Rijk van de Geest: een beschrijving van Iran in vier scènes

Iran is meer dan ayatollahs, kernwapendeals en gedoe over hoofddoekjes. Het is ook een van de oudste landen ter wereld, met een rijke culturele erfenis. Die is vanaf zondag te zien in het Drents Museum op de expositie Iran – Bakermat van de beschaving , die de hele geschiedenis van het land omvat. Om in de stemming te komen een beschrijving van Iran in vier scènes.

Macht - Breakdancen in Persepolis

Persepolis, een warme namiddag in maart. De zon zakt langzaam naar de horizon. De stenen zuilen van de ruïnes in de Stad der Perzen werpen lange schaduwen over het dorre, kale land van Zuid-Iran. ‘Berg van Genade’ heet de heuvel, aan de voet waarvan dit enorme paleizencomplex 2500 jaar geleden werd gebouwd. Die genade kwam in de vorm van een waterbron, die hier ooit tuinen paradijselijk deed bloeien. Letterlijk, want ons woord paradijs gaat terug op het oud-Perzische paradaida , dat ‘ommuurde tuin’ betekent.

Nu staan er miezerig bebladerde bomen langs de enorme boulevard die naar de ingang van Persepolis leidt. Tussen de kale stammen zoeken Iraanse families verkoeling, de picknicktassen gevuld met eten en drinken. In de glorietijd van Persepolis schreden hier koningen en edelen vanuit alle windstreken met hun gevolg naar de Poort van alle Naties om de sjah-an-sjah (‘Koning der Koningen’) kostbare geschenken te brengen en eer te bewijzen. Een schril contrast met de busladingen toeristen die nu worden gedropt bij schreeuwerige winkeltjes en eettenten.

De grondlegger van het eerste grote Perzische rijk, dat van de Achaemeniden, was Cyrus de Grote (600 tot 530 v.Chr.). Hij onderwierp de Meden en vestigde het grootste rijk dat de wereld tot dan toe had gekend. Het liep van Griekenland tot India en van Ethiopië tot Armenië. Cyrus was een meedogenloze veroveraar maar ook een uitzonderlijk verlicht heerser. De onderworpen volken mochten hun eigen cultuur behouden. Machtige rivalen als de Babyloniërs en de Assyriërs werden niet overweldigd maar als het ware geabsorbeerd.

loading  

Cyrus en zijn opvolgers – die zelf de god Ahura Mazda en zijn profeet Zarathoestra (ook bekend onder de naam Zoroaster) vereerden – toonden respect voor de goden van andere volken. Zo mochten de joden uit Babylon terugkeren naar Judea en de tempel in Jeruzalem herbouwen. Het leverde Cyrus in het Oude Testament een heldenstatus op. De profeet Jesaja noemt hem in de Bijbel zelfs ‘Gods gezalfde’, de Messias.

,,Eigenlijk was hij de eerste heerser die sprak over mensenrechten’’, vertelt onze gids, terwijl we door Persepolis dwalen. ,,Cyrus gaf opdracht om overwonnen steden niet te plunderen, van heilige gebouwen af te blijven en vrouwen niet te verkrachten.’’ Die politiek wierp vruchten af en maakte school. Darius de Grote, die begon met de bouw van Persepolis, handhaafde de traditie van verdraagzaamheid, een zekere mate van rechtvaardigheid en gedecentraliseerd bestuur.

Maar hoe verlicht hun regime bij tijd en wijle ook was, het ging de Achaemenidische heersers om het vestigen en uitbreiden van hun macht. Het immense gebouwencomplex van Persepolis was het ultieme symbool dat de enorme kracht van het Perzische rijk in die dagen toonde.

loading  

,,Wil je eens door deze 3D-bril kijken?’’, vraagt een vriendelijke Koerdische bezoeker. We staan op het plein bij de grote ontvangsthal van Persepolis, waarvan de met prachtige reliëfs gedecoreerde trapmuren nog deels overeind staan. De bril toont een reconstructie van de hoog daarboven oprijzende muren van weleer. Ze zijn van een soort architectuur die de bouwwerken van Hitler-Duitsland en de communistische Oostblokpaleizen in herinnering roept. De rijkdom van Persepolis was onwaarschijnlijk.

In 330 voor Christus werd het paleizencomplex in brand gestoken door Alexander de Grote. In Iran heet hij dan ook niet ‘de Grote’ maar ‘de Macedoniër’ en ‘de vervloekte’. De plunderingen door Alexander en de zijnen waren volgens sommige historici een wraakneming voor de Perzische aanval op Athene, 150 jaar eerder, door Darius’ zoon Xerxes. Daarbij moest de Acropolis het ontgelden. De aanval op de Stad der Perzen was in elk geval een bewuste, politieke daad. Het maakte duidelijk dat de heerschappij van de Achaemeniden definitief voorbij was.

Nu, 2300 jaar later, resten de ruïnes. Tussen de zuilen van de Poort van alle Naties, waardoor ooit de onderworpen heersers van de verschillende rijken Persepolis binnentraden, is een groepje Iraanse jongens aan het breakdancen. Ja, natuurlijk zijn ze trots op de lange, rijke geschiedenis van hun land. ,,Ik heb 24 uur in de auto gezeten om hier te kunnen zijn’’, vertelt een van hen. ,,Wij zijn uit alle delen van Iran hierheen gekomen’’, zegt een ander.

Speciaal voor Persepolis? Ze lachen. ,,Nou, eerlijk gezegd om mee te doen aan een breakdancewedstrijd in Shiraz, morgenmiddag. Kom je kijken?’’ Iran mag dan de bakermat van de beschaving zijn, en Persepolis een van de hoogtepunten uit de lange geschiedenis van het land, voor de jongeren van nu zijn er belangrijker zaken.

loading  

Religie - De tuinman van het vuur

Het is eigenlijk maar een klein gebouw, de vuurtempel in een buitenwijk van de stad Yazd. Vergeleken met de indrukwekkende islamitische architectuur in Iran stelt de eenvoudige, uit gele stenen opgetrokken tempel, omringd door een tuin vol cipressen, niet veel voor. Nog geen 100 jaar oud is het bouwwerkje en toch is deze plek het centrum van het zoroastrisme, de godsdienst die voor de islam de dominante religie van Iran was.

In de ontvangstruimte van de tempel klinkt gedempt gezang. Het is afkomstig uit de ruimte waar het vuur brandt. Bezoekers mogen er niet naar binnen. Door een raampje zijn vaag de vlammen te zien. Het heilige vuur staat symbool voor Ahura Mazda, de god die Cyrus de Grote aanbad. Volgens de verhalen brandt het al ruim 1500 jaar. In 1934 werd het vuur naar Yazd gebracht, de stad die vanwege zijn centrale ligging geldt als de navel van Iran. Het is het belangrijkste heiligdom van de zoroastriërs, die ook wel vuuraanbidders worden genoemd.

loading  

Naast de tempel schoffelt een kleine man de bloemperken. Cyrus heet hij en hij komt uit Teheran, 600 kilometer noordelijker. Hij is hier nu acht maanden. ,,Ik doe vrijwilligerswerk bij de tempel’’, zegt Cyrus. ,,Ik ben de tuinman.’’ De afrikaantjes en viooltjes floreren onder zijn handen.

Wereldwijd zijn er nog zo’n 200.000 zoroastriërs. In Iran kunnen ze hun geloof zonder al te veel problemen belijden, vertelt Cyrus. ,,We hebben een eigen school hier en een eigen sportcentrum.’’ Net als joden en christenen hebben zoroastriërs een eigen vertegenwoordiger in het parlement van de Islamitische Republiek. En in Yazd mogen ze ook meedoen in het stadsbestuur.

loading  

Aan de rand van Yazd – waar de gemiddelde temperatuur in de zomermaanden 40 graden is – liggen de beroemde Torens van Stilte. Bovenop deze heuvels legden de zoroastriërs tot in de jaren zestig hun doden neer, zodat de gieren hun botten konden kaalvreten. We klimmen omhoog en bekijken de put waarin de botten werden verzameld. Hij bevat nu vooral stenen en afval van toeristen. Er zijn nog een paar botten te zien. ,,Dat is een menselijke dijbeen’’, zegt de archeoloog in ons gezelschap.

Luchtbegrafenissen zijn een eeuwenoude traditie. Ze kwamen voort uit de gedachte dat dode lichamen onrein zijn en bij contact de elementen aarde en vuur zouden ontheiligen. Het geven van het vlees aan de vogels werd gezien als een laatste daad van barmhartigheid tegenover roofvogels, hun medeschepsels. Tegenwoordig begraven Iraanse zoroastriërs hun doden in stenen kisten. Op die manier wordt direct contact van de lichamen met de aarde ook vermeden.

loading  

Het zijn zaken waar Cyrus, de tuinman van het vuur, zijn schouders over ophaalt. ,,Voor theologische kwesties moet je bij de priester zijn’’, zegt hij. Terwijl hij de bloemen water geeft, vertelt hij hoe hij zijn geloof beleeft. ,,Het is in de kern vrij eenvoudig: denk het goede, zeg het goede en doe het goede.’’ Er wordt wel gezegd dat de Achaemeniden zich als gevolg van de leer van Zarathoestra relatief humaan gedroegen tegenover onderworpen volken.

Cyrus glimlacht minzaam. ,,Het allemaal perfect in de praktijk brengen lukt natuurlijk nooit. Maar je moet je best doen. Als je een goed leven leidt, leef je na je dood voort in de herinnering van anderen.’’

Poëzie - Hafez en de vogelmannetjes

Op straat, voor de ingang van de weelderige Perzische tuin in Shiraz waar de graftombe van Hafez zich bevindt, proberen oude mannen met een parkietje op de hand bezoekers te verleiden. Tegen betaling van 50.000 rials (minder dan een euro) pikt het vogeltje een gedicht van Hafez uit het stapeltje kaarten dat ze in hun hand houden. ,,Zo’n gelukskaartje voorspelt de toekomst’’, zegt een van de vogelmannetjes.

Het mausoleum van de veertiende-eeuwse dichter ligt in het noorden van Shiraz, een stad die zo’n 1,5 miljoen inwoners telt. Het is half tien ’s ochtends en nu al lopen er tientallen bezoekers rond: groepen vrouwen, schoolkinderen, families, eenzame mannen en veel stelletjes. ,,Hafez is onze grootste dichter’’, zegt een tienermeisje, dat met haar ouders en broer de tombe bezoekt. ,,Zijn naam betekent ‘Hij-die-de-Koran-uit-zijn-hoofd-kent’. Hij schreef liefdespoëzie met meerdere lagen, waarin we soms over God lezen en soms over mensen.’’

Iran plaatst al zijn dichters op een voetstuk, maar Hafez is een geval apart. Hij schreef over vrouwen, wijn, drankgelagen en zinnelijke liefde en is nog altijd mateloos populair. Dat lijkt vreemd in een islamitisch land waar alcohol verboden is en erotiek achter de voordeur thuishoort. Hafez botste in zijn tijd al met de religieuze orthodoxie. De geliefde over wie hij dicht is echter niet alleen een aardse vrouw. Het is ook een beeld voor God. En wijn is in zijn werk, naast drank, tegelijkertijd de geest van God.

loading  

De hoogste leiders van de Islamitische Republiek, ayatollah Khomeini en zijn opvolger Khamenei, staan beiden te boek als liefhebbers van het werk van Hafez. In hun interpretatie zijn de gedichten vooral religieus, waarbij de alcoholische roes samenvalt met de bedwelmende liefde van God. Zoals ook in Europa in de middeleeuwse liefdesmystiek God als een zinnelijke geliefde werd uitgebeeld. Hafez’ werk is op vele manieren uit te leggen.

Hij schreef zijn liefdeslyriek in een tijd dat Timoer Lenk massaslachtingen voltrok op de Iraanse hoogvlakte. Zo liet de Mongoolse veroveraar in Isfahan, na een volksoproer, 120 zuilen oprichten met 70.000 afgehakte hoofden. Van dit soort tegenstellingen – liefde in tijden van oorlog, verboden vruchten als beeld voor God – is de Iraanse cultuur doortrokken. Tegenstrijdige aspecten van het leven worden moeiteloos verenigd.

Na de islamitische verovering van Iran, die in de zevende eeuw plaatsvond, is de pre-islamitische culturele erfenis altijd hoog gehouden. In zijn epische gedicht de Shahname (’Boek van de koningen’), bestaand uit zo’n 50.000 coupletten, vertelde een voorganger van Hafez, Abolqasem Ferdowsi, rond het jaar 1000 de geschiedenis van het oude Perzië. Het dichtwerk, dat een zoroastrische inslag kent, staat nog altijd symbool voor de Iraanse identiteit.

loading  

Het is een van de voorbeelden van de veerkracht die de Iraanse elite altijd heeft gekenmerkt. Na elke crisis of bedreiging en verovering van buitenaf, wist de bovenlaag zich steeds weer op te richten, zonder te breken met het verleden. Het nationale culturele erfgoed werd tegen de klippen op veilig gesteld, ook als het in tegenspraak leek met de cultuur van de nieuwe machthebbers. Het onverenigbare werd steeds weer verenigd. Misschien is poëzie juist daarom zo populair. Iran, dat een enorme hoeveelheid eeuwenoude, materiële cultuurschatten herbergt, is bovenal een rijk van de geest.

De Shahname is ook van groot belang geweest bij de eenwording van het Farsi, de taal van Iran. Het Farsi van tegenwoordig komt min of meer overeen met de taal die Ferdowsi hanteerde. Volgens sommige geleerden is dat zelfs de verdienste van de Shahname , die nog altijd een grote rol speelt in het onderwijs en in de familiekring. In de media zijn regelmatig voordrachten uit het werk te horen en op de online zender Radio Farhang, ‘de stem van de Islamitische Republiek Iran’, is een uitgebreide serie over het nationale epos te vinden.

Niet alleen Ferdowsi’s gedicht, ook versregels van Hafez en andere grote Iraanse dichters als Sa’di, Omar Khayyam en Roemi sijpelen nog altijd door in het taalgebruik. ,,In bijna elk huis in Iran ligt een exemplaar van de Divan van Hafez, zijn verzamelde gedichten’’, vertelt een verlegen jongeman bij Hafez’ tombe. ,,We leren zijn gedichten op school uit het hoofd, net als het werk van andere dichters trouwens.’’ Ja, dat wil hij best demonstreren. Beduusd door de aandacht, volgt na een aarzelend begin een eeuwenoud gedicht.

loading  

De Divan van Hafez wordt met Iraans Nieuwjaar (’Norouz’, de eerste dag van de lente) zelfs gebruikt als toekomstvoorspelling. ,,Je slaat het boek op een willekeurige plek open en de tekst vertelt wat je in het nieuwe jaar kunt verwachten’’, zegt een wat oudere man. Hij heeft net Hafez’ graftombe in het open koepeltje aangeraakt. Dat gebaar weerspiegelt de hoop op direct contact met de dichter, die in Iran als een heilige wordt vereerd. De Koran is het enige andere boek dat ook op die manier wordt gebruikt.

Bij het verlaten van de tuin zijn de vogelmannetjes, die hun parkieten inzetten als de hand van God, nog steeds present. De verleiding is groot en de prijs laag, zoals alles in Iran spotgoedkoop is. ‘Je hebt een mooi leven achter je, het gaat nu even wat minder, maar er komt nog veel meer moois aan’, luidt de boodschap van Hafez op het kaartje dat het vogeltje uit de stapel pikt. Ja, poëzie is gelukkig altijd vaag.

Handel - Gelatenheid in de bazaar

’Hallo, welkom in Iran. Waar komen jullie vandaan? Uit Nederland! Kent u Henk Kamp?’’ Bij de ingang van de bazaar van Isfahan spreekt een tapijtverkoper ons aan. De oud-minister, die we in het Noorden te goed kennen, was ooit bij hem in de zaak. De goedlachse man troont ons mee naar een van de vele binnenplaatsjes. Vaak zijn het oude karavanserais, overnachtingsplekken voor karavaanreizigers die op weg langs de zijderoute Isfahan aandeden met hun handel.

In alle Iraanse steden vind je bazaars: overdekte marktplaatsen waar alle mogelijke spullen worden verkocht. Het fenomeen deed zijn intrede in de derde eeuw. De oudste delen van de immense bazaar van Isfahan zijn meer dan duizend jaar oud. Aan het einde van de zestiende eeuw werd de bazaar enorm uitgebreid, toen sjah Abbas I de Grote de hoofdstad van zijn rijk naar Isfahan verplaatste.

De bekendste ingang van de bazaar ligt aan het Naghsh-e Jahan-plein, dat Abbas I de Grote liet aanleggen. Het staat bekend als een van de mooiste pleinen ter wereld, met indrukwekkende bouwwerken als de overweldigende Moskee van de Sjah en het fraaie Ali Qapu Paleis. Tegenwoordig heet het Plein van de Imam. De immense, parkachtige vlakte met zijn vele bankjes is een belangrijke ontmoetingsplek voor de inwoners van Isfahan.

loading

De vriendelijke verkoper van Perzische tapijten hoopte dat zijn buitenlandse gasten geïnteresseerd zouden zijn in zijn koopwaar. Hij dringt niet aan als we meer belangstelling tonen voor de karavanserai en de structuur van de bazaar zelf. Dat is typerend voor Iraniërs. In tegenstelling tot inwoners van veel andere islamitische landen zijn ze uiterst hoffelijk en allerminst opdringerig. Ze ademen een zekere gelatenheid.

Dat heeft misschien te maken met de sjiitische variant van de islam, die in Iran sinds de zestiende eeuw dominant is. Sjiieten hebben zich altijd de underdog gevoeld ten opzichte van de soennieten, veruit de grootste stroming binnen de islam. ,,Soennieten zijn goed in veroveren, wij sjiieten zijn beter in verliezen en rouwen’’, vertelt een jonge Iraniër in een van de hippe koffieshops, die de laatste jaren uit de grond schieten.

Het gevoel dat alles toch mislukt, is diepgeworteld in Iran. Net als de neiging om te sympathiseren met de onderdrukten en de underdogs. Er is tegenwoordig een categorie die zich nadrukkelijk onttrekt aan de gelatenheid: de tienermeisjes. Met de regelmaat van de klok worden buitenlanders aangeklampt door schoolmeisjes, die – al dan niet begeleid door hun moeder of juf – een gesprekje willen aanknopen.

loading

In de bazaar zien we dat skinny broeken erg in de mode zijn in Iran, net als felgekleurde, wollen handtasjes. Natuurlijk zijn er prullaria te koop voor toeristen, maar dit is toch vooral de marktplaats voor gewone Iraniërs. Hoe dieper je in het gangenstelsel doordringt, hoe sterker de geuren. De prikkeling van de meest uiteenlopende kruiden en gedroogde bloemen, die in grote juten zakken staan uitgestald, vermengt zich met de geur van vers gebakken brood. Uit een andere gang komt een zoetig parfum aanwaaien.

Vlakbij de ingang van de bazaar onderhandelt Vincent van Vilsteren, conservator van het Drents Museum, over de aankoop van een aanzienlijke hoeveelheid beschilderde houten doosjes. ,,Leuk voor in de museumwinkel’’, zegt hij. Na lang praten weet hij een aantrekkelijke korting te bedingen. ,,Ik ben ook nog op zoek naar een tapijt. We willen bij de Iran-expositie in het museum de sfeer van een bazaar oproepen.’’

Dat idee sluit goed aan bij de functie van de bazaar. Traditiegetrouw fungeert deze als het centrum van het dagelijks leven. Kooplieden, die zich verenigden in handelsgilden, behoorden gedurende lange perioden van de Iraanse geschiedenis tot de dominante maatschappelijke klasse. Ze waren vaak net zo invloedrijk als de oelama, de islamitische geleerden. Moskee en bazaar waren sterk met elkaar verbonden, in een relatie van wederzijdse afhankelijkheid.

loading  

,,Meneer, mag ik even met u praten?’’, vraagt een meisje van 13 jaar. Met een vriendin staat ze net buiten de bazaar op buitenlanders te wachten. Hun leraar Engels, een jonge vrouw, is er ook bij. Ze zegt, besmuikt lachend: ,,Ze willen graag hun Engels oefenen.’’ Zo krijgen we op een grijze maandagmiddag in Isfahan de toekomstplannen te horen van een Iraans meisje. Ze heeft het plan om later naar Amerika te gaan om verder te studeren. Het is haar droom om astronaut te worden.

Als de schemer invalt, is het tijd om een restaurantje op te zoeken. ,,Doe de groeten aan Henk Kamp’’, roept de tapijthandelaar ons na.

menu