Wie aan Vera denkt, denkt aan Peter Weening. In 2015 was hij exact 35 jaar verantwoordelijk voor het muzikale programma van het meest eigenzinnige podium in het Nederlandse clubcircuit.

Het is een eeuwigheid geleden. 1 juli 1980. Jay & The Americans staat met Cara Mia bovenaan de hitparade. Theo Verlangen is trainer van FC Groningen. De Koude Oorlog woedt en een generatie groeit op met ‘no future’. Doemband Joy Division heeft net in Vera opgetreden. Peter Weening mist dat legendarische concert, maar zou als programmeur bijna geen optreden missen. ,,Ik heb pak hem beet één promille gemist. Absurd.’’

6450 bands op 3162 concertdagen

Als cijferman heeft Weening (Linschoten, 30 mei 1955) alles op een rijtje. Met een stapel papieren naast zich is hij er eens goed voor gaan zitten. Hij boekte de afgelopen 35 jaar maar liefst 6450 bands op in totaal 3162 concertdagen. Meer dan een half miljoen betalende bezoekers passeren in die tijd de monumentale entree aan de Oosterstraat 44 in Groningen.

Vertellen over hoe Kurt Cobain naar Vera belde om Courtney Love (die er met Hole speelde) ten huwelijk te vragen, vindt hij ordinair worden. Liever praat hij over Jeffrey Lee Pierce die met Debbie Harry aan de telefoon hing. ,,Zo’n Jeffrey voelde zich hier thuis. Dat is essentieel.”

Dat was vroeger, vandaag is Weening blij met de bevestiging van Viet Cong. ,,Protomartyr moet natuurlijk ook nog. Dat zou dan op dezelfde dag zijn. Als het niet anders kan, moet het maar.” Hij baalt dat Antemasque, de nieuwe groep rond Omar Rodríguez-López en Cedric Bixler-Zavala, heeft afgezegd. ,,Met At The Drive-In gaven ze hier hun laatste show.”

Mister Vera

Het is zomaar een momentje in het leven van de sleutelfiguur van de ‘club for the international pop underground’. Niemand in Nederland zit zo lang op zijn plek als Weening. Hij is Mister Vera, een markante man die jarenlang met een petje van Prong rondliep en leek te wonen in het pand. De komst van een vriendin, een volkstuin en het stoppen met blowen - ,,een vrouw kost geld, dacht ik” – maakten hem socialer. Iets minder workaholic.

loading

,,Dat ik hier soms tachtig uur in de week was, is helemaal niet gek hoor. Dat doet de eerste de beste ondernemer toch ook?” Hij heeft een aanstelling voor dertig uur.

Aanvankelijk deed hij het dertien jaar met behoud van uitkering. ,,Als Peter weg gaat, stort de boel in. Dat zeggen ze altijd. Ik ga helemaal niet weg en ik kom niet onder een bus.”

Hij wil maar zeggen, voorlopig zijn ze nog niet van hem af. Misschien als hij op zijn 67ste met pensioen kan. ,,Mick Jagger is toch ouder dan ik? Het heeft meer te maken met visie en energie. Natuurlijk kan Vera zonder mij. Het belangrijkste is dat de filosofie van de club overeind blijft.”

Rauw en gruizig

Weening stapt in 1977 binnen in wat dan nog een open jongerencentrum is voor een hapje in de mensa. Na zijn jeugd op Walcheren en in het Friese Burum heeft hij zijn militaire dienstplicht vervuld als sportinstructeur. In Groningen gaat hij rechten studeren. De liefde voor muziek is dan al flink aangewakkerd.

,,Het eerste concert dat ik in 1977 zag, was van The Saints in Paradiso.”

Op dezelfde plek zag hij op zijn zestigste verjaardag The Replacements.

Ook zo’n band die Weenings gouden toets kan doorstaan. ,,Song, sound en soul. Dat is mijn formule hè. Muziek moet binnenkomen in de kop (het liedje), het hart (soul) en de oren (sound). Daar moet je verder niet te moeilijk over doen, dat heb ik ook nog nooit gedaan.”

Een punker was hij nooit, Weening is meer van The Dead Boys. Amerikanen.

,,Een rauwe, gruizige sound, goede liedjes. Daar hield ik van, dat moest ik hebben. Nog steeds.”

Weening beleeft een bliksemcarrière in Vera. Amper drie jaar nadat hij er zijn eerste biertje tapt, zit hij als lid van de muziekcommissie in het bestuur van de vereniging. Het clubcircuit krijgt in die tijd vorm en Weening vraagt een uitkering aan.

,,New wave kwam op en daar ben ik vol voor gegaan, blues en jazz heb ik weggesaneerd. Mijn eerste boeking was The Boys, een Engelse punkband die al over de top heen was. Niet iets om trots op te zijn.”

U2 voor 120 bezoekers

Op 16 oktober 1980 ziet hij U2 samen met de agent van U2 – al geboekt voor zijn aantreden – 35 minuten optreden voor 120 bezoekers.

Deze band gaat ver komen zeggen ze tegen elkaar. ,,Die agent was zo’n stoer mannetje. De hele popmuziek is vergeven van de mannetjes. Daar heb ik het nooit zo op gehad. Ik ben geen mannetje, ik ben niet van de klikhakjes, puntlaarsjes en kapsels. Ik ben een harde werker. Met een grote bek.’’

Tot 1995 zou de aanwezigheid van de mensa betekenen dat de zaal door middel van een ,,militaire operatie’’ moest worden omgetoverd tot concertzaal. ,,Gekkenwerk en typerend voor Vera. Als je kijkt naar wat er in die jaren heeft gespeeld, moet je een dikke pet afnemen voor al die medewerkers.

Zoiets zorgt voor saamhorigheid.’’

loading

Van romantiseren wil Weening niets weten en op de vraag of vroeger alles beter was, antwoordt hij resoluut. ,,Veel was vroeger beter. Toen dreef alles op passie, spanning, gevaar, strijd, hard werken om het voor elkaar te krijgen.

Bands als The Birthday Party lopen er nu niet meer rond. Het zou ook pathetisch zijn als je nu een gevaarlijke band gaat zijn. Het paste in die tijd, alles was nieuw. Popmuziek is ook evolutie. Nick Cave schopte dat meisje niet expres voor de bek, maar in de strijd kon je een buts oplopen. This is not for the fragile my dear. Tegenwoordig mag ook niets meer. Alles is business, entertainment, het draait om geld, je hebt te maken met voorwaarden, brandinstallaties, EHBO, BHV. Daarom zeg ik, veel was vroeger beter.

Dus leuker.”

Geluidsoverlast

Na de sluiting van de mensa verbouwt Vera. Noodzakelijk omdat concerten al jaren geluidsoverlast veroorzaken. ,,Van Big Black in 1986 heb ik maar de helft gezien, omdat ik bij de buren in de slaapkamer stond. Het hele gebouw stond te schudden.’’ De nieuwe zaal wordt in 1998 geopend. ,,We zitten hier niet stil, ook al hebben we nooit echt veel subsidie gehad. We zijn nooit verwend, maar onder druk word je creatiever. Die mentaliteit heeft er hier altijd in gezeten.’’

De manier waarop Weening over Vera praat, maakt duidelijk hoe verbonden hij is met de club. Zichzelf op de borst kloppen doet hij niet, maar vanzelfsprekend is hij trots op zijn podium. Hij mag als programmeur het uithangbord zijn, zonder enthousiaste medewerkers en honderden vrijwilligers zou Vera niet zijn wat het is. Hij tekent een modelletje. ,,Dit is Vera. Gebouw, mensen, programma en geld. Dat moet je organiseren. Haal een van die onderdelen weg en je hebt niet wat het is. Je moet het eenvoudig houden is mijn filosofie.’’

Natuurlijk heeft Weening zo zijn zorgen. Het was ooit gebruikelijk een netwerk op te bouwen en langdurige relaties aan te gaan. Maar een gezonde balans is volgens hem zoek en daardoor is het lastig een verband in het programma van gemiddeld zo’n 140 concertavonden per jaar te krijgen. De wereld is groter geworden, bands spelen overal. ,,Dat zijn ontwikkelingen die je niet kan tegenhouden. Achter bands zit een marketingplan. Ze doen een tourtje langs main cities en erna de festivals die exclusiviteit eisen. Dat kost ons als kleine clubjes wel leuke bands die publiek trekken.’’ Van festivals moet Weening niet veel hebben. ,,Een club is toch de delicatessenwinkel, festivals zijn een soort supermarkt. Daar komt bij dat de omstandigheden er niet optimaal zijn en je dus niet de beste concerten krijgt.’’

Of het nog leuk is? ,,Altijd nog leuk genoeg. Ik ga niet klagen over mijn werk. Als het even wat minder gaat, is het dan niet meer leuk? Dan ben je een beetje blasé aan het worden, daar wil ik nuchter over zijn. Je moet ermee dealen als zaken veranderen.’’

Butthole Surfers

Zijn mooiste boeking noemt Weening elementair. Hij boekt Butthole Surfers enkele uren voor de band uitgroeit tot de sensatie van het Rotterdamse festival Pandora’s Box.

Het is te danken aan een contact backstage met Mark Kramer. ,,Die trad eerder met Shockabilly voor 36 bezoekers in Vera op. Het geeft maar aan dat je juist oog moet hebben voor de kleinere bands. Ik ga altijd uit van de inhoud, mijn focus ligt op de bands die hier gewoon moeten spelen. Dan zie ik wel wie er op af komen.’’

Zijn leven als programmeur met fingerspitzengefühl leent zich voor een boek. Schrijver Nanne Tepper zou er met hem voor gaan zitten.

Later. Een fles Jack Daniels op tafel en de anekdotes zouden vanzelf opborrelen. Tepper overleed in 2012.

,,Wanneer ik het meest gelukkig ben? Als de band, wij als club en het publiek blij zijn. Van bands hoor ik vaak dat ze Vera de beste club ter wereld vinden. Dat is ook mijn ambitie. Mensen zeggen altijd dat ik de mooiste baan ter wereld heb.’’

Even is het stil. ,,Maar dat is niet zo.

Dat is profvoetballer.’’


Je kunt deze onderwerpen volgen
Cultuur