Liliane Brakema (links) in gesprek met Wendell Jaspers, Bram van der Heijden en Joost Bolt (op de vloer).

NNT-regisseur Liliane Brakema: 'Soms verlang ik er naar om samen alleen te zijn'

Liliane Brakema (links) in gesprek met Wendell Jaspers, Bram van der Heijden en Joost Bolt (op de vloer).

Liliane Brakema maakt bij het NNT de voorstelling ‘Er zal iemand komen’. Twee geliefden zonderen zich af, in een huis ver van alles. Dan verstoort iemand het schijngeluk. Brakema voegt aan Jon Fosses staccato tekst een fysieke slijtageslag toe. Spel wordt een natuurlijke performance. ,,De acteurs mogen niet vluchten in hun rol.”

Scène 4 is een slopende. Niet voor niets de laatste van de repetitiedag. De acteurs Wendell Jaspers en Joost Bolt gaan elkaar ronde na ronde telkens een streep feller en sneller te lijf. In een verder eendere choreografie.

Ze zitten elkaar achterna, grijpen elkaar klemmend vast, trekken elkaar om, rollen over de grond. Alles binnen het met tape uitgezette vierkant dat de begrenzing van hun huis verbeeldt. Een decor ontbreekt. De acteurs moeten dat huis met hun woorden bouwen.

Zonder decor

,,We hadden een decor, maar ik heb het eruit gegooid”, zegt Liliane Brakema. ,,De taal moet de wereld scheppen. Vanuit de leegte. ‘Nog even’, zeggen de personages, ‘en we wonen in ons huis, een mooi oud huis, ver van andere huizen, ver van de mensen’. Ze praten de keuken te voorschijn. En daar komt de tafel. Het decor paste niet. Wat doet ‘t daar, had het publiek gedacht. Dat publiek moet op een hoorspoor worden gezet. Als er niks te zien is, gaan het vanzelf luisteren. Dat is de gedachte.”

Het Noord Nederlands Toneel heeft Brakema (32) vier jaar de tijd gegund om research te doen, bescheiden onderzoeksvoorstellingen te maken, dan een minder kleine voorstelling, en vervolgens een grote zaal-productie. Die komt er volgend najaar. Oom Wanja van Tsjechov. Een gok was het niet, haar aanstelling. Brakema’s afstudeervoorstelling werd indertijd geselecteerd voor het Nederlands Theater Festival. Dat was nooit eerder voorgekomen.

Er zal iemand komen is een stuk van Jon Fosse. Een man en een vrouw zoeken hun heil in volstrekte afzondering, in een woning bij een fjord. Dan dient zich een tweede man aan, hier te spelen door Bram van der Heijden. Gevolg: spanning, gevoed door een onzeker verlangen versus een angst die oploopt tot paranoia. De lijfelijke scène 4 mondt uit in absolute wanhoop.

Er moet ook voor de performer iets op het spel staan

,,Was ik daar al niet te snel?”, vraagt Bolt, nahijgend van de cumulerende uitputtingsslag. Nee. Dat was hij niet. Brakema bedankt de twee nadrukkelijk voor hun tomeloze inzet. ,,Ga maar lekker douchen.” Ze is veeleisend, maar op een empathische manier.

,,Wat vond jij ervan, vraagt ze na afloop.” We zitten in de directiekamer van de Machinefabriek, het huistheater van het Groningse gezelschap. ,,Bleef je geïntrigeerd bij die geweldsequentie? Of dacht je op een gegeven moment: nu weet ik het wel.”

Als het antwoord positief uitpakt, zegt ze: ,,Ik geloof ook echt dat dit duur nodig heeft. Ik heb ze eerst met aanwijzingen een veilig gevoel willen geven in die sequentie, nu moet het organisch gaan. Ik ben daarbij op zoek naar de dubbele laag van de performer en de rol. Naar waar die twee samenvallen. Af en toe heb ik gedacht, goed gespeeld, maar het raakt me niet. Ik wil dat er ook voor de performer iets op het spel staat. Je moet de eenzaamheid, de uitputting van de performer kunnen zien. Steeds meer ben ik in mijn werk op zoek naar acteurs die hun kwetsbaarheid durven laten bestaan.”

Niet op de veilige manier

Heeft ze dat met Jaspers en Bolt gevonden? ,,Ja. Dat denk ik wel. Maar soms zij we het ook zomaar kwijt. De ene dag denk je wauw, dit is het helemaal, maar dan is het de volgende toch weer veilig geworden. Zijn het loopjes. En hoe herhaal en regisseer je juist die puurheid van ‘t nog niet weten waar het heengaat? Maar we worden er steeds beter in om het terug te vinden.”

Het zijn drie heel verschillende acteurs, zegt ze. ,,In de eerste scène wil ik dat Wendell en Joost heel dicht bij het publiek zijn, zichzelf laten zien, niet spélen. Omdat ze zo verschillen doet Joost automatisch iets heel anders dan Wendel. En dus moet ik ze ook sterk verschillende aanwijzingen geven. Dat was best een lange weg, voor ik daar vat op had..”

In de tuin van de Noorse koning Harald

Jon Fosse is een van Noorwegens grootste schrijvers. Vertwijfeling, troosteloosheid en innerlijke gedachtestromen karakteriseren zijn werk. Fosse woont en werkt in de paleistuin van de Noorse koning. Brakema: ,,’t Is een bijzondere man. Ik hou van de manier waarop hij schrijft. Hij denkt niet in plots. Ik kies ook nooit iets om een plot. Soms kan ik het niet eens navertellen.”

,,Fosse gaat zitten en schrijft wat er in hem opkomt. Hij luistert naar de stilte, begint, en weet dan niet waar het heen gaat. Hij zegt: ‘Als ik ergens uit kom waar ik nog nooit ben geweest, dan heb ik een goed stuk geschreven’. Zo kijk ik ook naar mijn eigen werk. Ik wil weten welke kern ik te pakken heb, maar ben pas tevreden als ik land op een plek die ik niet had verwacht.”

Brakema noemt zichzelf dan ook een ‘zoeker’. ,,Dat is ook nu weer spannend. Ik heb wel eens dat ik niet klaar ben op de première. Ik ga soms te lang door met zoeken. Het repetitieproces is ook nooit lineair. Dan zie ik de acteurs denken: weet ze het nou écht niet?”

Uiteindelijk weet ze het wel. Anders word je niet gevraagd iets te doen bij NT Gent, niet uitgenodigd in Freiburg, in Bochum, niet door Guy Weizman het NNT.

De twee hoofdpersonages falen in het zeggen wat ze bedoelen

,,Wacht”, zegt ze, en pakt de bladspiegel van Fosses tekst. ,,Kijk. Dit soort korte zinnetjes. En ze herhalen zichzelf de hele tijd. Er zit een mooie ruimte in die zinnen. De acteurs beginnen straks ook met praten op een manier alsof het net even stil is geweest. Niet na klassiek opkomen. Meer: oké, ik zit nu hier, toe maar. Er zit mysterie in dat ze zo veel woorden gebruiken, maar nooit kunnen zeggen wat ze eigenlijk bedoelen, wat ze bezighoudt. Omdat ze het zelf ook niet weten.”

Vandaar die fysieke aanpak. Om de personages met lijfelijk uit te laten dragen wat de geest niet kan verwoorden. ,,Ja, dat denk ik. Als je verbaal niet kunt communiceren, moet het er op een andere manier uit.”

Ze deed bij het NNT onderzoek met tekst en beweging. en kwam onder meer uit bij De Kale Zangeres van Ionesco, een absurdistische ontmoeting tussen twee stellen. ,,Ik dacht dat ik zomaar iets had gekozen. Hoe langer ik ermee bezig was, des te meer besefte ik dat dit niet zo was.”

Onverwachte ontmoetingen keren steeds terug

Vast niet, want net als nu ging ook dat over een vreemde ontmoeting. Heeft dat haar voorkeur, als middel om een voorstelling te maken? ,,Niet bewust, maar heel grappig, Guy zei precies hetzelfde. Bij NT Gent deed ik Menuet van Louis Paul Boon, met een meisje als indringer in een huishouden, in Freiburg deed ik Dodendans van Strindberg, met een koppel waar iemand bij komt.”

En dan nu wéér een indringer. ,,Guy zei: ‘Bij je volgende productie wil ik geen indringers meer zien.’ Om vervolgens toe te geven dat hij bij zichzelf ook vaste patronen heeft ontdekt. Guy is heerlijk om mee te werken. Ik beloofde hem dat ik voor Oom Wanja een minder groot zoekgebied zal hanteren dan ik gewend ben. Zegt hij: ‘Nee! Hoezo? Hoe groter het zoekgebied, des te meer kun je vinden’.’’

Brakema volgt Fosses tekst vrij nauwgezet. ,,Alleen zei de dramaturg: ‘Liliane, je gaat nu iets maken dat vier uur duurt’. Dus met pijn in het hart neem ik een andere afslag. Dan kom je altijd weer ergens uit. Ik heb de indringer, Bram, niet nodig om het mis te laten gaan tussen die twee. Het zit al niet goed. Wel biedt hij haar een alternatief voor een ander leven.” De indringer als smoes dus, om alles op hem af te kunnen schuiven. ,,Ja precies.”

Een verlangen naar afzondering

Ze mikt nu op een voorstelling van een uur en vijftig minuten. Nog best aan de maat. ,,Normaal vind ik anderhalf uur mooi. Langer wil ik niet zitten. Maar deze keer gaat het over duur. Ik voel bij Fosse ruimte - ik weet niet of dit een passend woord is voor een interview - voor contemplatie. Dat je door de duur en door het minimale, maar dan wel live voor je neus, tijd hebt om over je eigen relaties, verlangens en leegte na te denken.”

Het verlangen van afzondering herkent Brakema wel. ,,Ik verlang er soms ook naar om samen alleen te zijn. Maar betekent dit niet meteen dat je het niet aandurft om alléén alleen te zijn? Dat vind ik spannend aan de wereld van vandaag. Eentje vol afleiding. We hebben nooit meer stilte. Als we even niks te doen hebben, zorgen we wel voor een kick. Dan springen we uit een vliegtuig, of gaan naar een feest, slikken pillen en dansen de hele nacht. Ik hoop dat we ook eens het midden kunnen houden. Dat het ook niks mag zijn.”

Waar en Wanneer in het Noorden

NNT/Liliana Brakema speelt Er zal iemand komen , 23, 24 en 25/10 try-outs, Machinefabriek Groningen, 26/10 daar première, 1/11 De Harmonie Leeuwarden, 23/11 Atlas Theater Emmen, 29/11 Posthuis Theater Heerenveen





menu