Jean Pierre Rawie.

Column van Jean Pierre Rawie: Spanbroek

Jean Pierre Rawie. Foto: Marcel Jurian de Jong

Pierre Vinken was behalve neurochirurg en uitgever één van de oprichters van het Republikeins Genootschap. Dat was een elitair clubje, waar je je niet voor kon aanmelden; nieuwe leden werden door coöptatie geworven.

Het in een vrolijke bui opgestelde artikel 4 van de statuten, waarin stond dat er slechts autochtone mannen werden toegelaten, heeft nogal wat stof doen opwaaien, maar was niet serieus bedoeld: onder de eerste leden treft men Hedy d’Ancona en André Haakmat.

Het was een deftig gezelschap (nagenoeg iedereen was geridderd) dat nimmer bijeenkwam of actie voerde. Naar goed Nederlands gebruik ontsproten er al snel afsplitsingen en concurrenten, zoals de Republikeinse Kring en het Nieuw Republikeins Genootschap. Het oorspronkelijke verbond is inmiddels opgeheven, geloof ik; zeker weet ik dat niet, omdat het al nooit enig teken van leven gaf.

Het was een deftig gezelschap (nagenoeg iedereen was geridderd) dat nimmer bijeenkwam of actie voerde

Tijdens een literair feestje rond de eeuwwisseling vroeg Pierre Vinken me, op mijn toenmalige vriendin (maar dat wist-ie niet) wijzend: ,,Zeg, wie is dat geile vrouwtje in het rood?” Hij was in het geheel niet uit het veld geslagen door mijn uitleg, wat me voor hem innam. Even later informeerde hij of ik reeds lid was van het Republikeins Genootschap. Op mijn ontkenning verzekerde hij dat ik daar beslist bij hoorde.

Een week daarna werd ik gebeld door iemand van de radio, die gezien had dat ik op de lijst van republikeinen stond, en wou weten hoe dat zat. Ofschoon ietwat overrompeld, vermocht ik mijn tegenwoordigheid van geest te bewaren, en legde uit dat ik voorstander was van een Republiek der Verenigde Nederlanden, geleid door een met spanbroek, pruik en degen getooide prins van Oranje, die wanneer het te dol werd tijdelijk weggestuurd kon worden. (Ik vertel vaak me nog – tevergeefs – beijverd te hebben het Genootschap het predicaat ‘Koninklijk’ te doen verlenen.)

De huidige verenigingen die op een ander staatsbestel aansturen, zijn van een betreurenswaardige ernst, en streven van alles na dat geen enkele kans van slagen heeft. Onze koning kan de grootste stommiteiten begaan (en doet dat met overgave, gelijk onlangs weer eens bleek); zijn populariteit lijdt er niet noemenswaard onder.

Eén van de verbetenste en meest humorloze Oranjehaters is Gerard Aalders, die al verscheidene boeken over de schurkenstreken van prins Bernhard en het onmogelijke karakter van koningin Wilhelmina heeft gepubliceerd. Zijn nieuwste schotschrift heet Oranje Zwartboek , en behandelt de hele dynastie, van Willem de Zwijger tot nu.

Het ligt voor de hand dat hij elke verrichting van iedere Oranjetelg ten kwade duidt. Dat levert aardige roddels op, maar kan de onbenulligheid van die met een mystiek sausje overgoten lui niet verhullen; afgezien van hun koningschap is er niet veel belangwekkends aan. Bovendien is Aalders geen begenadigd stilist. Naast blunders als ‘Commissaris der Koning’ lees je bij herhaling ‘Daar kom ik later op terug’ en dat soort onbeholpenheden.

Ik moest denken aan de onderwijzer J.G. Kikkert, die jarenlang het ene na het andere kritische werkje over de familie afscheidde, dat niettemin gretig werd verslonden door overtuigde monarchisten, die zijn bezwaren negeerden. De uitgever had dat door, en voorzag de boekjes van feloranje omslagen.

menu