Violiste Rosanne Philippens speelde soms zo zacht en delicaat speelde dat je je hart vasthield.

Recensie Bommen Berendconcert NNO in Groningen: Subtiele zang van een leeuwerik en een orkest in galop (★★★★☆)

Violiste Rosanne Philippens speelde soms zo zacht en delicaat speelde dat je je hart vasthield. Foto: DvhN

De seizoensopening van het Noord Nederlands Orkest was tevens het Bommen Berendconcert en dus werd afgetrapt met het Grönnens Laid , dat corona indachtig dit keer niet werd meegezongen.

Daarna mochten de koperblazers en het slagwerk aan de slag met de Fanfares liturgiques , vier delen blaasmuziek uit de opera Don Juan de Mañara van Henri Tomasi. De strijkers en het hout bleven daarbij gewoon op anderhalve meter afstand van elkaar op hun stoelen zitten, want door corona is nu eenmaal alles anders.

Of het door de grote afstand tussen de hoorns en de andere koperblazers kwam of door onwennigheid, de sombere, gedragen en soms wat dreigende fanfares van de Franse componist kwamen niet helemaal uit de verf. De muziek bleef in de eerste drie delen erg fragmentarisch. Pas in het laatste en langste deel kwamen de verschillende partijen bij vlagen beter tot elkaar en kreeg je het idee dat er echt muziek werd gemaakt.

Rosanne Philippens fladderde muzikaal subtiel en teder door de ruimte

Hoe anders was dat bij The lark ascending van Ralph Vaughan Williams. De leeuwerik van dienst, violiste Rosanne Philippens, fladderde in haar bruinrode jurk met mouwen als vleugels muzikaal subtiel en teder door de ruimte, waarbij ze soms zo zacht en delicaat speelde dat je je hart vasthield.

Het orkest ging echter prachtig met haar mee in deinende, langgerekte golven als wuivend graan en uitgestrekte graslanden. Het gaf Philippens alle ruimte om haar geluid heel klein te houden, zoals het een leeuwerik betaamt.

Feestelijke muziek van Johannes Brahms

In de Variaties over een thema van Haydn , het eerste grote symfonische werk van Johannes Brahms, mochten de 55 musici van het NNO losgaan en hoorden we de eerste feestelijke muziek op deze feestdag.

Daarbij viel wel op dat de tot 31 musici ingekrompen strijkerssectie minder warm en hecht klonk dan gebruikelijk. Door de uitdunning en grotere onderlinge afstand wordt de strijkersklank diffuser en kaler, maar tegelijk ook breder. Dat is even wennen.

Dirigent Nuno Coelho gaf het orkest de sporen

De Portugese dirigent Nuno Coelho leidde het NNO strak, precies en overtuigend door Brahms, met oog voor de details. In de zesde variatie gaf hij het orkest flink de sporen en draafde de muziek er in galop vandoor, om in de zevende variatie de teugels weer aan te trekken en de muziek prachtig tot rust te laten komen in een golvend dansje.

Na de achtste variatie volgde de feestelijke finale, waarin Coelho en het orkest muzikaal juichend naar het einde daverden.

menu