De kaart van de stad Groningen.

Stadsplattegronden van een man met een plan: Jacob van Deventer

De kaart van de stad Groningen.

Ergens rond 1560 meldde zich in Stavoren een man bij het stadsbestuur. Hij was kort daarvoor met de boot vanuit Medemblik de Zuiderzee overgestoken en had een vrijgeleide van koning Filips II.

De man wilde rondkijken en metingen verrichten. Hij wilde ’s avonds overnachten in een gasthuis of herberg. Daarna mogelijk nog meer metingen maken, van alles opschrijven en schetsen. En bij vertrek wilde hij betaald worden.

Aldus geschiedde.

Vervolgens reisde de man door naar Stavoren. Daarna naar Workum, Sloten, IJlst, Sneek, Bolsward, Harlingen, Franeker, Leeuwarden en Dokkum. Steeds meldde hij zich met hetzelfde verzoek en dezelfde vrijgeleide. Steeds wandelde hij door en om de stad met pen, papier, kompas en stappenteller.

Martinitoren

Na Bolsward ging de reis naar Groningen, waar de man de Martinitoren beklom. Na een paar dagen arriveerde hij in Appingedam. Ook daar werden metingen verricht. Ook daar vroeg hij na afloop om geld: een vergoeding voor zijn reiskosten gemaakt op voorspraak van de koning van Hispanje.

Zeker weten doen we dit alles niet, er zijn geen exacte verslagen bewaard gebleven, maar de man – Jacob van Deventer heette hij – zal in iedere stad verteld hebben wat hij kwam doen: gegevens verzamelen om deze thuis, bij zijn vrouw in Mechelen, uit te werken tot stadsplattegronden. De beste van zijn tijd. Wie ze vergelijkt met wat anno nu aan plattegronden bekeken kan worden, kan niet anders dan zijn werk bewonderen.

Bram Vannieuwenhuyze, Reinout Rutte en cartograaf Yvonne van Mil hebben de kaarten van Van Deventer met wetenschappelijke precisie onderzocht en verzameld in Stedenatlas Jacob van Deventer. 226 stadsplattegronden uit 1545-1575 . Hun monumentale boek vertelt het verhaal van een monsterproject uit de zestiende eeuw, toen het huidige Nederland en Vlaanderen tot de meest verstedelijkte regio’s van Europa behoorde.

Over het leven van Van Deventer zijn weinig details bekend. Vermoedelijk is hij rond 1505 in Kampen geboren als zoon van een ongehuwde vrouw en opgeroeid in Deventer. Zijn achternaam zal hij hebben aangenomen toen hij in 1520 aan de universiteit van Leuven ging studeren, een opmerkelijke stap voor een ‘bastaard’.

'Cartte van den landen van brabant'

Leuven was destijds de universiteit van Europa. Welke vakken hij er volgde, is onduidelijk. Wiskunde zal er bij hebben gezeten. Want in 1536 presenteerde hij ‘een cartte van den landen van brabant’, iets wat zonder slim rekenen en meten onmogelijk moet zijn geweest. Een jaar later onderhandelde hij over de kartering van ‘geheel Holland mit alle die rivieren, wateren ende wegen vandenzelfde landen’.

Toen deze overzichtskaart in 1542 in druk verscheen, was de naam van Van Deventer als cartograaf gevestigd. Hij mocht meerdere projecten uitvoeren, waaronder een gewestkaart van Friesland uit 1545. Vrijwel tegelijkertijd probeerde hij vanuit Mechelen bij Karel V, de vader van Filips II, een opdracht los te peuteren voor de kartering van de steden in de gewesten in handen van Spaanse koning, ‘de landen van herwaarts over, de zeventien provinciën in de lage landen’.

Met voornoemd monsterproject is Van Deventer tot zijn dood in 1575 bezig geweest. Jaarlijks moet hij gemiddeld twintig kaarten hebben gemaakt, ‘met veel zorg en volgens strak concept,’ stellen Vannieuwenhuyze en Rutte. Het gereis en het gepuzzel dat daar halverwege de zestiende eeuw bij kwamen kijken, gaat het voorstellingsvermogen bijna te boven. ‘We mogen er van uit gaan dat hij heel goed wist wat hij ging doen wanneer hij in een nieuwe stad aankwam. Hij was in veel opzichten een man met een plan.’

Hoewel de plattegronden er uitzien als spinnenwebjes, ging het de maker niet om het uiterlijk. ‘De systematische, wetenschappelijke benadering stond voorop. Uit zijn werk blijkt een grote zelfdiscipline en een groot doorzettingsvermogen, haast op het maniakale af,’ schrijven Vannieuwenhuyze en Rutte. ‘Tevens vertoont zijn werk geniale trekken. In de toepassing van veelhoeksmeting en wijze van karteren en tekenen was Van Deventer zijn tijd vooruit.’

Wie de stadsplattegronden op een hedendaagse kaart projecteert, merkt dat ze een beetje scheef liggen. Vannieuwenhuyze en Rutte verklaren dat zo: ‘Halverwege de zestiende eeuw was de afwijking van het magnetische noorden in het huidig Nederland ongeveer twaalf graden oostelijk, in Brabant en het huidige oost-Vlaanderen ongeveer elf graden.’ Een kompasafwijking dus. ‘Als de kaarten op Google Earth worden geprojecteerd, valt op hoe nauwkeurig ze zijn.’

Spanjaarden

Wat de Spanjaarden met de kaarten wilden, staat niet vast. Een waarschijnlijk doel was militair-strategisch; ook om gebouwen bij beschietingen te kunnen sparen. Vreemd is dat ze nooit zijn gebruikt. De originele kaarten vertonen nauwelijks gebruikssporen. Als andere mogelijke doelen worden representatie, decoratie en status genoemd. Het kan altijd handig zijn om te laten zien wat je bezit, bestuurt en beheert.

Even leek het er op dat Filips II naar de kaarten kon fluiten. Vannieuwenhuyze en Rutte hebben reden aan te nemen dat Van Deventer zich onderbetaald voelde en op zoek ging naar een goede uitgever voor zijn project. Dat kan verklaren waarom hij in 1572, het jaar waarin Mechelen door de Spanjaarden werd geplunderd, naar Keulen is vertrokken. Een deel van zijn werk en zijn vrouw Barbara Smets – hij was (nog) niet met haar getrouwd – in Vlaanderen achterlatend.

Nalatenschap

Na de plotselinge dood van Van Deventer in 1575 breekt een juridische strijd uit over de nalatenschap. De eerste die de stadsplattegronden weet te bemachtigen, het zijn dan drie atlassen, is Wigle van Aytta van Zwichem, een in de omgeving Leeuwarden geboren staatsman en jurist, beter bekend als Viglius (1507 - 1577). De rechtbank in Keulen bepaalt dat Smets als ongetrouwde vrouw nergens aanspraak op maken kan.

Na de dood van Viglius worden de plattegronden alsnog naar Spanje vervoerd. Daarbij raakt de eerste atlas zoek. De twee andere delen vinden een plek in een bibliotheek in Madrid. Waar ze nauwelijks meer worden ingezien.

menu