George Tobal als Semmier, Whitney Sawyer als Jelena.

Recensie 'Hoe ik talent voor het leven kreeg': de tragische routine van het lange wachten op niks ★★★★☆

George Tobal als Semmier, Whitney Sawyer als Jelena. Foto: Raymond van Olphen

Ontroerend, geestig, hartverscheurend, intrigerend, boos makend, heftig en licht tegelijk, maar bovenal een voorstelling die gezien moet worden. Hoe ik talent voor het leven kreeg geeft vluchtelingen een gezicht, schildert hun achtergrond en schetst een geloofwaardig beeld van het zich voortslepende leven in een asielzoekerscentrum.

Dat Samuel Beckett’s Wachten op Godot het favoriete toneelstuk is van de hierheen gevluchte Iraakse schrijver Rodaan al Galidi mag ironisch heten. Je zou denken dat iemand na een asielzoektocht van jaren een andere liefhebberij koestert dan het wachten op niks, zoals in dat stuk gebeurt. Het zal in elk geval een inspiratiebron geweest voor zijn roman Hoe ik talent voor het leven kreeg , die zich afspeelt in een asielzoekerscentrum.

Wanneer komt de verlossende brief

Wachten, in hoop en wanhoop, op de verlossende brief van de overheid die de vluchteling een status kan geven, loopt ook als rode draad door de productie die George (Elias Tobal) & Eran (Ben-Michaël) samen maakten met Wat We Doen, het geëngageerde theaterinitiatief van Floris van Delft. Hij bewerkte de tekst en regisseert dit stuk, waarin George en Eran een voorname rol spelen.

Die twee kennen we onder meer van voorstellingen waarin ze de politieke en culturele tegenstellingen tussen hun Syrische respectievelijk Israëlische achtergrond geestig uitspelen, naast confrontaties met de Nederlandse mentaliteit.

Medeleven wijkt uit zelfbehoud voor cynisme

George is nu aangrijpend als vluchteling Semmier, net aangekomen in het azc, waar hij wordt ‘gehoord’ door IND-intaker Daniël (Eran, die eenmaal getooid met bril ook COA-baas Mark speelt). Zowel Daniël, Mark als Anneke (Wimie Wilhelm) hanteren cynisme voor zelfbehoud. Gaan ze te ver mee in het leed van de vluchteling, dan gaan ze er onderdoor, is de gedachte. Wilhelm is, met haar fijne raspstem als extra wapen, geknipt voor deze rol. Er valt naast al het drama ook genoeg te lachen.

Van Semmier druipt de tragiek af, hoewel hij zich gestaag lijkt neer te leggen bij een eeuwig azc-leven. Een sterke dubbelrol is er voor Whitney Sawyer, als enerzijds de meelevende, anti-cynische Merel van de sociale dienst, en anderzijds de bevallige en wanhopige Jelena, met (Wit-?)Russisch accent. En over wanhoop gesproken: Adam Kissequel zet volmaakt geloofwaardig de Afrikaan Milton neer, een dramatisch personage dat zich hyper en sjacherend door deze nikswereld probeert te slaan.

Bij meer speelbeurten op één plek komen er statushouders uit de buurt bij

De grote kracht is echter het enorme ensemble van ‘echte’ statushouders,Nieuwe Nederlanders dus, die het slepende bestaan in zo’n centrum extra invoelbaar maken, via treffende wachtrijen, in gechoreografeerd doelloos rondlopen of opduikend in het publiek, dan weer plezier makend. Sterk staaltje van Van Delft, wiens aanwezigheid als regisseur in de tournee permanent gewenst is.

Want op plekken waar meermaals wordt gespeeld, zoals in Leeuwarden, voegt hij een groep statushouders uit de regio toe aan het ensemble. Extra repetities dus. Ook mooi, in Groningen althans, is het internationale publiek. Met grappige bij-effecten. Als Semmier COA-man Mark in het Arabisch uitmaakt voor ‘hoer’ (maar dan een mannelijke) omdat hij het met Jelena zou doen, klinkt her en der in de zaal gegniffel, terwijl de rest slechts kan gissen naar de exacte betekenis.

Conclusie: ga deze voorstelling zien. Vooral wie gewend is iedere vluchteling als een gelukzoeker te beschouwen.

Maar ja.

menu