Ali-Ben Horsting (Wanja) en Anna Raadsveld (Sonja) bespreken de penibele omstandigheden.

Recensie 'Oom Wanja': Een mooie en letterlijk lachwekkende aanpak van weer zo'n tragische Tsjechov-clan (★★★★☆)

Ali-Ben Horsting (Wanja) en Anna Raadsveld (Sonja) bespreken de penibele omstandigheden. Foto: Reyer Boxem

Een première wil je vieren, en zeker na zó’n première is het rottig om direct de schouwburg te moeten verlaten.

Normaal gesproken hadden de bezoekers aan Oom Wanja regisseur Liliane Brakema van harte kunnen feliciteren met haar geslaagde, gedurfde, eigenzinnige en met regelmaat zelfs kolderieke over de top-aanpak van een van Tsjechovs voornaamste stukken. Het is, voor extra van harte, ook nog eens Brakema’s debuut in de grote zaal.

Dat ze van wanten weten weet, heeft ze vanaf haar afstudeervoorstelling in de kleine zaal al bewezen, maar dit, en dan zeker in zo’n maffe coronatijd, is andere koek. Ze vertaalt de besluite- en karakterloosheid waarmee Tsjechov de personages in vrijwel al zijn stukken volstopt naar een setting waarin die personages karikaturaal worden.

Als een bespeelde marionet

Alles leidt tot niks, zoals altijd, maar nu nog erger. Het heeft wel wat weg van de Shakespeare-aanpak van de voorstellingen in Diever. Bram van der Heijden, die de binnen gewaaide arts Astrov speelt, lijkt bijvoorbeeld in zijn houterige passen door een marionnettenspeler te worden gestuurd. Fijne rol.

In het verhaal beheren Oom Wanja (een vol op het orgel gaande Ali-Ben Horsting) en zijn nichtje Sonja (Anna Raadsveld) al jaren zo kwaad als het gaat het landgoed van niksnut-professor Alexander Serebrjakov (Martijn Nieuwerf), vader van Sonja, die tot geweldige ergernis van Wanja terugkeert met zijn gevolg, onder wie Jelena, zijn pas 27-jarige vrouw.

De stoelenzooi belooft al weinig goeds

De opgestapelde stoelenbende op het toneel, de kapotte schommel en het eerst nog slechts druppende plafond geven al direct de staat van het landgoed aan. De entree van Serebrjakov cs. toont de keuze die Brakema heeft gemaakt: het viertal verschijnt van links uit de coulissen in een hilarische ganzenpas.

De verbitterde Astrov (patiënt overleden) heeft meer met ‘wereldreddende bossen’ dan met kortetermijn-artsenij, en zo komt het klimaat langs met zijn beroerde vooruitzichten. Samen met die Tsjechoviaanse talmen - vergelijk de coronadiscussie - geeft dit deze Oom Wanja actualiteitswaarde.

Letterlijk spetterend

Maar los van zo’n boodschap(je) valt vooral de originaliteit van Brakema te prijzen. Omdat Tsjechov zo gespecialiseerd is in fatalisme, ligt er altijd een gevaar van verveling op de loer, van sleur, van o ja, ook dat nog. De zelfs letterlijk spetterende aanpak - natuurlijk gaat het al snel helemaal mis met dat dak - gaat met een sprong over alle valkuilen heen.

Er valt veel te lachen om Wanja’s ergernis, om diens plús Astrovs versierpogingen van de verveelde, sterk gespeelde Jelana, om de uitbundig uitgeschreeuwde hersenspinsels van de professor en de haast kluchtige achteloosheid waarmee deze de versierpogingen en een dubbel mislukte aanslag van Wanja bagatelliseert. Dit is een mooi en verrassend avondje.

menu