Recensie Piet's Big City: Wie niet in Piet van Dijkens boek genoemd wordt moet zich beraden op de zin van het bestaan ★★★☆☆

Piet's Big City. Door Piet van Dijken

Een boek van Piet. Momentje. Piet... wie? Die al tientallen jaren de taak vervult van ‘watcher’ over de stad Groningen. Hij verplaatste zich al op elegant gedecoreerd schoeisel lang voordat reservepremier Hugo de Jonge probeerde zich als imitator te manifesteren.

Piet van Dijken dus. Ooit was hij een diskjockey die als nevenbezigheid het ideale formaat vertoonde voor het showen van onderbroeken. Hij kon meer. Werd presentator en functioneerde bij Radio Noord in de open lucht door wandelaars in het centrum van de stad met gesprekjes lastig te vallen. Op zijn cv prijkt ook een serie talkshows in de opwindende setting van cafés.

'Drie keer niks'

Hoewel, alles valt in de omvangrijke schaduw van zijn activiteiten voor Omroep Organisatie Groningen. Met een tv-camera ging hij 600 keer de Herestraat in als interviewer van figuren met een nationale status. Tweede keus vormden prominenten uit de naaste omgeving. Hoe dan ook, mensen met een verleden, een heden en een mening.

Piet van Dijken is ontegenzeggelijk in eerste instantie een prater. Snelle reflexen monden bij hem regelmatig uit in de standaarduitdrukking ‘drie keer niks...’. Ook als columnist grossiert hij in grote getallen. Regionale nieuwsmedia hebben honderden stukjes van hem in dank afgenomen en als vanzelfsprekende consequentie is er nu een boek, Piet’s Big City .

De titel zegt veel. Van Dijken heeft de stad Groningen geannexeerd. Geen enkele van de talrijke burgemeesters en interims die met zijn goedvinden passeerden, maakte er bezwaar tegen. Het is een gegeven. Het residu van ervaringen en confrontaties is opgeslagen in dit verzamelde werk. In totaal 158 columns. Over het eindeloos aantal vrienden dat hij onderweg maakt en over de etablissementen die hij van bekendheid en gedegen kritiek voorziet, desnoods op de hotdogs.

Geen mooischrijverij

Hij houdt niet van mooischrijverij en helemaal niet van zweverige abstracties. Wie ‘man en paard’ genoemd wenst te zien, wordt bediend. Piet pakt hete hangijzers met beide handen aan, maar is niet vies van het vermelden van personen, merken en etablissementen. In het boek heeft hij zijn zittingen op een Terras behendig in een serie van vijf hoofdstukken verpakt. Verspreid van 1 tot en met 5. Wat hem een uitgelezen kans verschaft 42 namen te droppen. Dat schiet op. Wie niet in één tekst voorkomt, moet zich beraden op de zin van het bestaan.

Soms permitteert hij zich een mijmering. Over de dood: „Nadat Johan Cruijff was gestorven, heb ik de hoop naast mij neergelegd dat ik onsterfelijk ben.” Een detail. Piet van Dijken benadert bij voorkeur aardse zaken als het onvermijdelijke gedoe over voetbal en televisie. Zijn superieure vreugde schuilt in een slopende tocht op de e-bike. De aanschaf van een heus schapenzadeldekje heeft hem verlost van smartelijke zadelpijn.

menu