Naast de woning van kampcommandant Albert Gemmeker wordt tot en met vrijdag, elke middag twee keer, Ludmilla opgevoerd. De opera was in juni 1944 onderdeel van de laatste ‘bonte avond’ in Kamp Westerbork.

‘Er hangt over deze hele revue een waas van smartelijke weemoed’, citeerde een van de twee voorlezers, die zich in het publiek bevonden, het kampdagboek van Philip Mechanicus . We hadden net Marc Pantus het ballet van een ‘bonte avond’ in Kamp Westerbork zien verbeelden met een koddig, onbeholpen dansje, waar we besmuikt om lachten.

Albert Gemmeker

Want kun je wel lachen om zoiets, als je weet dat 75 jaar geleden kampcommandant Albert Gemmeker zich op de voorste rij kostelijk vermaakte bij de voorstellingen (verplicht Duitstalig) die de gevangenen voor hem opvoerden?

Goed, van Ludmilla zal Gemmeker minder gecharmeerd zijn geweest dan van de revue- en cabaretavonden daarvoor. De ‘parodistische opera’ was waarschijnlijk niet voor niets onderdeel van de allerlaatste ‘bonte avond’ in het doorgangskamp.

Het liefdesverhaaltje over Ludmilla en de twee mannen die naar haar hand dingen - een moppentappende vertegenwoordiger en de snotverkouden huwelijksfavoriet van Ludmilla’s vader - is onder de operette-achtige oppervlakte inktzwart. Lijken aan de lopende band luidt de ondertitel, en dat in een kamp vanwaaruit ruim 100.000 mensen naar de vernietigingskampen werden afgevoerd.

Je lacht, ook al wil en durf je niet

In de versie van regisseur Eva Buchmann wordt de opera af en toe stilgezet en gecontrasteerd met voorgelezen teksten van kampbewoners Mechanicus, Etty Hillesum (beiden in Auschwitz vermoord) en Ida Simons, die de oorlog overleefde.

In Simons’ nalatenschap werd een pianouittreksel van Ludmilla teruggevonden, met een opdracht van componist Erich Ziegler. Die vormt de basis voor deze voorstelling die je onder de huid kruipt en blijft knagen. Je lacht, ook al wil en durf je niet.

Dat komt ook door de sterke, fraai uitgevoerde, humoristische muziek (bij elk lijk citeert Ziegler Saint-Saëns’ stervende zwaan ) en het ijzersterke zang- en acteerwerk van de drie hoofdrolspelers. Maar het is vooral het absurde gegeven dat gevangenen met uitzicht op de dood dit soort voorstellingen maakten en bijwoonden.

Todesfuge van Paul Celan

En het gegeven dat het hier vlakbij is gebeurd. Met naast het toneel, onder dezelfde overkapping, het huis van die kampcommandant Gemmeker, wiens speeltje dit was.

Tegen het eind van Ludmilla danst Marc Pantus als ballerina nogmaals zijn koddige dansje, ditmaal tussen de lijken, waarvan er eentje het hoofd opheft en zegt: ‘Alstublieft, dans hier niet, sterf.’ Waarna ook de ballerina uit de gifbeker drinkt en uit een box Paul Celans gedicht Todesfuge klinkt.

Huiveringwekkend.

De gegevens

Gebeurtenis : opera-pastiche Ludmilla, total verrückt van Erich Ziegler (muziek) en Willy Rosen (libretto) door Punto Arte

Met : Marc Pantus, Jan Willem Baljet (bariton), Merlijn Runia (sopraan), Marcel Worms (piano), Stephan Heber (cello) en Jan Erik van Regteren Altena (viool), Marc Bennink, Emma van Muiswinkel (stemacteurs)

Regie : Eva Buchmann

Dramaturgie : Ben Hurkmans

Gezien : 7/5 Hooghalen, Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Publiek : 14 en 40

Nog te zien : woensdag 8, donderdag 9 en vrijdag 10 mei om 13.30 en 15.30 uur

Waardering : vijf sterren

Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur