Jansen van Galen over Bernhard: 'Hij maakte in de oorlog misschien wel eens een gezellig vluchtje.'

Pleegt Veenkoloniaal Museum censuur door artikel over 'schuinsmarcheerder' prins Bernhard te weigeren?

Jansen van Galen over Bernhard: 'Hij maakte in de oorlog misschien wel eens een gezellig vluchtje.'

Weg met de naam Prins Bernhard Cultuurfonds, betoogde John Jansen van Galen in zijn essay voor een expositie in het Veenkoloniaal Museum. Directeur Hendrik Hachmer wilde het niet hebben, en weigerde de publicatie. Is hier sprake van censuur?

Jansen van Galen (ex- NRC , ex- HP , het Parool ) stelde in zijn verhaal dat de prins inmiddels wel voldoende is ontmaskerd als opportunist, schuinsmarcheerder en oplichter eersteklas om de naam van het fonds te kunnen wijzigen. Bovendien had de prins volgens hem niets met kunst. ,,Alleen met die van het bluffen en van het versieren.”

Het artikel, welgevuld met uitglijers die de prins zich in zijn leven permitteerde, was bestemd voor een catalogus bij Portretten & Ander Ongemak van kunstenares Carole van Wees. Haar expositie wordt op 28 oktober geopend.

De Amsterdamse was bij een eerder bezoek onder de indruk geraakt van de bevlogenheid van de museummedewerkers en bood aan hun portretten te schilderen, ten voeten uit, en dan daarmee een expositie in te richten. Die mensen mochten wel eens wat minder bescheiden zijn, en trotser op zichzelf: ,,Als catalogus had ik daarom een blad bedacht onder de titel Veenkoloniaal Wereldtijdschrift , waarin de geportretteerden werden beschreven.”

Discussie over Krüger? Dan ook over Bernhard

En dat niet alleen. Journalist/schrijver Rudie Kagie (ex- Vrij Nederland ) zou directeur Hachmer interviewen (en deed dat ook), terwijl daarnaast het idee opborrelde om de naam Prins Bernhard Cultuurfonds eens stevig onder de loep te nemen. Waarom wel discussies over Jan Pieterszn. Coen en Paul Krüger als naamgevers, en niet over Prins Bernhard?

John Jansen van Galen kreeg het verzoek een stuk te schrijven. Hij deed het graag, die hele Bernhard deugde immers voor geen meter. Daarvan was hij al langer overuigd. Je hoefde er de biografieën maar op na te slaan, zoals die van Jolande Withuis en Annejet van der Zijl.

En een oorlogsheld was de man ook al niet, toen het cultuurfonds in 1947 naar hem werd genoemd. ,,Hij maakte in de oorlog misschien wel eens een gezellig vluchtje”, licht Jansen van Galen zijn verhaal besmuikt grinnikend toe. Als ze dan toch een verzetsman willen eren die óók nog eens veel met kunst had, verander de naam dan in het Gerrit van der Veen Cultuurfonds: een groot man in de oorlog, die ook nog eens uitstekend beeldhouwer werd. ,,Het is geen pleidooi tegen het fonds, maar tegen de naam ervan.”

Dit feest gaat mooi niet door

Alles goed en wel, dacht Hendrik Hachmer toen hij de tekst onder ogen kreeg, maar dit feest gaat mooi niet door. ,,Voor een politiek verhaal zoeken ze maar een ander medium. Daar zijn er genoeg van. Het Veenkoloniaal Museum is een neutraal instituut”, zegt de directeur nu over zijn beslissing.

Maar wacht, het is nog niet de mening van het museum? Het is toch een statement in een blad van de kunstenares, en hoort daardoor toch bij haar expositie? Is dit dan geen censuur? Hachmer is hoorbaar in zijn wiek geschoten. ,,Vindt u zeker wel fijn hè, een rel! Ik zeg u, dit is een blad dat door het museum wordt verspreid. En het museum doet niet aan politiek. Hier werken mensen met diverse achtergronden.”

Bang voor schenenschoppen?

Wie Hachmer googelt vindt hem al snel op een foto met Willem-Alexander en Maximá, bij een bezoek van het koningspaar aan zijn museum in 2015. Bovendien won het Veenkoloniaal Museum in 2017 ook nog eens de Museumprijs van Prins Bernhard Cultuurfonds.

De Familie over de vloer en dan ook nog eens die prijs van het PBC: spelen emoties en angst om van hoog tot laag mensen voor de schenen te schoppen dan de doorslaggevende rol in Hachmers beslissing? ,,Nogmaals, wij zijn gewoon niet het platform voor zo’n discussie, verder niks. Ik weet dat er landelijk wel over die naam wordt gesproken. Maar niet door ons als museum.”

loading

Interview in de prullenmand

Voor Rudie Kagie was Hachmers beslissing de reden om zijn bijdrage aan Van Wees’ Veenkoloniaal Wereldtijdschrift direct in te trekken. Hij wenste niet bij te dragen aan, zoals hij aangaf, een publicatie waaraan de smet van persbreidel kleeft. ,,Mijn interview met jou rust inmiddels in vrede op de bodem van de prullenbak”, liet hij de directeur weten. En daar werd Hachmers bui logischerwijze dan weer niet milder van. Kagie: ,,Ik weet nu tenminste wel waar dat ‘Ander Ongemak’ in de titel van Carole’s expositie op slaat.”

Intussen zit Carole van Wees met de kwestie in haar maag. Ze heeft immers nog die expositie te vieren in Veendam. Samen met de directeur. ,,Ik sta nog steeds achter het verhaal van John Jansen van Galen”, zegt ze. ,,Maar ik heb met pijn in mijn hart moeten accepteren dat dit nu ontbreekt, net als het interview van Rudie.”

Een extraatje van 3000 euro

Ze heeft de uitgave net binnengekregen. In duizend stuks. Schrale troost: als zij de ingreep van Hachmer zou accepteren en daarmee haar hele expeditie in Veendam wist te redden - om zo tegelijk een daverend gat in het programma van het museum te voorkomen - werd de bijdrage van het Veenkoloniaal Museum aan haar tijdschrift verhoogd naar drieduizend euro. Dat is dus gebeurd. Van Wees: ,,O, dat weet je al? Had eigenlijk niet gemogen.”

Toch verschenen

Het verhaal van van Galen is inmiddels alsnog verschenen. Te weten in Argus , een opinietijdschrift dat tweewekelijks uitkomt. Een logische plek, want Rudie Kagie is mede-hoofdredacteur. Er is er maar eentje die zich in dit verhaal vol scheve gezichten nergens iets van aan hoeft te trekken. Die rust al veertien jaar veilig voor alles en iedereen in Delft. De vraag is: op wiens lauweren.

 

Lees hieronder de in Veendam geweigerde bijdrage van John Jansen van Galen:

menu