José Cutileiro (1959-2020)

In memoriam: Muzikant, verhalenverteller en feitenverslinder José Cutileiro (1959-2020) vond een b-kantje vaak boeiender dan de hit op de a-kant

José Cutileiro (1959-2020)

Tijd van Leven beschrijft het gepasseerde bestaan van mensen met een bijzonder verhaal. Vandaag: José Cutileiro uit Groningen (1959-2020).

Amper twintig was hij, toen hij na afloop van het concert van XTC in Vera op het podium zat en de setlijst zag liggen. Hij lag voor het grijpen. Zou hij…? Als aandenken? Maar nee. José Cutileiro liet het van bier doordrenkte papier liggen. Want stel dat de band het de volgende dag weer nodig zou hebben.

Ringo

José Cutileiro, dat kun je gewoon uitspreken zoals je het leest, was de naam die zijn Portugese ouders hem gaven toen hij op 26 februari 1959 in Lissabon ter wereld kwam. Zijn gelijknamige biologische vader zou in de jaren 90 als diplomaat betrokken zijn bij de vredesonderhandelingen in voormalig Joegoslavië. Zijn ouders scheidden toen hij 1 jaar oud was, waarna hij met zijn moeder en stiefvader verhuisde naar Londen. ‘You’ve got a face like Ringo Starr’, zeiden de kinderen daar tegen hem, een vergelijking waarvan hij vaag vermoedde dat dat geen compliment was, maar waar je je met terugwerkende kracht iets bij voor kunt stellen als je zijn latere foto’s ziet: de geprononceerde neus, de schuin omhoog lopende wenkbrauwen die zijn oogopslag iets treurig- blijmoedigs gaven- je kon voor minder versleten worden. Dat de Beatles later tot zijn helden zouden behoren, wist hij toen nog niet.

Op zijn vijfde verhuisde hij met zijn vader, moeder naar Bilthoven, waar zijn twee halfzusjes werden geboren, en toen hij 18 was, trok hij naar Groningen om er filosofie te studeren en Engels. Studies die hij niet voltooide, want hij had inmiddels belangrijker zaken aan zijn hoofd: muziek.

Perfecte popsong

In de schilderachtige wanorde van zijn kamer in de Tuinstraat, waar de verhuurder een krik onder de muur had gezet om het gebouw voor instorten te behoeden, praatte hij avondenlang met vriend Bert Hadders over de zoektocht naar de perfecte popsong. Luisterden ze naar dezelfde plaat, en alles wat zijn vriend mooi vond, vond hij hélemaal niks- het waren avonden vol verhitte gesprekken waarin ze radicaal van mening verschilden over 30 minuten muziek. Hij bestudeerde intro’s en overgangen. Hij vond: goede popmuziek was niet iets wat er in een emotie uitgesmeten werd, over een echt goed liedje was nagedacht. Een echt goed liedje moest urgentie hebben, het moest klóppen, van in-tot uitro, vanaf de eerste tonen tot de laatste zin en het slotakkoord.

Zijn lijst met artiesten die kloppende muziek maakten, was lang. Zo hield hij van de Beatles (natuurlijk!) maar ook van de Stones (waarom zou je moeten kiezen?), van Elvis Costello (nou ja de eerste vier platen en dan) van Alex Chilton, Arthur Alexander, Carole King, Johnny Cash, van de Kinks. Jonathan Richman’s I was dancing in the Lesbian Bar was zo’n kloppend lied, vond hij, en de Weeping Song van Nick Cave, en Quicksilver Daydreams of Marie van Townes van Zandt. O man, wat een wereld vol prachtige muziek. Hij hield niet alleen van de ‘pure pop for now people’ zoals Nick Lowe zou zeggen, maar ook wel van de klassieken: Van Tchaikovski, Stravinski, Beethoven. Van Opera.

Messi

Jose Cutileiro was een feitenverslinder met een caleidoscopische belangstelling voor het anekdotische en absurde. Hij wist, bijvoorbeeld, dat Lionel Messi 18 werd toen Barcelona tegen PSV speelde, dat soort dingen. Hij zat vol verhalen. Over de concerten die hij bezocht, wat hij dacht toen hij als 11-jarige Jerney Kaagman zag op het podium van zijn middelbare school, over het ‘one two three faw’ concert van the Ramones, over hoe Nick Cave’s microfoonstandaard een punkmeisje op de voorste rij had geraakt, over Johnny Cash’s concert in Heerenveen. Hij schreef een keur aan sfeervolle, grappige concertimpressies waarvan er dit jaar 18 worden gebundeld en uitgegeven door uitgeverij Passage. Omdat ze, zegt uitgever Anton Scheepstra, van een hoog stilistisch niveau zijn.

B-kantjes

Natuurlijk speelde hij zelf ook. Hij vond zichzelf een matig zanger en gitarist, wel een goede bassist en songschrijver. Hij schreef materiaal voor de bands waarin hij speelde, en zelfs als de band alleen covers speelde, ontfermde hij zich wel over de repertoirekeus, want als je dan covers speelde moesten het wel obscure covers zijn, niet die gemakkelijke die iedereen kende. De b-kantjes vond hij vaak zoveel interessanter.

Vanaf de jaren 80 zat hij altijd wel in een band: in de Ziffels, the Problems, Sputnik 5, the Primitives, the Hearts of Gold, the Brothel Brothers&the Maradona’s, Cochon Bleu, en wie in een band zat met met José Cutileiro, kon niet om hem heen. Zijn hoofd zat nou eenmaal vol ideeën. Hij bemoeide zich dus met repertoirekeus en uitstraling; zo bedacht hij dat the Brothel Brothers de ‘slechtst geklede band van Nederland’ zou worden.

Kloppende liedjes

En hij schreef natuurlijk zelf. Liedjes die zich vastzetten in je hoofd, kloppende liedjes dus, onder andere voor de Ziffels, de Groningse gitaarpopband die door Nieuwsblad van het Noorden-recensent Max Palfenier werd omschreven als de ‘Beatles van de jaren 80’. En hij had dan wel een Portugese achtergrond, maar je moest hem niet om de kop zeuren over fado. Fado, zei hij, was iets voor zeelui en toeristen.

Begin jaren 90 ontmoette hij de Liefde in de Benzinebar: Anne Heemstra. Ze vond hem grappig, intelligent, niet-standaard, geen opschepper maar ook niet onzeker. Hij wás, zegt ze. Ze werden een onafscheidelijk stel. Met haar reisde hij door Amerika, bezocht hij zijn eerste opera en ging plat voor het genre, maar ze bleven in hun eigen huizen wonen, zij in de Oosterparkwijk, hij in de Westerbinnensingel, ook toen in 2003 hun zoon Aymon werd geboren. Hij werd een betrokken vader, die enorme legobouwwerken maakte, voorlas uit Kuifje, praatte over muziek en echt wilde weten wat zijn zoon van de dingen vond.

Geen middagmens

Hij kreeg eind jaren 90 een baan bij stadsomroep Oog-radio, waar hij nieuwsberichten leerde schrijven, reportages maakte, plaatjes draaide in zijn eigen programma Sugar Daddy Radio, en toen hij om zes uur ’s ochtends de nieuwsshow ging presenteren werd hij, rock&rollnachtdier, zowaar een ochtendmens. Een middagmens zou hij nooit worden.

José Cutileiro had een volstrekt eigen hoofd met een volstrekt eigen smaak. Hij was gefascineerd door Columbo, de detectiveserie met Peter Falk in de hoofdrol. Omdat het principe van Schuld en Boete zo mooi werd uitgewerkt. Omdat de morsige Columbo de verdachten tot op het bot irriteerde, en omdat je van Columbo zelfs na 12 seizoenen helemaal niets te weten kwam, zelfs niet wie zijn vrouw was. Omdat zelfs Johnny Cash erin speelde. José Cutileiro leek zelfs op Peter Falks Columbo.

Dwarsstraat

Hij hield van veel. Van koken. Van biografieën lezen, van schrijven. Toen een subsidiestop tot zijn leedwezen een voortijdig einde maakte aan zijn werk bij de lokale omroep, begon hij zijn eigen tekst- en vertaalbureau Introtekst en ging interviewen voor de agenda van de Oosterpoort. Hij was betrokken bij Club Proza waar schrijvers in de kroeg voorlazen uit nieuw eigen werk. Vorig jaar zette hij samen met Bert Hadders Dwarsstraat.com op, een website met verhalen van schrijvers die ze goed vonden, omdat die verhalen anders op facebook, na het verkrijgen van de obligate likes, weg zouden zakken in digitale vergetelheid. Hier ontpopte hij zich als een gedreven eindredacteur die zijn auteurs achter de vodden zat. Hadden ze alweer eens wat voor Dwarsstraat? Zo ja, wanneer dan? Niet om ze op te zwepen, maar omdat hij die verhalen zo graag wilde lezen.

Ziffels

De muziek, daar bleef het wel om draaien. Hij zou er nooit beroemd mee worden, maar faam was niet wat hij beoogde. Toen hij in 2012 zijn soloplaat Pupils of Pop uitbracht, roemde hij vooral zijn medemuzikanten en vond het studiowerk eigenlijk nog leuker dan het eindresultaat. Maar: eens een liedjesschrijver, altijd een liedjesschrijver. De Ziffels waren elkaar altijd blijven zien, trokken een paar weekenden de studio in om muziek te maken en dat leidde dit jaar, 35 jaar na hun verscheiden, zelfs tot hun debuutplaat. Hij zette zelf een advertentie in de Oor om er de aandacht op te vestigen. En hij had, zeggen Aymon en Anne, het leuk gevonden om een –terechte- Ziffeldoorbraak mee te maken.

Klauwen

Maar dat mocht niet zo zijn. Vorig jaar werd hij ziek en de ziekte kreeg hem in de klauwen. Op 22 juni 2020 stierf José Cutileiro, vader, zoon, geliefde, schrijver van het kloppende lied, onverstoorbare muzikant, fijne feitjeskenner, de man die zocht naar de verhalen in en achter de muziek, de man, kortom, die wás.

menu