Vinci, beide geregisseerd door favoriete theaterpartner Franz Marijnen. Mag dat niet nog eens, een mooie monoloog, tussen de grote producties door? ,,Dat hoeft niet meer van mij. Het resultaat kan fantastisch zijn, iedere acteur zou de kans moeten krijgen. Maar het is... eng. Je moet er iedere avond geraken, hè. Dat vreselijke gevoel vooraf: ga ik het halen? Onderweg raak je dat godzijdank kwijt.”

Gek mechanisme toch, dat je vooraf nooit kunt bedenken dat het tóch wel goed komt. ,,O, maar het komt niet altijd goed. Ook al merkt het publiek ’t misschien niet, soms ben je ontevreden over een avond, met het gevoel dat het publiek niet de juiste voorstelling heeft gezien. Dat ik tekortgeschoten ben. Ach ja, aard van het beestje.”

menu