Twee eeuwen Drenthe in schilderijen

Uitgeverij WBooks maakt een boekenserie over Nederlandse regio’s die een inspirerende werking hebben uitgeoefend op kunstschilders. Na Laren, de Bergense School en het Groningen van De Ploeg is het nu de beurt aan Drenthe.

Twee jaar geleden, toen in het Drents Museum een grote tentoonstelling was te zien met Schotse schilderkunst rond 1900, liep in datzelfde museum ook een expositie met Drentse schilderkunst uit die periode. Het betrof slechts twee zaaltjes, maar aan de aantrekkelijkheid deed dat weinig af. Het riep hooguit de vraag op waarom die kunst zo bescheiden werd gepresenteerd.

Inmiddels heeft het Drents Museum een nieuwe directeur, die een beleid voorstaat waarin Drenthe meer naar voren wordt geschoven. Zoiets gaat niet van de ene op de andere dag, maar manifesteert zich langzaam en op uiteenlopende manieren. Zo kan het gebeuren dat nu, rond de opening van

een grote tentoonstelling

met dit keer Amerikaanse schilderkunst, een boek is verschenen over de schilderkunst van Drenthe.

Het bescheiden getitelde Schilders van Drenthe maakt deel uit van een reeks waarin uitgeverij WBooks uit Zwolle in samenwerking met musea Nederlandse regio’s onder de aandacht brengt die een inspirerende werking hebben uitgeoefend op kunstschilders. In 2015 leidde het tot Schilderkunst in Laren, een half jaar later gevolgd door Rondom de Bergense School en eind vorig jaar Schilders van De Ploeg. Komend voorjaar is het de beurt aan Schilders van Staphorst.

Bloei van de regionaal bepaalde schilderkunst

De door Miriam Schlick vormgegeven boeken kennen een vergelijkbare opzet: een museumexpert vertelt aan de hand van veel afbeeldingen voor een breed publiek over de bloei van regionaal bepaalde schilderkunst. Het verschil tussen het Drentse boek en de vorige uitgaven zit niet alleen in het onderwerp, het zit ook in de periode die wordt behandeld. Bestrijken Laren en De Ploeg beide tien jaar, Drenthe, waar de spoeling dunner is, omvat bijna twee eeuwen.

Dat zegt weinig over de kwaliteit van de afzonderlijke schilderijen, maar veel over de aantrekkingskracht van Drenthe op kunstenaars. Samensteller Annemiek Rens, conservator in Assen, citeert in haar inleiding Auke van der Woud. Die in zijn boek De nieuwe mens (2007) een beschrijving geeft van Drenthe, eind negentiende eeuw: ‘Een landschap dat er blijkens foto’s van rond 1900 uitzag alsof de Scandinavische gletsjers nog maar pas verdwenen ware. De grond was bezaaid met grote en kleine stenen, onaangeroerd sinds de laatste ijstijd.’

Harmonie-model voor mens en natuur

Toen de beschaving begon in het gebied dat we nu Nederland noemen, was de regio die nu Drenthe heet dichter bevolkt dan de andere regio’s. Maar toen de schilderkunst in Nederland populair werd, was dat al eeuwen voorbij en moest Drenthe herontdekt worden. Voor zover bekend de eerste kunstschilder die dat deed, was de in Groningen geboren Egbert van Drielst (1745 – 1818). Hij maakte er meteen wat moois van en beeldde d’Olde Lantschap af als idyllisch, als harmonie-model voor mens en natuur.

Dat vredige beeld domineert in Schilders van Drenthe. Verwonderlijk is dat niet. Tot ver in de twintigste eeuw werd door kunstenaars een duidelijk schoonheidsideaal nagejaagd, niet in de laatste plaats omdat daar markt voor was. Rens merkt op dat het ideaal in ruime mate in Drenthe kon worden aangetroffen, langer ook dan elders, juist omdat de provincie dunbevolkt en daardoor lang ongerept bleef. Dat allemaal op relatief kort reizen – wel zo handig voor minder kapitaalkrachtige kunstenaars.

Hunebedden als bakens van eeuwige vrede

Gevolg is dat de hunebedden in het boek niet worden afgeschilderd als een bult stenen, maar als bakens van eeuwige vrede. Dat de heide veelal groot en stil wordt afgebeeld, ook als de herder en zijn schapen er ronddwalen. Dat in de dorpen rust en knusheid overheersen. Dat het geschilderde boerenleven in Drenthe primitief, maar puur oogt. Gevolg is ook dat het thema ‘veen en turf’ er zo uitspringt – de andere thema's die na een proloog de revue passeren zijn ‘sporen uit het verleden’, ‘zand en hei’, ‘in het dorp’ en ‘boerenleven’.

‘Veen en turf’ is ook het hoofdstuk van Vincent van Gogh, die eind 1883 in het kielzog van de Haagse School-schilders naar Drenthe reisde en daar tot zijn spijt net de Duitse impressionist Max Liebermann misliep. Anders dan zijn collega's koos Van Gogh voor een verblijf in Zuid-Drenthe. Ook hij was gekomen in de hoop op puurheid. Wat hij langs de Hoogeveense Vaart aantrof, was het harde leven in de veenkoloniën; somber, maar mooi materiaal voor een eigen vorm van realisme.

Een in Drenthe verdwaalde symbolist

Schilders van Drenthe toont Drenthe als platteland en vertelt daarmee een vertrouwd verhaal. Een beetje vreemd en jammer is dat wel, alsof het Drents landschap geen steden kent. Is er dan werkelijk zo weinig in Meppel, Assen en Coevorden geschilderd? Of is dat niet verzameld? De beperkte stedelijkheid verklaart ondertussen voor een deel de afwezigheid van uitgesproken moderne schilders. Afgezien van Van Gogh, die in Drenthe zijn stijl nog moest vinden, en De Ploeg-schilders, valt in dit opzicht eigenlijk alleen het werk van de weinig bekende Simon Moulijn op, een tijdelijk in Drenthe verdwaalde symbolist.

Los daarvan biedt dit overzicht afbeeldingen van een aantal fraaie anekdotische Drentse schilderijen, waarbij fraai uiteraard persoonlijk is. Het weelderige Gezicht te Emmen uit 1805 van Van Drielst, uit de collectie van het Amsterdam Museum bijvoorbeeld. Het desolate Landweg in Drenthe (1900) van Arnold Marc Gorter. Het gezellige Dorpsfeest te Elp van Reinhart Dozy. En het intrigerende Strokarton en aardappelmeel in de veenkolonie (1935) van Chris Lebeau.

‘Lange leve Drenthe’

‘Drenthe blijft tot de verbeelding spreken’, schrijft Annemiek Rens tevreden in een epiloog die begint met ‘Lang leve Drenthe’. Daarna volgen werken van meer recente datum. Waaronder Drentse houtsneden van de niet-schilder Siemen Dijkstra. En, verdraaid, twee stadsvilla's van Frank Lisser, weliswaar van de landelijke soort. Ter geruststelling worden ze voorafgegaan door verstilde drie landschappen van Berend Groen: Het Loner Diep (1981), Stroomlandschap bij Taarlo (1998) en Oude begraafplaats bij Loon (1983). Verlaten Drenthe, eeuwig dromend.

Hoog tijd voor een grote tentoonstelling.

Boek: Schilders van Drenthe. Auteur: Annemieke Rens. Met een voorwoord van Harry Tupan. Uitgeverij Wbooks. Prijs: 19,95 euro (244 blz.)

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.