Zeeschilder Hendrik Willem Mesdag vond het Haagse Panorama, dat trots zijn naam draagt, het mooiste kunstwerk dat hij ooit had gemaakt. Maar hij kreeg dan ook veel hulp.

Zou deze attractie niet eigenlijk Panorama Breitner moeten heten? Bijna tachtig procent van de figuren op het ronde, 120 meter lange schilderij is van de hand van de jonge George Hendrik Breitner, zoals de stoet ruiters op het strand. Ook het perspectivisch ingewikkelde dorp Scheveningen zette hij vakkundig op het doek, nadat Mesdag zelf een mislukte poging had gedaan.

Dat de van origine Groningse kunstenaar, die zijn carrière als bankier was begonnen, hulp had bij het vervaardigen van zijn Panorama Mesdag was bekend. Zijn vrouw Sientje van Houten, zijn goede vriend Bernard Blommers, landschapsschilder Théophile de Bock en Breitner, ze werkten allevier keihard mee. Al in 1996 publiceerde een team kunsthistorici onder leiding van Yvonne van Eekelen het boek Magisch Panorama , waarin zij zo precies mogelijk in kaart brachten wie de helpende handen waren en waar ze hadden bijgedragen.

De schilders van het Panorama van Scheveningen

„Dat was baanbrekend onderzoek en staat nog altijd als een huis”, stelt Suzanne Veldink, hoofd museale zaken bij Panorama Mesdag . „Maar dat boek is uitverkocht. En omdat het museum dit jaar zijn 140-jarig bestaan viert, hebben wij een nieuwe publicatie uitgebracht: De schilders van het Panorama van Scheveningen . Hierin portretteren we Mesdag en zijn vier helpers voor het eerst echt heel uitgebreid. We zoomen in op hun onderlinge relatie en kijken ook wat het meewerken aan dit unieke kunstwerk uit 1881 voor hun loopbaan heeft betekend.”

Zo blijkt Sientje Mesdag-van Houten, door haar man vereeuwigd op het doek achter haar schildersezel tussen de bomschuiten, een ’zelfstandige kunstamazone’ te zijn geweest, die door tijdgenoten serieus werd genomen als kunstenares en beslist niet alleen in de schaduw van haar beroemde echtgenoot stond. „We hebben haar onderschat. Samen met De Bock heeft zij ook heel wat meters gemaakt, vooral in de duinpartijen”, wijst Veldink.

Flink aanpoten

Het was dan ook flink aanpoten. In slechts vier maanden moest het immense doek geschilderd zijn. Veldink heeft daardoor alleen maar meer respect voor Mesdag gekregen als projectleider en regisseur. „Hij begreep al snel dat hij deze klus – een opdracht van de Belgische ondernemer Victor Duwez – niet alleen kon klaren. Hij vroeg Blommers, bij wie hij getuige was geweest op zijn huwelijk en die gespecialiseerd was in zonnige Scheveningse vissersscènes, om te helpen met de figuren, waaronder het hondje en de vrouw met kind op de rug gezien bij het hek.”

„Daarnaast huurde hij de jonge Breitner in, die net van de academie was getrapt en genoeg branie had om er flink tegen aan te gaan. Voor Breitner zou deze ervaring een belangrijke voedingsbodem blijken voor de rest van zijn schilderscarrière. Alles wat hij op de academie had geleerd, mocht hij hier loslaten. Zo leerde hij van Mesdag dat details er niet toe deden. Ook maakte hij kennis met de fotografie als hulpmiddel voor de schilderkunst. Later ging hij zelf foto’s maken, die hij ook gebruikte ter inspiratie van zijn impressionistische schilderijen.”

Schulden om af te betalen

De flamboyante Théophile de Bock heeft zich later negatief over Mesdag uitgelaten, weet Veldink. „Hij beklaagde zich erover dat hij te weinig krediet had gekregen voor zijn bijdrage aan het Panorama. Breitner pronkte echter nooit met zijn grote aandeel in het geheel. Hij was tevreden met het geld dat hij verdiende, hij had altijd schulden om af te betalen. En toen hij in Amsterdam de gevierde voorman van de Schilders van Tachtig was, maakte hij zich niet druk om dit jeugdwerk.”

Naast het boek is er ook een kleine tentoonstelling ingericht over De schilders van het Panorama van Scheveningen . Zodra de musea open kunnen is deze t/m 26 september te zien.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur